Europese samenwerking en de rol van Nederland

Europa en Nederland 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Europa en Nederland 

Slide 1 - Tekstslide

Nederlandse autonomie onder druk door de verandering van EG naar EU (1993) en de invoering van de euro (2002): g EU: Europa een verzameling van nationale staten of een Verenigde Staten van Europa?
democratisch tekort: relatie Europees Parlement /
Europese Commissie / Raad van Ministers


invloed op het dagelijks leven als gevolg van de
voortgaande Europese samenwerking.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

EGKS
Europese samenwerking na Tweede Wereldoorlog:
1951: Oprichting EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) --> regels maken voor kolen- en staalindustrie.
Einde maken aan vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland
Ook economisch voordeel: goedkoop aan kolen komen. 
6 landen: Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië.  

Slide 4 - Tekstslide

Door welk plan werden landen al eerder gedwongen samen te werken op economisch gebied?

Slide 5 - Open vraag

Verzoening in Verdun 1984
Franse president en Duitse bondskanselier bij herdenking van de doden tijdens beide wereldoorlogen.
Ongemakkelijk, maar vijanden hadden zich verzoend, door Europese samenwerking

Slide 6 - Tekstslide

EEG
1958: Samenwerking wordt uitgebreid: 
EEG='Europese Economische Gemeenschap' . 
- Later gaan EGKS en EEG samen in de EG (=Economische Gemeenschap) 

Vrije handel tussen landen die lid waren --> producten mochten de grens over zonder belasting te betalen. 
Europese samenwerking bleek goed voor de economie
Steeds meer landen wilden lid worden!

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het voordeel voor consumenten als producten uit andere EG-landen zonder invoerrechten Nederland binnen mogen?

Slide 9 - Open vraag

De Europese Unie
1993: Oprichting Europese Unie (EU).
Samenwerking, maar ook eenheid! 

Inwoners werden Europese burgers. 
- Iedereen dezelfde rechten.
- Iedereen mocht wonen en werken waar ze wilden. 
- Europese regels over voedsel, werktijden, veiligheid en milieu.


Slide 10 - Tekstslide

Europese Unie
Grenscontroles werden afgeschaft.
Sinds 1995 ook geen paspoort meer laten zien bij grens.

2002: Invoering Euro. Bijna alle landen deden mee. Alleen GB hield eigen munt (pond) en grenscontroles. 
Aantal lidstaten nam flink toe. Het begon bij 15 landen. 
In 2004: in 1 keer 10 landen erbij ( zie kaart blz. 161). 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Drieging Poetin!
Nu steunt de EU Oekraïne financieel en wil Oekraïne toelaten in de EU
De EU is een sterk financieel, maar zal ook meer richting samenwerking op defensiegebied gaan.  

Slide 13 - Tekstslide

1/3 van het EU-budget gaat naar landbouw
Behalve oorlog voorkomen ook honger voorkomen
Boeren krijgen gegarandeerde prijzen voor producten

Slide 14 - Tekstslide

Dagelijks leven
EU krijgt steeds meer invloed op dagelijks leven van de burgers:
- We betalen allemaal met de euro.
- EU stelt veel regels vast: kosten bellen naar buitenland, regels voor gezond voedsel en veiligheid 
- EU burgers mogen overal wonen en werken: veel Oost-Europese arbeiders werken in Nederland. 
Voordeel?
Nadeel? 

Slide 15 - Tekstslide

Bestuur van Europa
Europees parlement
- Om de 5 jaar gekozen
   (door burgers van de EU)
- Moet wetten goedkeuren
- Mag wetsvoorstellen wijzigen
  (recht van amendement)

Slide 16 - Tekstslide

Bestuur van Europa
Raad van ministers:
- Zij keuren ook wetten goed of af.
- Bestaat uit ministers van de EU landen
die namens hun regering afspraken maken

- Welke minister meedoet is afhankelijk van het onderwerp. 
Bijv. alle ministers van Landbouw samen over melkproductie. 


Slide 17 - Tekstslide

Europese Commissie
- Is het dagelijks bestuur van de EU in Brussel
- Elk EU-land wijst na verkiezing een eurocommissaris aan.
- De regeringsleiders kiezen samen de voorzitter van de EC. 
- Geeft leiding aan Europese ambtenaren
- Maakt wetsvoorstellen --> daarna ingediend bij Europees parlement en raad van ministers.
- Europees Parlement controleert de Europese Commissie. 

Slide 18 - Tekstslide

Meer of minder EU?
Altijd veel discussie over toekomst van Europa. 
Juist meer of minder Europese eenwording?

Voorstanders: samenwerking is belangrijk!
De EU moet net als de VS worden: Een '' Verenigde Staten van Europa'' als klein land ben je afhankelijk en word je niet serieus genomen door grote landen
Tegenstanders: Nederland raakt zelfstandigheid kwijt!
-Nederland kan beter alleen dingen doen.
- Europa moet weer een verzameling volledig zelfstandige staten worden. 

Slide 19 - Tekstslide

Ik ben voor een
Nexit
meer EU samenwerking
Meer EU en ook op defensiegebied

Slide 20 - Poll

Democratisch tekort
Europees parlement heeft steeds meer te zeggen gekregen.
Bij Europese verkiezingen komen maar weinig mensen opdagen. 
In 2014 nog maar 40%. 

Veel mensen weten weinig van wat er in Europa gebeurt en kennen geen Europese politici. Veel mensen hebben het gevoel dat ze niks in te brengen hebben in wat 'Brussel' bepaalt.  --> 
"Democratisch tekort!" 
Veel Europeanen voelen zich ook niet verbonden met andere Europeanen. 
Veel wordt door nationale ministers overlegd, daardoor is het soms niet duidelijk wie wat beslist

Slide 21 - Tekstslide

Wat is het Europees parlement?
A
Een instituut dat bestaat uit volksvertegenwoordigers die om de 5 jaar gekozen worden en wetten moeten goedkeuren
B
Het dagelijks bestuur van de EU in Brussel
C
Een instituut dat bestaat uit ministers van de EU landen die namens hun regering afspraken maken
D
Een instituut dat bestaat uit Europese ambtenaren die leiding geven aan de Europese Commissie

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de Euro?
A
Een organisatie die zich richt op de export van Europese producten
B
Een politieke partij die zich inzet voor Europese eenwording
C
De gezamenlijke munt van bijna alle Europese landen
D
Een Europese taal die door alle inwoners van de EU gesproken moet worden

Slide 23 - Quizvraag

Wat is de Europese Unie?
A
Een land dat bestaat uit alle Europese landen
B
Een samenwerking tussen Europese landen op economisch gebied
C
Een samenwerking tussen Europese landen waarin inwoners Europese burgers zijn geworden en dezelfde rechten hebben
D
Een militaire alliantie tussen Europese landen

Slide 24 - Quizvraag

Welke landen waren lid van de EGKS?
A
Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland
B
Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Spanje
C
Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië
D
Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië

Slide 25 - Quizvraag

Wat betekent de afkorting EGKS?
A
Europese Gemeenschap voor Kolen en Energie
B
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
C
Europese Gemeenschap voor Kolen en Gas
D
Europese Gemeenschap voor Kolen en Olie

Slide 26 - Quizvraag

Zet de Europese samenwerkingen in chronologische volgorde
1952
1958
1992
EEG
EU
EGKS

Slide 27 - Sleepvraag

Internationale samenwerking
Europese samenwerking
VN
EGKS
Veiligheidsraad
EEG
EG

Slide 28 - Sleepvraag