Verkleinwoorden: van woord naar -je
Verkleinwoorden: van woord naar -je
Deze les blijft dicht bij de woordenlijst uit Hotel Hallo. Focus op vorm en herkenning: leerlingen zien dat het verkleinwoord altijd met het lidwoord 'het' komt.
Lesdoel
Ik kan van een woord het juiste verkleinwoord maken.
Deze slide heeft geen instructies
Welke verkleinwoorden ken jij al?
Gebruik de woordwolk om voorkennis te activeren. Vraag daarna kort welke leerlingen al zien dat verkleinwoorden vaak op -je of -tje eindigen.
Hotel Hallo
We gaan blz. 20 lezen
Maar eerst wat woorden...
Deze slide heeft geen instructies
Woorden uit Hotel Hallo
Hier zie je de woorden uit deze les bij elkaar:
het bed → het bedje
de deur → het deurtje
de koffie → het koffietje
de thee → het theetje
de oma → het omaatje
de opa → het opaatje
het verhaal → het verhaaltje
Omdat het anders te vol wordt, staat de volledige lijst verdeeld over twee slides.
Woorden uit Hotel Hallo
de koek → het koekje
het kind → het kindje
de papagaai → het papagaaitje
de tas → het tasje
de hond → het hondje
de vriend → het vriendje
Nu gaan we het verhaaltje lezen op blz. 20 in het boek Hotel Hallo
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een verkleinwoord?
Een verkleinwoord maakt iets klein, lief of vriendelijk.
Vaak krijgt een woord -je, -tje of -pje.
Bij een verkleinwoord gebruik je altijd het.
Voorbeelden:
het bed → het bedje
de hond → het hondje
Leg eenvoudig uit dat verkleinwoorden niet alleen over grootte gaan. Soms klinkt het ook vriendelijker of gewoner in een gesprek.
Van het woord naar het verkleinwoord
Kijk naar het patroon:
het bed → het bedje
de koek → het koekje
het kind → het kindje
de hond → het hondje
Benadruk dat het lidwoord kan veranderen: 'de hond' wordt 'het hondje'. Dat is vaak een belangrijk NT2-punt.
Woorden met -je
Veel woorden krijgen gewoon -je.
het bed → het bedje
de koek → het koekje
het kind → het kindje
de hond → het hondje
de vriend → het vriendje
Laat leerlingen horen dat de laatste klank vaak helpt: korte, duidelijke woorden krijgen vaak -je.
Welk lidwoord gebruik je altijd bij een verkleinwoord?
de
een
het
dit
Sluit aan op de kern van slides 2-4: bij verkleinwoorden wordt het lidwoord altijd 'het'.
Maak de verkleinwoorden af
In deze les leer je verkleinwoorden. Van het woord bed maak je bedje. Van hond maak je hondje. Bij elk verkleinwoord gebruik je het.
Controleer of leerlingen zowel de vorm als het vaste lidwoord herkennen.
Woorden met -tje
Sommige woorden krijgen -tje.
de koffie → het koffietje
de thee → het theetje
de oma → het omaatje
de opa → het opaatje
het verhaal → het verhaaltje
Wijs op woorden die eindigen op een klinker, zoals koffie, thee, oma en opa. Houd het praktisch; volledige spellingsregels zijn hier niet nodig.
Nog meer voorbeelden
de deur → het deurtje
de tas → het tasje
de papagaai → het papagaaitje
Noem dat niet elk woord precies hetzelfde verandert. Leerlingen oefenen hier vooral met herkennen en onthouden van veelvoorkomende vormen.
Wat verandert er altijd?
Bij verkleinwoorden zie je twee vaste dingen:
het woord krijgt een uitgang, zoals -je of -tje
het lidwoord wordt altijd het
Voorbeelden:
de deur → het deurtje
de tas → het tasje
Deze slide is de kern van de les: vormverandering + vast lidwoord.
Wat is het verkleinwoord van oma?
het omaatje
het omaje
de omaatje
de omaje
Toetst de voorbeelden met -tje en herhaalt tegelijk het lidwoord 'het'.
Kies de juiste vormen
Sommige woorden krijgen -tje of een andere uitgang. Zo wordt de deur een deurtje. En van de tas maak je tasje. Het lidwoord wordt dan altijd het.
Gebaseerd op slides 5-7: uitgang verandert, maar het lidwoord wordt altijd 'het'.
Welk verkleinwoord hoort bij papagaai?
het papagaaije
de papagaaitje
het papagaaitje
het papagaajtje
Gebaseerd op de woordenlijst van Hotel Hallo op slides 8-9.
Woorden uit Hotel Hallo
In Hotel Hallo leer je deze woorden: koffietje hoort bij koffie en theetje hoort bij thee. Ook verhaaltje hoort in de lijst. Van vriend maak je vriendje.
Laat leerlingen de volledige woordenlijst actief ophalen uit de laatste twee inhoudsslides.
Begrippenlijst
verkleinwoord - een woord dat iets klein, lief of vriendelijk maakt
lidwoord - een woord zoals de of het
uitgang - het laatste stukje dat je aan een woord toevoegt
-je - veelgebruikte uitgang voor een verkleinwoord
-tje - uitgang die je bij sommige woorden gebruikt
-pje - uitgang die je bij sommige woorden gebruikt
woord - een losse eenheid van taal met betekenis
'-pje' staat in de begrippenlijst als algemene uitbreiding, ook al komt die vorm niet in deze woordenlijst voor.
En nu testen wat je nog weet
De Gynzy quiz over het verhaaltje van blz. 20
Deze slide heeft geen instructies