2.3. Sporten... Hoe doe jij dat?

Sporten... Hoe doe jij dat?

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappij & WelzijnSecundair onderwijs

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Sporten... Hoe doe jij dat?

  • Voor het eerst 10 minuten aan één stuk kunnen lopen zonder te stoppen

  • Een nieuwe oefening correct uitvoeren na wat oefenen

  • Langer volhouden of sneller zijn dan de vorige training

  • Durven meedoen aan een spel, ook al was dat eerst spannend

  • Compliment krijgen van de leerkracht of trainer

  • Samenwerken in een team en merken dat het lukt

  • Niet opgeven en de oefening toch afmaken

  • ...

  • Een oefening niet meteen kunnen

  • Laatste eindigen bij een loop- of spelmoment

  • Een doel missen of een fout maken in het spel

  • Sneller moe zijn dan anderen

  • Vallen of struikelen tijdens een oefening

  • Geen compliment krijgen, terwijl je dat wel hoopte

  • Op de bank moeten blijven bij een teamsport

  • ...

Blijdschap – Trots – Voldoening – Zelfvertrouwen – Opluchting – Motivatie – Enthousiasme – Rust – Tevredenheid – ...

Teleurstelling – Pijn - Verdriet – Boosheid – Frustratie – Onzekerheid – Schaamte – Spanning / stress – Ontmoediging – Angst – ...

5

minute

00

second

Sporten... Hoe doe jij dat?

  • Duo groepje volgens rad

  • lees eerst de tekst en schrijf moeilijke woorden apart op een A4 of in boekje

  • Klassikaal overloop moeilijke woorden

  • Daarna maak je in duo opdracht 4B met POTLOOD
    "Noteer bij elke afbeelding de tip uit de tekst (titel) om sportuitval te voorkomen"

  • Klassikale verbetering


10

minute

00

second

5

minute

00

second

Relatie tussen coach & sporter

autonomie & zelfvertrouwen

support van ouders

betrokken omgang met andere sporters

fysieke toegankelijkheid

kosten

verbondenheid & pos. leerklimaat

  • Bv ze ervaren tegenvallers

  • sommige lijken fysieke pijn te hebben

  • mentale teleurstelling

Wielrenner moet stoppen owv hartproblemen.

Waarschijnlijk overlijden wegens hartfalen.

Papa hoort gestommel en gaat kijken - zoon ligt verkrampt - papa wil hem wekken door te roepen en te schudden - mama en de oudste zoon worden wakker, zo komt er extra hulp

Ze merkt dat hij in zijn broek plast en stopt met ademen.

Hij belt onmiddellijk de ambulance en geeft belangrijke info door zoals adres, leeftijd slachtoffer en toestand. Geeft tel aan papa en start reanimatie.

Hulpverleners stormen naar boven, nemen reanimatie NIET over.
1 iemand begint beademen - andere sluit defibrillator aan.

Mijn broer heeft mijn leven gered.

Hij leerde op school reanimeren.

  • veiligheid controleren

  • bewustzijn & ademhaling controleren 

  • hulpdiensten verwittigen (bel 112)

  • hulp bieden 

jezelf - omstaanders - slachtoffers 


  • luid & duidelijk nagaan of je slachtoffer je hoort

  • zacht aan schouders schudden

  • zit naast het SO

  • leg hand op voorhoofd

  • kantel hoofd voorzichtig naar achteren

  • plaats vingertop onder kin

  • til hoofd omhoog

  • borstkas omhoog?

  • luister mond, neus

  • adres

  • herkenningspunten

  • wachten hulpdienst(en)

  • hoeveel slachtoffers?

  • extra info bv lftd, toestand (bwz, AH)

beschrijving ongeval, andere gevaren
bv. brand