H1.3 De categoriale inkomensverdeling

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Categoriale inkomensverdeling: hoeveel procent                                                      van het totale inkomen wordt verdiend met de                                                  verschillende productiefactoren. 
Produceren: het toevoegen van waarde aan de                                            inkoopwaarde van de grondstoffen en hulpstoffen. 
Toegevoegde waarde: is gelijk aan de omzet minus                                                        de inkoopwaarde van grondstoffen en hulpstoffen. 



Slide 2 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Het aandeel van de productiefactor ''ondernemerschap''



Winstquote: is een restfactor

Slide 3 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Het aandeel van de productiefactor arbeid:
- Voor bestedingen
- Voor nieuwe investeringen

Slide 4 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Loonaandeel: het aandeel dat de productiefactor                                                    arbeid heeft in de totale productiefactoren.
Loonquote: hoeveel procent van het totaal verdiende                                          inkomen naar de werknemers (in loondienst) gaat.



netto toegevoegde waarde bedrijven = optelsom primaire inkomens 

Slide 5 - Tekstslide

Categoriale inkomensverdeling
Arbeidsinkomenquote (aiq): je kijkt niet alleen naar hoeveel inkomen er naar de werknemers gaat, maar je houdt ook rekening met de zelfstandige ondernemers die arbeid leveren.

                                                                                                                                                    Loonquote van de overheid:

netto toegevoegde waarde overheid = totaal ambtenarensalarissen

Slide 6 - Tekstslide

loonquote
winstquote
aiq
loonquote overheid

Slide 7 - Sleepvraag

Waar bestaat arbeidsinkomen uit?

Slide 8 - Open vraag

Wat is de formule van de arbeidsinkomensquote (AIQ) ?

Slide 9 - Open vraag

Welke beloningen horen bij het kapitaalinkomen?

Slide 10 - Open vraag

Nationaal inkomen
Arbeidsinkomen (AIQ)
  • Loon en winst zelfstandigen. 
Kapitaalinkomen (KIQ)
  • Huur, Pacht, Rente en winst. 
Samen 100%


Slide 11 - Tekstslide

Waarom willen de AIQ en KIQ berekenen?

Slide 12 - Open vraag

Betekenis
Arbeidsintensief
  • Veel gebruik van de productiefactor arbeid. 
  • Beloning
  • AIQ daalt als de beloning achterblijft bij de arbeidsproductiviteit. 
Kapitaalintensief
  • Veel gebruik van de productiefactor kapitaal. 
  • Ook veel winst hoort hierbij. 

Slide 13 - Tekstslide

Stel de bestedingen stijgen, wat gebeurt er dan op korte termijn met de AIQ?

Slide 14 - Open vraag

Wat is het verband tussen een hoge AIQ en investeringen?

Slide 15 - Open vraag

Daling arbeidsinkomensquote OESO-landen
  • Arbeid is minder vast, meer flexibel. 
  • Kwaliteit kapitaalgoederen is gestegen. Bij dezelfde kapitaalintensiteit minder arbeid --> stijging arbeidsproductiviteit, loongroei achter --> en daling rente zorgt ervoor dat financiering kapitaalgoederen goedkoper is. 
  • Arbeidsintensieve productie naar lagelonenlanden --> deze dreiging zorgt voor lagere looneisen. 
  • Maximaliseren waarde voor aandeelhouders --> lage lonen. 

Slide 16 - Tekstslide

Een lage arbeidsinkomensquote is positief voor de kapitaalinkomens. Wat is hiervan de keerzijde voor de economie?

Slide 17 - Open vraag

Arbeidsinkomensquote en inkomensongelijkheid
Daling? --> toenemende inkomensongelijkheid. 
Gini-coëfficiënt stijgt (grotere inkomensongelijkheid)
Arbeidsinkomen en kapitaalinkomen
  • Kapitaal minder belast. 
  • Laaggeschoolde arbeid krijgt er steeds minder bij en nadelige effecten robotisering, globalisering en flexibilisering. 


Slide 18 - Tekstslide

Personele inkomensverdeling
Gini-coëfficiënt: dit getal zegt iets over                                        Formule                      de scheefheid van de verdeling. 
- Waarde is 0: dan is er geen oppervlakte A
- Waarde is 1: dan is de oppervlakte A gelijk aan de                                                             hele driehoek onder de gelijke inkomensverdeling 
                                               

Slide 19 - Tekstslide

Hoeveel procent van het primaire inkomen wordt verdiend door de rijkste 20% van dit land?

Slide 20 - Open vraag

Slide 21 - Video