3.1 licht en beeld

              LICHT, BEELD EN SCHADUW
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

              LICHT, BEELD EN SCHADUW

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling
  • Wat is een lichtbron?
  • Wat is een natuurlijke/kunstmatige lichtbron? 
  • Wat zijn directe en indirecte lichtbronnen?
  • Wat is wit licht?
  • Wat is een spectrum?
  • Wat zijn voorbeelden van straling? 
  • Wat is absorberen?

Slide 2 - Tekstslide

schaduw 

  • Waar geen licht kan komen, ontstaat een schaduw 
  • Grote schaduw?
  • Kleine schaduw?

Slide 3 - Tekstslide

Lichtstralen
Licht schijnt op een voorwerp en wordt weerkaatst. 
Achter het voorwerp is een schaduw 

Lichtstralen - gaan altijd rechtdoor
Lichtbundel = groot aantal lichtstralen bij elkaar

Slide 4 - Tekstslide

Licht beweegt in rechte lijnen.

Slide 5 - Tekstslide

Lichtstralen teruggekaatst

Slide 6 - Tekstslide

Lichtbundels
  • Divergente lichtbundel:  Lichtstralen bewegen uit elkaar                                          (diverse kanten op)
  • Convergente lichtbundel:  Lichtstralen bewegen naar elkaar toe                   (concentreren naar een punt)
  • Evenwijdige lichtbundel:  Lichtstralen gaan niet uit elkaar. 

Slide 7 - Tekstslide

DIVERGENTE
LICHTBUNDEL
  • De meeste lichtbronnen maken een divergente bundel. 

  • Dit is een bundel die steeds groter wordt. 
Als je een zaklamp dicht bij de muur houdt is de bundel klein. Als je verder weg gaat staan wordt de bundel groter.

Slide 8 - Tekstslide

Evenwijdige lichtbundel
  • Een laser is een evenwijdige lichtbundel. 
  • Deze bundel wordt niet groter en niet kleiner. 
Dit is handig omdat deze bundel zijn energie veel langer vast houd dan een divergente bundel. Hierdoor schijnt een laser heel ver.

Slide 9 - Tekstslide

CONVERGENTE lichtbundel
  • Een bundel die steeds kleiner wordt heet een convergente bundel. 
  • De lichtbundel richt zich op een bepaald punt. Dit punt noemen we het brandpunt. Als de lichtbundel na het brandpunt verder gaat wordt deze divergent. 
Als je een vergrootglas in de zon houdt ontstaat er een convergente lichtbundel.

Slide 10 - Tekstslide

SCHADUW
Als je een ondoorzichtig voorwerp in het licht zet, laat hij geen licht door. 

Achter dit voorwerp ontstaat dan een schaduw. 

Slide 11 - Tekstslide

Schaduw groot en klein
  • lamp - divergerende lichtbundel 
  • afstand tussen lamp en voorwerp bepaald de schaduw 
  • voorwerp ver van de lamp = schaduw klein
  • voorwerp dichtbij de lamp = schaduw groot 

Slide 12 - Tekstslide

schaduw tekenen

Slide 13 - Tekstslide

Kern- en halfschaduw
Rand van de schaduw onscherp 
Grootte van de lamp
Hoe groter de lamp hoe meer halfschaduw 

Slide 14 - Tekstslide

veel halfschaduw
weinig halfschaduw

Slide 15 - Tekstslide

Lenzen

  • lenzen zorgen voor Lichtbreking 
  • Wat is lichtbreking?
  • Het van richting veranderen van licht op het grensvlak van twee stoffen 

Slide 16 - Tekstslide

licht mengen
De primaire kleuren voor licht zijn Blauw, groen en rood.
met deze primaire kleuren kun je alle andere kleuren maken

Slide 17 - Tekstslide

Hoe werkt een lens?
  • Richting van lichtstralen veranderd
  • bolle lenzen (positief)  =
      convergerende werking
  • holle lenzen (negatief) =
     divergerende werking 


Slide 18 - Tekstslide

Maken
Opdrachten 1 t/m 14

Slide 19 - Tekstslide