Scrum Set-Up (alle referentie dia's)

Waarom Scrum
     Scrum is een methodiek om mensen intensief, plezierig en met veel resultaat te laten samenwerken. Het is ontwikkeld in de IT wereld waar het enorm veel wordt gebruikt. Ook andere sectoren beginnen er steeds meer mee te werken waaronder marketing, communicatie, grafische industrie, creatief design, media en ook onderwijs (vmbo, mbo en hbo).

Na elke sprint levert het team een deelproduct op dat voor de opdrachtgever waarde heeft. Opdrachtgever en toekomstige gebruikers geven hier vervolgens feedback op.
Doelen zijn:-Beter samenwerken, - beter leren, - persoonlijke ontwikkeling, - kaizen mindset.
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
xMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 53 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Waarom Scrum
     Scrum is een methodiek om mensen intensief, plezierig en met veel resultaat te laten samenwerken. Het is ontwikkeld in de IT wereld waar het enorm veel wordt gebruikt. Ook andere sectoren beginnen er steeds meer mee te werken waaronder marketing, communicatie, grafische industrie, creatief design, media en ook onderwijs (vmbo, mbo en hbo).

Na elke sprint levert het team een deelproduct op dat voor de opdrachtgever waarde heeft. Opdrachtgever en toekomstige gebruikers geven hier vervolgens feedback op.
Doelen zijn:-Beter samenwerken, - beter leren, - persoonlijke ontwikkeling, - kaizen mindset.

Slide 1 - Tekstslide

Kaizen mindset
Voortdurende verbetering in kleine stapjes.
Het hoeft niet meteen perfect, blijf verbeteren in kleine stapjes, fouten maken mag als je ze maar erkent en verbetert.

Slide 2 - Tekstslide

Wat is scrum
     De scrum methode is bedoeld om een project overzichtelijk te organiseren in teams. Een
     team pakt een project samen op, maakt de planning en verdeelt de taken.


     

Slide 3 - Tekstslide

Scrum elementen
Vier rollen:
-Team
-Scrum Master
-Super Scrum Master
-Product Owner
Zeven ceremonies
-Teamvorming
-Release Planning
-Sprint Planning
-Stand-up
-Sprint release, -Sprint review, -Sprint Retro


     

Slide 4 - Tekstslide

Sprints
     Een sprint is een deel van het project dat een bepaalde tijd duurt.
     Per sprint maakt de groep een planning. Ze noteren de taken, verdelen de taken en stellen
     prioriteiten vast.
     De groep noteert alles op een planbord en verwerkt daarop alle wijzigingen.
     Binnen scrum werkt een team in korte sprints naar een eindresultaat toe. Een sprint duurt
     meestal 1 of 2 weken. Na elke sprint verbetert het team het werk en de samenwerking.
     Elke sprint bestaat uit de volgende stappen: Werk plannen, werk uitvoeren, werk opleveren,
     terugkijken en verbeteren.
     

Slide 5 - Tekstslide

Het scrum bord
     Elk team heeft een eigen scrumbord en houdt daarop de voortgang van het werk bij. Het
     scrumbord zorgt voor focus en overzicht en maakt het makkelijk om over het werk te praten.
     Schrijf alles op post-its. Schrijf dus niet op het scrumbord zelf! Gebruik voor elk nieuw punt
     een nieuwe post-it. Dat zorgt ervoor dat je het scrumbord goed kunt bijhouden en makkelijk
     kunt aanpassen.
     Op een scrumbord hangt alles op volgorde van boven naar beneden, vaak in rijtjes naast
     elkaar. Zo is altijd duidelijk wat als eerste moet gebeuren.
     Het scrumbord zorgt voor transparantie. Iedereen kan op elk moment zien waar aan gewerkt wordt, wat af is  en wat er nog moet gebeuren.

     

Slide 6 - Tekstslide

Het scrum bord
     Het scrumbord bijhouden
     Backlog: Hier komen de doelen te staan
     To Do: Wat ga ik deze sprint/ periode oppakken
     Doing: Waar ben ik mee bezig
     Done: Wat is er klaar
     Op elke post-it note komt de naam te staan wie daar mee bezig is. Op deze manier krijgt
     iedereen een duidelijk overzicht we actief mee doet en wie niet.
     Na het werk ruim je het scrumbord weer op.

