DP3 H3 paragraaf 3.3 + 3.4

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

✍️ Startopdracht in stilte (5 minuten)
Startactiviteit BURGERSCHAP - WAT ZOU JIJ DOEN?

Een leerling maakt in de groepsapp een gemene grap over een klasgenoot. Veel mensen sturen lachende emoji's.

Kies:
A. Ik reageer niet.
B. Ik stuur ook een emoji.
C. Ik zeg dat het niet grappig is.
D. Ik stuur de leerling privé een bericht.

Schrijf: Welke keuze maak jij en waarom? Er is niet maar één goed antwoord.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  1. Startactiviteit
2. Korte terugblik
3. Media-uitingen
4. Opdrachten in het boek
5. Praktijkopdrachten
6. Exit ticket

Vandaag

HERHALEN → LEREN → OEFENEN → DOEN → TERUGKIJKEN




Slide 3 - Tekstslide

“Vorige les ging het over presenteren. Vandaag gaan we een stap verder. Je krijgt niet altijd vijf of tien minuten om iets uit te leggen. Soms moet je iemand in heel korte tijd enthousiast maken.”
🎯Leerdoelen paragraaf 3.3/3.4

Aan het einde van de les kan ik...

  • uitleggen wat een promotiemiddel is;
  • online en offline promotie herkennen;
  • promotie beoordelen;
  • een verbetervoorstel doen.

Vandaag word jij: PROMOTIE-EXPERT
Je gaat niet alleen kijken wat een bedrijf doet.
Je gaat bepalen: Werkt het eigenlijk wel?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even terug
AIDA
Waar staan de letters voor?

A – 
I – 
D – 
A – 

Extra: Welke stap betekent:
“Koop hem vandaag!”

Action

Slide 5 - Tekstslide

AIDA

Waar staan de letters voor?

A – Attention
I – Interest
D – Desire
A – Action

Extra:

Welke stap betekent:

“Koop hem vandaag!”

Action
Online of offline?
Wat zie jij vaker?

ONLINE -> TikTok – Instagram – YouTube – website – influencer

of

OFFLINE -> poster – flyer – winkel – reclamebord – etalage

Vraag -> Betekent vaker automatisch dat het ook beter is?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een promotiemiddel?
PROMOTIEMIDDEL -> Een hulpmiddel waarmee je promotie uitvoert.

Het helpt om je boodschap bij je doelgroep te krijgen.

Voorbeelden:
poster;
flyer;
socialmediapost;
website;
nieuwsbrief;
etalage;
demonstratie.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vier begrippen
PROMOTIEACTIVITEIT = De actie die je uitvoert
Bijvoorbeeld: een winactie organiseren.

PROMOTIEMIDDEL= Het hulpmiddel dat je gebruikt
Bijvoorbeeld: Instagram.

COMMUNICATIEMIDDEL= Het middel waarmee je communiceert

MEDIA-UITING= De boodschap die mensen zien of lezen.

Slide 8 - Tekstslide

Welk doel?
Situatie 1

Een nieuwe kledingwinkel opent en hangt overal posters met het logo.

Doel?

→ Bekendheid vergroten

Situatie 2

“Deze week: tweede paar schoenen 50% korting!”

→ Verkoop stimuleren

Situatie 3

Een filmpje laat zien waarom een bepaalde laptop sneller is dan andere laptops.

→ Informeren/overtuigen
Samen oefenen
Situatie
Een kledingwinkel organiseert een winactie.
Op Instagram staat:
“Win €100 shoptegoed! Volg ons en tag twee vrienden.”

Wat is...
Promotieactiviteit?
Promotiemiddel?
Media-uiting?

Slide 9 - Tekstslide

Samen oefenen
Situatie

Een kledingwinkel organiseert een winactie.

Op Instagram staat:

“Win €100 shoptegoed! Volg ons en tag twee vrienden.”

Wat is...

Promotieactiviteit?
→ winactie

Promotiemiddel?
→ social media/Instagram

Media-uiting?
→ de Instagram-post met de boodschap
Offline promotie
Promotie op een fysieke plaats (een plaats die je kunt bezoeken)
Bijvoorbeeld:
  • posters;
  • flyers;
  • folders;
  • reclameborden;
  • etalages;
  • demonstraties;
  • acties in de winkel.
Voordelen: lokaal zichtbaar – tastbaar – persoonlijk

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


1. DOEL
Is bereikt wat het bedrijf wilde?

2. DOELGROEP
Bereik je de juiste mensen?

3. PROMOTIEMIDDEL
Is het goede middel gekozen?

4. VORMGEVING EN UITSTRALING
Is het aantrekkelijk en duidelijk?

5. PLAATS EN MOMENT
Is de promotie op de goede plek en het goede moment?

6. RESULTATEN
Bijvoorbeeld:
bezoekers;
reacties;
verkopen.

7. KOSTEN
Was het het geld waard?
Was de promotie eigenlijk goed?Je kunt promotie beoordelen op 7 punten.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik bij beoordelen vooral deze vragen:

WERKT HET?
  • Bereikt het de juiste mensen?
  • Valt het op?
  • Is de boodschap duidelijk?
  • Is het goede middel gekozen?
  • Levert het iets op?
  • Is het zijn geld waard?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Online promotie
Bijvoorbeeld:
  • social media posts;
  • websites;
  • online advertenties;
  • nieuwsbrieven;
  • influencers.

Voordelen snel – groot bereik – makkelijk delen
Belangrijk -> Bedrijven combineren vaak: ONLINE + OFFLINE

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reclame keuring
Situatie
Een dure kledingwinkel wil volwassenen met een hoog inkomen bereiken.
De winkel maakt een felgekleurde flyer vol emoji's en deelt deze uit op een middelbare school.

Bespreek met je buur:
  • Wat gaat goed?
  • Wat gaat niet goed?
  • Wat zou jij veranderen?



ander promotiemiddel;
andere vormgeving.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbetervoorstellen
Een goed verbetervoorstel zegt niet alleen: “Het moet mooier.”
Dat is te vaag.

Beter:
“Gebruik minder tekst en één duidelijke afbeelding, zodat de boodschap sneller opvalt.”

Of:
“Gebruik Instagram in plaats van alleen flyers, omdat de doelgroep daar beter te bereiken is.”

Een verbetervoorstel moet passen bij: doel – doelgroep – product – budget.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken

1. Lees eerst de theorie goed (grijze gedeeltes in je boek)
2. Gebruik je markeerstift. Markeer alleen:
🟨 belangrijke begrippen & definities
🟨 stappen
🟨 dingen die je moet onthouden

Maak daarna:
  • paragraaf H3 §3.3 -  theorieopdrachten stencils 11, 12 en 14
  • paragraaf H3 §3.4 - theorieopdrachten 16 en 17
  • Praktijkopdracht  H3: opdracht  afmaken collage
👉 Eerst lezen en begrijpen
👉 Daarna opdrachten maken

Slide 16 - Tekstslide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
Zelfstandig werken

Klaar met een onderdeel?

✅ Pak het antwoordmodel bij de docent
✅ Kijk je antwoorden na
✅ Verbeter je fouten


👉 Eerst lezen & begrijpen → dan maken → daarna nakijken & verbeteren

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRAKTIJKOPDRACHT  
blz. 245 – Praktijkopdracht 9

Voer de opdracht uit volgens de instructies in je boek.

Denk tijdens het werken steeds aan:

DOEL
DOELGROEP
PROMOTIEMIDDEL
UITSTRALING

Slide 18 - Tekstslide

Tijdens zelfstandig werken

Voor basisleerlingen zou ik niet zeggen: “Markeer alles wat belangrijk is.” Dat wordt inderdaad vaak een halve gele bladzijde.

Geef liever deze instructie:

Markeer per stukje theorie maximaal drie belangrijke woorden.

En loop tijdens het werken langs met vragen als:

“Wat is hier het belangrijkste begrip?”
“Waar vind je het antwoord in de theorie?”
“Hoort dit bij voorbereiden, maken of presenteren?”
“Waarom is de doelgroep belangrijk?”
✍️Exitticket
DE PROMOTIE WERKT NIET...
Een winkel heeft 1.000 flyers laten drukken voor jongeren van 14–18 jaar.
De flyers liggen alleen achter in de winkel. Bijna niemand neemt er één mee.

Jij bent de promotiedokter.
Schrijf:

1. Wat is het probleem?
2. Wat zou jij veranderen?
3. Waarom werkt jouw oplossing waarschijnlijk beter?

Slide 19 - Tekstslide

Belangrijk

Dit is een oefenmoment, geen presentatiebeoordeling. Zo houd je de drempel voor deze groep laag.