Les 201.pptx


KM1A

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDuitsSecondary EducationAge 13

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


KM1A

Deutsch

Pak je boek en Ipad er alvast bij en op je plek zitten.


Absentiecheck

Wilkommen!



  • Doel van vandaag

    • Toets bespreken

    • Instructie

    • Aan het werk

    • Les afsluiten





HET ELEMENT

VISUALISEREN

INSTRUCTIE

AAN HET WERK

AFSLUITEN

PROGRAMM DIESER STUNDE


PROGRAMMA VAN DE LES


LESDOELEN

Je leert tijdens deze les o.a.:

Hoe heb ik mijn toets heb gemaakt, waar ik de meeste fouten heb gemaakt en op welke manier ik de volgende keer het beste kan leren om een voldoende te halen.


Hoe ik het geslacht van het zelfstandig naamwoord kan bepalen met behulp van opdracht 17 18 en 19. Dit checken wij aan het eind van de les door een korte test.


Wanneer je klaar bent check je alle eerdere opdrachten hebt gemaakt. 1/2/4/5/6/7/8/10/11/13/14/15

HET ELEMENT

Je gaat nu zo je eigen toets nog een keer nakijken.

Na het nakijken beantwoord je de volgende vragen om zelf te kijken waar het mis is gegaan en wat je moet doen om de volgende keer.


  1. Vind je zelf dat je goed hebt geleerd voor de toets, leg uit waarom.

  2. Op welk onderdeel is het mis gegaan. Hoe zou dit komen denk je?

  3. Wat zou je kunnen doen voor de volgende keer om dit onderdeel beter te kunnen maken?

  4. Zijn er nog andere manieren van leren voor de toets? Welke heb jij gebruikt?



  1. Vind je zelf dat je goed hebt geleerd voor de toets, leg uit waarom.

  1. Samen

  2. Grappig

  3. Vaak

  4. Welke

  5. Vandaag

  6. Boek

  7. Mobieltje

  8. Helaas

  9. Misschien

  10. Bijvoorbeeld

  11. Al

  12. Soms

  13. Nu

  14. Laatste

  15. Altijd




  1. der Jungen

  2. der Cousin

  3. der Stiefvater

  4. die Halbschwester

  5. die Familie

  6. das Kind

  7. machen

  8. haben

  9. lieben

  10. wohnen

  11. sein

  12. die Tante

  13. das Mädchen

  14. nicht

  15. groß




  1. Ich bin

  2. Du bist

  3. Es hat

  4. Er ist

  5. Wir sind

  6. Sie sind

  7. Ihr habt

  8. Sie haben

  9. Wir haben








  1. Doei!

  2. Heb je broers en zussen?

  3. Ja, ik heb drie broers en zussen.

  4. Hoe heet u? Mijn naam is Dora.

  5. Mijn Zus heet Lea en ze is erg aardig.

  1. Wat is volgens jou goed gegaan tijdens de toets?

  1. Op welk onderdeel is het mis gegaan. Hoe zou dit komen denk je?

  1. Wat zou je kunnen doen voor de volgende keer om dit onderdeel beter te kunnen maken?

Hoe kan je leren voor de toets? op welke manier doe jij het?


Tips


  1. Overhoor jezelf! Leg bijvoorbeeld een blaadje op de te leren woordjes en probeer ze te schrijven.

  2. Herhaal! Hoe vaker je het herhaald, hoe beter je het leert. 1 Dag van te voren zorgt ervoor dat je vaak dingen niet (helemaal) meer weet tijdens de toets.

  3. Hussel de woordjes. Dit maakt het lastiger en zorgt ervoor dat je beter na moet denken.

  4. Bouw hints af. Eerst met boek, daarna steeds minder proberen te gebruiken.

  5. Leer met vrienden. Overhoor elkaar.


Instructie

Kapitel 3 Seite 82/83 Onderdeel E


  • Lees eerst de stof in het groene vakje en maak opdracht 17. Dit doe je zelfstandig.

  • Na 5 minute bepreken wij de opdracht en maak je opdracht 18 en 19


AFSLUITEN


Aan het eind van de les kon je checken wanneer een woord een bepaald geslacht had.

  • Kleines check

    • Hw









HET ELEMENT

VISUALISEREN

INSTRUCTIE

AAN HET WERK

AFSLUITEN


AAN HET WERK

Je maakt de volgende opdrachten zelfstandig

  • Opdrachten 18/20/24 Bepreken na de timer


Klaar? Lever opgave 20 in via magister!

https://duits.net/oefeningen/vervoeging/regelmatige/

Woordjes oefenen