cross

JSF 6.4

Hoe noemt men iemand die de politie net heeft aangehouden?
A
Een verdachte
B
Een pleger van een strafbare feit
C
Een dader van een strafbare feit
D
Een misdrijfpleger
1 / 30
volgende
Slide 1: Quizvraag
StrafrechtTertiary Education

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Hoe noemt men iemand die de politie net heeft aangehouden?
A
Een verdachte
B
Een pleger van een strafbare feit
C
Een dader van een strafbare feit
D
Een misdrijfpleger

Slide 1 - Quizvraag

Een Italiaan pleegt een bankoverval bij Girobank Scharloo. Geldt het Wetboek van Sr. voor hem?
A
Ja, territorialiteitsbeginsel
B
Nee, hij moet naar de rechter van zijn land
C
Ja, nationaliteitsbeginsel
D
Ja, universaliteitsbeginsel

Slide 2 - Quizvraag

Het woord "diefstal" in artikel 2:288 Sr is de
A
Sanctienorm
B
Kwalificatie
C
Delictomschrijving
D
Strafbepaling

Slide 3 - Quizvraag

Iemand kan alleen worden gestraft als hij voldoet aan alle
A
Elementen
B
Strafbepalingen
C
Strafbare feiten
D
Bestanddelen

Slide 4 - Quizvraag

In dit arrest bepaalde de Hoge Raad wat "enig goed" in artikel 2:288 Sr betekent:
A
De Hollende kleurling
B
De Hoornse taart
C
Electriciteitsarrest
D
Veearts

Slide 5 - Quizvraag

Wat is GEEN voorwaarde voor een strafbare poging
A
De uitvoering is gestart
B
De dader wil de strafbare feit plegen
C
buiten de wil van de dader
D
De dader krijgt zelf spijt

Slide 6 - Quizvraag

De twee elementen zijn: schuld en ....

Slide 7 - Open vraag

Voorwaardelijk opzet is: roekeloos zijn en risico nemen dat iemand anders slachtoffer wordt.
A
Electriciteitsarrest
B
Hoornse taart-arrest
C
Melk en water-arrest
D
Gif in melk-arrest

Slide 8 - Quizvraag

Bij welk doel van het straffen wil men de dader laten boeten voor wat hij heeft gedaan?
A
Vergelding
B
Generale preventie
C
Resocialisatie
D
Speciale preventie

Slide 9 - Quizvraag

Wie kan niet worden gestraft volgens het Wetboek van Sr?
A
Jolien, van 22 jaar
B
Wouter, van 95 jaar
C
Piet, van 13 jaar
D
De zeer kinderachtige Nina, van 20 jaar

Slide 10 - Quizvraag

Hoe noem je het een burger het recht in eigen handen wil nemen?

Slide 11 - Open vraag

Pim wordt bedreigd door Leo en doet hierdoor mee aan een overval. Leo is een
A
Doen pleger
B
Medeplichtige
C
Uitlokker
D
Deelnemer

Slide 12 - Quizvraag

Wim denkt dat iedereen een vijand is die hem wil doden. Daarom steekt hij de postbode met een mes. Dit komt door
A
Psychische overmacht
B
Ontoerekenbaarheid
C
Psychologische overmacht
D
Noodweerexces

Slide 13 - Quizvraag

In het arrest van de melkboer die water gooide in het melk, zei de Hoge Raad dat zijn knecht
A
ook schuldig was
B
avas moet krijgen
C
uitgelokt werd
D
een ambtelijk bevel volgde

Slide 14 - Quizvraag

Wat voor straf zal de rechter waarschijnlijk geven aan een first offender bij een "kleine" misdrijf?

Slide 15 - Open vraag

Welke straf hoort niet bij een overtreding?
A
Gevangenisstraf
B
Taakstraf
C
Hechtenis
D
Geldboete

Slide 16 - Quizvraag

Welke garantie geeft artikel 1:1 Sr aan de burger
A
geen terugwerkende kracht van straffen
B
Een dief moet wederrechtelijk handelen
C
geen verdachte zonder bewijs arresteren
D
De politie kan geen dwangmiddel gebruiken

Slide 17 - Quizvraag

Bij een redelijk vermoeden van schuld, mag iemand worden aangehouden. Dit is een regel van
A
Privaatrecht
B
de Algemene bepalingen
C
Materieel Strafrecht
D
Formeel strafrecht

Slide 18 - Quizvraag

"krijgt een gevangenisstraf van 4 jaar of een geldboete van de vierde categorie" Dit is een
A
Strafbepaling
B
Sanctienorm
C
Straf en geldboete
D
Kwalificatie van straf

Slide 19 - Quizvraag

Als een daad in strijd is met de wet, dan is deze daad
A
wederrechtelijk
B
een element
C
een strafbare gebeurtenis
D
een bestanddeel

Slide 20 - Quizvraag

Roy en Ben plegen een "atrako" bij een toko. Terwijl Roy in een karategevecht is met de chinese eigenaar, pakt ben al het geld. Wat Roy hier doet heet:
A
Uitlokken
B
Doen plegen
C
Medeplegen
D
Noodweer

Slide 21 - Quizvraag

Pol legt een geweer tegen het hoofd van Guy en schreeuwt: "pak die diamanten ring of ik schiet"
Guy steelt de ring. Voor de rechter kan Guy zich beroepen op
A
Noodweer
B
Psychische overmacht
C
Ontoerekenbaarheid
D
Wettelijk voorschrift

Slide 22 - Quizvraag

Anna (36 jaar) gelooft dat alle kleine meisjes haar overleden dochter zijn. Ze neemt haar buurmeisje Stefany (3 jaar) mee en verschuilt haar voor een week. Zij zorgt wel goed voor het meisje. Wat zal de rechter een geschikte straf vinden voor Anna?
A
Levenslange gevangenisstraf
B
Een korte gevangenisstraf
C
tbs
D
hechtenis

Slide 23 - Quizvraag

Mia belooft 1000 gulden aan Wim, als hij haar ex flink mishandelt. Wim gaat naar het huis van de ex, maar als hij ziet dat de man sterk is, durft hij niet meer en hij loopt weg. Waarvan kan Mia worden beschuldigd?
A
Van doen plegen
B
Van mishandeling
C
Van uitlokking
D
Van niks

Slide 24 - Quizvraag

Hier staan de vormen van deelneming. Welke past hier NIET bij?
A
Iemand uitlokken
B
Helpen voorbereiden
C
Medeplichtigheid
D
Medeplegen

Slide 25 - Quizvraag

Het strafdoel waarbij de rechter een zware straf oplegt om de dader te laten voelen, heet

Slide 26 - Open vraag

Bij welke daders mag de rechter kiezen of hij wel of geen kinderstrafrecht toepast?
A
16 tot 19 jaar
B
17 tot 20 jaar
C
16 tot 20 jaar
D
17 tot 21 jaar

Slide 27 - Quizvraag

Waarvoor staat de afkorting avas?
A
afwezigheid van alle schuld
B
afwezigheid van alle schulduitsluiting
C
afwezigheid van alle sancties, vrijspraak
D
afwezigheid van alle strafgronden

Slide 28 - Quizvraag

Met welke straf moet de dader eerst zelf instemmen?
A
geldboete
B
werkstraf
C
taakstraf hoger dan 240 uren
D
hechtenis

Slide 29 - Quizvraag

Welke maatregel wordt een dader opgelegd die vanwege zijn psychische toestand gevaarlijk is voor de samenleving?
A
tbs
B
onttrekken aan het verkeer
C
plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
D
levenslange gevangenisstraf

Slide 30 - Quizvraag