voornaamwoorden:
1. vragend
2. betrekkelijk
3. vertaling betrekkelijk vnw
4. hoe zie je het verschil tussen vragend en betrekkelijk vnw?
voornaamwoorden:
1. vragend
2. betrekkelijk
3. vertaling betrekkelijk vnw
4. hoe zie je het verschil tussen vragend en betrekkelijk vnw?
1. vragend voornaamwoorden
1. zelfstandig: quis? quid?
- betekenis: wie? (mnl/vrl)
wat? (onz)
- 2 rijtjes: m/v en o
2. bijvoeglijk: qui, quae, quod
- congrueert met zelfst. nw.
- betekenis: welk(e)?
- 3 rijtjes: m, v, o
nom ev
gen ev
dat ev
acc ev
abl ev
nom mv
gen mv
dat mv
acc mv
abl mv
cui
quam
quem
qibus
quarum
quis
quae
quod
cuius
qui
qua
quem
Vertaal: Cui librum dedisti? (liber = boek; dare = geven)
Vragend voornaamwoord, bijvoeglijk
Er bestaan ook bijvoeglijk gebruikte vragende voornaamwoorden. Die worden zo genoemd omdat ze net als een bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staan en met het zelfstandig naamwoord congrueren in naamval, getal en geslacht.
Het bijvoeglijk vragend voornaamwoord vertaal je met welk of welke. In het Latijn: qui (m), quae (v), quod (o).
Zelfstandig of bijvoeglijk vragend voornaamwoord
Als het vragend vnw alleen staat, is het zelfstandig:
= een vorm van wie of wat.
Als het vragend vnw samen met een z.nw. in dezelfde naamval staat, is het bijvoeglijk:
= een vorm van welke
Vragend voornaamwoord: bijvoeglijk
Quod spectaculum tibi placet?
Cuius puellae vestem habes?
Cui viro pecuniam do?
Quae crustula emis?
In qua fabula dea apparet?
nom ev
gen ev
dat ev
acc ev
abl ev
nom mv
gen mv
dat mv
acc mv
abl mv
quae
cui
cuius
qui
quod
qua
quorum
quos
quam
quibus
Zelfstandig of bijvoeglijk? Cui viro librum dedisti?
zelfstandig
bijvoeglijk
Zelfstandig of bijvoeglijk? Quem vir vidit?
zelfstandig
bijvoeglijk
HB blz 129
maak mandatum IX --> 1 t/m 5
2. Betrekkelijke voornaamwoorden
in het Latijn
Betrekkelijke voornaamwoorden
Vir, qui intravit, meus frater est.
qui intravit betrekkelijke bijzin
qui betrekkelijk voornaamwoord (=relativum)
vir antecedent
1. Het meisje, dat op straat loopt, heeft een rood jurkje aan.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
2. De vrouw, van wie ik dit cadeau heb gekregen, heet Simone.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
3. De Romeinse goden, die ik erg bewonder, zijn onsterfelijk.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
4. De meneer, met wie ik praat, heeft een grote neus.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
5. Het boek, dat ons inspireert, is geschreven door Ovidius.
nominativus
genitivus
dativus
accusativus
6. De woorden, waardoor ik erg boos werd, werden door de leraar uitgesproken.
nominativus
genitivus
ablativus
accusativus
Ken je deze rijtjes dus al uit je hoofd?
betrekkelijk voornaamwoord: congruentie
pater, cui dona donamus, laetus est
Videtis omnes senatores, qui in Curia sedent?
- Het antecedent en betr. vnw. komen overeen in getal en geslacht, maar niet altijd in naamval
- naamval betr.vnw is afhankelijk van de functie in de bijzin.
Betrekkelijk voornaamwoord
Kies in de volgende zinnen het passende betrekkelijk voornaamwoord.
Let daarbij op het volgende:
- het geslacht en getal is gelijk aan het antecedent
- de naamval is afhankelijk van de functie in de bijzin
1. Servus, ... non fugit, insanus est.
qui
quae
quem
cui
2. Homines, ... dei puniunt, miseri sunt.
qui
quorum
quibus
quos
3. Carmen, de ... narravistis, non cognosco.
qui
quae
quod
quo
Betrekkelijk voornaamwoord
Kies voor de volgende zinnen de juiste vertaling.
Dominus, cuius servus fui, nunc mortuus est.
De meester, die slaaf is geweest, is nu dood
De meester, wiens slaaf ik ben geweest, is nu dood.
de meester, waarvan ik slaaf ben geweest, is nu dood
de meester, waardoor ik slaaf ben geweest, is nu dood.
Iuvenes, quibus signum datum est, statim concurrerunt.
De jongemannen, waaraan het teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.
De jongemannen, van wie het teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.
De jongemannen, aan wie een teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.
De jongemannen, waarmee een teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.
4. Hoe zie je het verschil tussen een vragend vnw en betr. vnw?
- De vormen van het (bijvoeglijk) vragend vnw en betr. vnw zijn hetzelfde
- stappenplan ter onderscheid:
1. is het een vraagzin? --> vragend vnw.
2. congrueert het met een ander nw? --> vragend vnw
Quem virum vidisti? Welke man heb je gezien?
3. staat het aan het begin van een bijzin? --> betr.vnw
vir, quem vides, senator est. De man, die je ziet, is senator.
let op!
Is de bijzin een afhankelijke vraagzin? (let op pv's als 'vragen/weten dat' in de hoofdzin én is er geen antecedent te vinden? --> vragend vnw
scio, quod templum aedificaret: ik weet, welke tempel hij bouwde
nesciebamus, qui senator id fecisset: wij
rogatis, quem aedem novimus?