HV3 P5.3 Ioniserende straling in het ziekenhuis

P5.3 Ioniserende straling in het ziekenhuis
hv 3 - natuurkunde overal
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

P5.3 Ioniserende straling in het ziekenhuis
hv 3 - natuurkunde overal

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen P5.3
  1. Hoe wordt ioniserende straling in het ziekenhuis gebruikt
  2. hoe wordt ioniserende straling gebruikt bij het stellen van een diagnose
  3. hoe wordt ionisernde straling gebruikt bij het behandelen
  4. wat is het verschil tussen bestraling en besmetting

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Invulsamenvatting
Na de les ga je de samenvatting invullen tot zover je informatie hebt gekregen. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom gebruiken we ionisernde straling?
Ioniserende straling KAN schadelijk voor je zijn. Je loopt een verhoogd risico op bijvoorbeeld kanker. Toch gebruiken we het in het ziekenhuis om diagnose te stellen of te behandelen.

Soms moet de arts een keuze maken; is de kwaal erg genoeg om dit middel in te zetten?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose (kijken) met rontgenstraling
  • altijd uitwendig
  • bot heeft een hoge dichtheid en kleurt wit, tumoren hebben ook een hogere dichtheid dan gezond weefsel.
    (absorbeerd meer straling dan de omgeving)
  • foto geeft beeld in 2d
  • CT-scan geeft beeld in 3d - hoe?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose (kijken) met rontgenstraling
  • CT-scan geeft beeld in 3d - hoe?
  • maakt 'plakjes'  van je lichaam

je ontvangt méér rontgenstraling dan bij een gewone rontgenfoto

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

werking CT scan

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose (kijken) met tracers
  • tracer = licht radioactieve stof gekoppeld aan suikers
    (jodium speciaal voor de schildklier)
  • wordt ingespoten in je bloed of je ademt het in in je longen
  • de tracer zendt een signaal naar buiten je lichaam, daar wordt het opgevangen en met behulp van een PET-scan bepaald waar het precies vandaan kwam. 

Kiezen we alpha, beta of gammastraling voor de tracer? En waarom?

Slide 8 - Tekstslide

tip: denk aan het doordringend vermogen en aan het ioniserend vermogen.

1. het doordringend vermogen moet hoog genoeg zijn om je lichaam uit te treden en daar door een camera te worden opgevangen
2. het ioniserend vermogen moet laag zijn. Het gaat om diagnose dus er mag eigenlijk niets kapot gaan.
een tracer zendt ..... straling uit.
A
alpha
B
beta
C
gamma

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Echografie
  • werkt met geluid en niet met straling
  • Echografie is niet gevaarlijk, en wordt daarom gebruikt om de foetus te onderzoeken
  • Het is wel beeldvorming, en moet je (helaas, haha) ook kennen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je een been hebt gebroken kies je voor:
A
rontgenfoto
B
ct-scan
C
PET-scan

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de arts een trombose vermoedt (bloedpropje in je bloedvat) kies je voor een:
A
rontgenfoto
B
ct-scan
C
PET-scan

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de arts wil kijken of je uitzaaiingen van een tumor hebt kies je voor:
A
rontgenfoto
B
ct-scan
C
PET-scan

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling uitwendig bestralen
  1. de radioactieve bron draait om de tumor (om je lichaam heen)
  2. de tumor ontvangt alle straling
  3. het gezonde weefsel ontvangt maar 
    een beetje

Wat zou er gebeuren als de bron niet zou 
draaien?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen we alpha-, beta- of
gamma-straling
bij uitwendig bestralen?
Leg uit!

Slide 15 - Woordweb

gamma, anders is het doordringend vermogen niet goed.

We willen wel dat het de tumor stuk maakt, daarom hebben we wel meer van deze straling nodig. Daarom draait de bron ook rond.
Behandeling inwendig bestralen
  1. Bij inwendige bestraling wordt de radioactieve bron in de tumor gebracht. 
  2. De patient is nu besmet!

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen we alpha-, beta- of
gamma-straling
bij inwendig bestralen?
Leg uit!

Slide 17 - Woordweb

alpha, we willen dat de straling alleen dichtbij de schade aanricht. En alpha heeft het laagste doordringend vermogen.

Bijkomend voordeel: we hebben er maar weinig van nodig omdat het ioniserend vermogen heel hoog is.
Het effect van bestralen
  1. Het weefsel raakt beschadigd, en zal afsterven. Het lichaam ruimt de dode cellen op.
  2. Gezond weefsel raakt ook beschadigd
  3. Het kan zijn dat niet alle tumorcellen bestraald worden, dan blijft er nog een stukje achter wat opnieuw gaat groeien.....

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je over de gang op de röntgenafdeling in het ziekenhuis loopt wordt je besmet
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Na uitwendige bestraling van een tumor ben je
A
bestraald
B
besmet
C
beide
D
geen van beide

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

na inwendige bestraling van een tumor ben je
A
bestraald
B
besmet
C
beide
D
geen van beide

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

medewerkers in het ziekenhuis die de röntgenfoto's maken lopen risico op
A
bestraling
B
besmetting
C
beide
D
geen van beide

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je een behandeling hebt gekregen waarbij een radioactieve stof in je bloed is gespoten, mag je een paar dagen niet in de buurt van anderen komen. Dit komt omdat je bent
A
bestraald
B
besmet

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bestraling of besmetting
Als je bestraald bent, ben je zelf geen gevaar voor de omgeving.
Als je besmet bent, ben je wel een gevaar voor de omgeving.

Je bent besmet als je zelf straling uitzendt. De radioactieve bronnen zitten op je huid of in je lichaam. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk:
havo boek: 43, 45, 46, 51, 53, 56, 57, 58
vwo boek: 45, 50, 51, 54, 55, 57, 58, 59

+ invulsamenvatting maken zover je kan!
(let op, pas na de les van paragraaf 5.4 moet je hem inleveren)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies