De overheid

De overheid
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
ECORSecundair onderwijs

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

De overheid

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Hier wordt gepolsd naar de voorkennis. Is er nog iemand die nog iets weet van het leerpad?

Slide 3 - Video

Filmpje laten bekijken om de indeling van België aan te tonen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet de overheid
  1. Organiseert de samenleving:
        zorgt voor goederen en diensten zoals wegen, onderwijs,              gezondheidszorg, politie, leger en justitie,... 

    2. ze herverdeelt de inkomens zodat iedereen een                                   menswaardig leven kan leiden.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie is de overheid
verschillende niveaus:
  • de centrale overheid: de federale overheid en de RSZ
  • de regionale overheid: de Vlaamse, Waalse of Brusselse overheid
  • de lokale overheden: de gemeenten en de provincies


  • de Europese Unie (EU)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeelden overlopen maar niet te lang bij stilstaan.
Soort overheid
  • Wie kiest de overheid?
  • uitgebreide overheid: veel taken
                             veel geld voor nodig
                                                     betalen van belastingen en RSZ

Slide 8 - Tekstslide

Wie bepaalt wie in de regering zit: wij (grotendeels)
onze overheid heeft veel taken: onderwijs, gezondheid, infrastructuur...
belastingen: op ons loon, btw
Sociale zekerheid: wordt afgetrokken van ons loon
Beslissingen worden genomen door te discussiëren, meerderheid beslist.

A
Gemeenten & steden
B
Provincie
C
Overheid
D
Gemeenschap

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Gemeenten en steden
B
Provincie
C
Overheid
D
Gemeenschap

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


A
Gemeenten en steden
B
Provincie
C
Overheid
D
Gemeenschap

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie wordt bedoeld met de lokale overheid?
A
De EU
B
De Vlaamse overheid
C
De provincies
D
De gemeenten en provincies

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke overheid zet het rampenplan in werking bij een overstroming?
A
De federale overheid
B
De vlaamse overheid
C
De gemeenten
D
De provincies

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom betalen we belastingen?
A
Belasting is wat we betalen voor een beschaafde samenleving.
B
We betalen belastingen om de rijken nog rijker te maken.
C
We betalen belastingen omdat nu eenmaal niets zeker is, behalve dood en belastingen.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is volgende uitspraak juist of fout?

In Europa zijn de meeste mensen voorstander van een zo klein mogelijke overheid. Dit betekent dat de overheid enkel moet zorgen voor je veiligheid en voor de bescherming van je eigendom.
A
Juist
B
Fout

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iedereen moet zelf genoeg sparen voor zijn pensioen tijdens de periode dat hij of zij werkt.
Eens je met pensioen bent, moet je van je spaargeld kunnen leven zonder dat de overheid je helpt.
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Iedereen moet zelf een verzekering afsluiten om zijn ziekenhuiskosten te kunnen betalen. Het is niet aan de overheid om daarvoor te zorgen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Als iemand zijn job verliest, moet de overheid zorgen voor een werkloosheidsuitkering.
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Als je job verliest, heb je recht op een werkloosheidsuitkering. Het is wel maar normaal dat dit beperkt is in de tijd.
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Iemand die niet gewerkt heeft, heeft geen recht op pensioen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Inkomsten en uitgaven van de overheid

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inkomsten
De inkomsten komen vooral uit:
  • belastingen
  • sociale bijdragen

Maar er zijn ook andere inkomsten:
  • erfbelasting: belasting op een erfenis wanneer iemand sterft.
  • registratiebelasting: wanneer je een huis of grond koopt moet je ook belasting betalen.



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten belastingen
  • Personenbelasting: betaal je op je inkomen (loon)
  • Vennootschapsbelasting: ondernemingen moeten deze belasting betalen op hun winst.
  • btw: belasting die je betaalt wanneer je iets koopt
  • accijnzen: vorm van belasting dat je betaalt op alcohol, tabak en brandstof.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale bijdragen 
  • Wat: maakt de gezondheidszorgen betaalbaar

  • werkgeversbijdrage: voor elke persoon dat een bedrijf in dienst neemt betaalt hij bijdrage voor de sociale zekerheid.
  • Werknemersbijdrage: bij elke werknemer wordt er 13,07% in mindering gebracht op zijn loon.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitgaven
Minimale overheid
Uitgebreide overheid
- algemeen bestuur
- openbare orde
- defensie

- algemeen bestuur
- openbare orde
- defensie
- sociale bescherming (pensioen,
  werkloosheidsuitkering, kindergeld...)
  1/3 van de uitgaven

- Gezondheid, cultuur, onderwijs, huisvesting, milieu...

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De begroting

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de begroting?
Dit is een overzicht van de inkomsten en de uitgaven van de overheid.

Elke inkomst en uitgave heeft een invloed op:
  • de koopkracht van de bevolking: hoeveel kan je kopen met je loon.
  • de populariteit van de overheid
  • het begrotingsresultaat: ideaal --> inkomsten >uitgaven.
       In werkelijkheid: uitgaven > inkomsten

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de belasting die werknemers betalen op hun inkomen?
A
Venootschapsbelasting
B
taksen
C
Sociale zekerheid
D
Personenbelasting

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Meer dan 1/3 van de uitgaven van de overheid gaat naar sociale zekerheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je nettoloon =
brutoloon - belastingen - RSZ
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk vervangingsinkomen ontvang je van de overheid wanneer je te oud bent om te werken?

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het overzicht van de inkomsten en uitgaven van de overheid noemt men
A
het budget
B
de overzichtsbalans
C
de begroting
D
het gat in de begroting

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemt men de belasting die je moet betalen bij de aankoop van een huis of grond?
A
erfbelasting
B
registratiebelasting
C
personenbelasting
D
accijnzen

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet de belasting die een bedrijf betaalt op haar winst?
A
Personenbelasting
B
btw
C
vennootschapsbelasting
D
registratiebelasting

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen uitgave van de sociale zekerheid?
A
pensioenen
B
het loon van een werknemer
C
werkloosheidsuitkering
D
ziekteuitkering

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je iets koopt in de winkel betaal je daar ook belasting op. Hoe heet die belasting?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen uitgave van de overheid
A
het loon van leerkrachten
B
wapens voor het leger
C
het loon van een advocaat
D
het loon van een rechter

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies