3.2 Waarvoor zou je sparen?

3 De bank en jouw geld
3.2 Waarvoor zou je sparen?
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

3 De bank en jouw geld
3.2 Waarvoor zou je sparen?

Slide 1 - Tekstslide

Is dit een voorbeeld van directe of indirecte ruil
A
Directe ruil
B
Indirecte ruil

Slide 2 - Quizvraag

Welk soort geld was een bankbiljet?
A
Giraal
B
Chartaal

Slide 3 - Quizvraag

Wat voor soort ruil zie je hiernaast?
A
Directe ruil
B
Indirecte ruil
C
Girale ruil
D
Chartale ruil

Slide 4 - Quizvraag

Sofian rekent bij de kassa af met zijn mobiel. Hier is sprake van...
A
Chartaal geld
B
Giraal geld

Slide 5 - Quizvraag

Wat gaan we vandaag doen?
Je leert:
- welke spaarmotieven je kunt hebben
- wat voor verschillen er in spaarrekeningen zijn
- hoe je enkelvoudige rente berekent 
- wat het gevolg is van inflatie voor je spaargeld

Opdrachten maken

Slide 6 - Tekstslide

Spaarmotieven
Spaarmotieven                     sparen voor een doel
(reden om te sparen)          sparen uit voorzorg
                                                     sparen voor de rente

Soorten spaarrekening       Gewone spaarrekening
                                                     Spaardeposito (tijdelijk vastzetten)

   

Slide 7 - Tekstslide

Als ik spaar voor een nieuwe auto, dan spaar ik voor een?
A
doel
B
voorzorg
C
rente

Slide 8 - Quizvraag

Rente
Rente                                vergoeding over je spaargeld
                                             afgesproken percentage

Enkelvoudige rente      rentepercentage : 100 x spaarbedrag    of
                                               spaarbedrag : 100 x rentepercentage

Slide 9 - Tekstslide

Jermo heeft €2.000 op een spaarrekening staan. De bank geeft 0,5% rente. Hoeveel rente ontvangt Jermo na 1 jaar?

Slide 10 - Open vraag

Inflatie
De prijzen stijgen
Je spaargeld wordt minder waard
Als de inflatie hoger is dan de rente op je spaarrekening, dan neemt de koopkracht van je spaargeld af

Slide 11 - Tekstslide

Opdrachten maken
Maak de opdrachten van paragraaf 3.1 en 3.2 af

Huiswerk volgende week dinsdag

Slide 12 - Tekstslide