Slide 7 - Tekstslide

Rollen
     Team
     Een scrum team bestaat uit vier leerlingen met aanvullende kwaliteiten. Elk teamlid wordt
     gekozen vanwege de kwaliteiten die hij/zij wil inzetten voor het team.
     Scrum Master
     De klas nomineert de Scrum Masters: Leerlingen die hun team helpen om zo goed mogelijk te
     scrummen (en dus niet de baas zijn van hun team).
     Product Owner
     Als product Owner is de docent eindverantwoordelijk voor wat de teams maken en leren. De
     product owner maakt de product backlog. In de sprint Release leveren de teams hun werk op
     aan de product owner, die feedback geeft op de kwaliteit ervan.

Slide 8 - Tekstslide

Teamvorming
     ... Introductie
     Een scrum team bestaat uit vier mensen. Een van hen is ook scrum master. Met z'n vieren kun je makkelijk overleggen en opsplitsen in tweetallen. Een groter team is onoverzichtelijk. Een kleiner team heeft te weinig mensen om het werk te doen, zeker als een teamlid een keer afwezig is. De scrum masters kiezen teams op basis van aanvullende kwaliteiten.

Slide 9 - Tekstslide

Teamvorming
     -Moet met potlood, zet rechts je naam.
     -Vul nu de lijst in. Kies de 5 kwaliteiten die het best bij je passen. Zet
     -kruisje in de laatste kolom.
     -Je hebt hier 2 minuten voor. Na 2 minuten gaat alarm.
     -Vouw de bladzijde zo om dat de door jou ingevulde kolom met
     -kwaliteiten niet voor een ander te lezen zijn.
     -Geef de lijst aan een andere leerling die jou goed kent. Deze vult ook 5 kwaliteiten in die het 
     beste bij je passen. Weer 2 minuten, 
weer alarm. Kruisjes in voorlaatste kolom.
     -Je krijgt nu de lijst weer terug. Kies nu uit alle aangekruiste kwaliteiten de 5 kwaliteiten uit   
     die het beste bij jou passen. Weer 2 
minuten, week alarm. Kruisjes vóór de kwaliteiten.

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn je kwaliteiten?
     Zet je naam op de kwaliteitenkaart.
     Zet een kruisje bij 3 kwaliteiten waarvan je zelf vindt dat ze het beste bij je passen. Zet 
     Deze kruisjes in de laatste kolom onder "vind ik zelf".
     Vouw nu deze kolom naar achteren zodat deze niet zichtbaar is als je het vel beet houdt.

Slide 11 - Tekstslide

Wat vinden anderen je kwaliteiten?
     Laat nu je papier door de klas gaan. Laat minimaal 5 andere personen elk 3 kruisjes zetten
     bij de kwaliteiten waarvan hun vinden dat ze het beste bij je passen.
     Zodra je je kwaliteitenkaart weer terug hebt, reflecteer dan op wat er is ingevuld door je
     klasgenoten.
     Nu aan jou de taak om 3 kwaliteiten te kiezen die je als beste bij jezelf vindt passen. Je mag
     de menig van anderen laten meerekenen in je beslissing, maar dit hoeft niet.
     Als laatste vouw je het vel in de lengte door midden, zodat alleen de kwaliteiten met jouw
     drie keuzes zichtbaar zijn aan de voorkant.

Slide 12 - Tekstslide

Scrummasters kiezen
     Wat doet een scrum master
     Een scrum master zorgt dat het team optimaal kan werken. Hij of zij is het oliemannetje of olievrouwtje van het team en dus niet de baas. Dit doet een scrum master in elk geval:
-Zorgen dat het team het scrumbord en logboek bijhoudt
-Zorgen dat de ceremonies worden uitgevoerd en goed worden uitgevoerd.
Dit doet een goede scrum master ook:
-Zorgen voor energie in het team, aanmoedigen
-Zorgen voor Kaizen (voortdurende kleine verbeterstapjes) in het team
-Problemen (impediments) die het team ondervindt direct uit de weg ruimen
-Op tijd hulp vragen bij de docent

Slide 13 - Tekstslide

Scrummasters kiezen
     Wat is een scrummaster?
     Elk team heeft een eigen scrum master nodig. De scrum master zorgt dat het team zo goed
     mogelijk scrumt. De scrum master is dus niet de baas van het team en werkt gewoon mee. 
     Elk team bestaat uit maximaal 4 en minimaal 3 leerlingen.
     Hoeveel scrummasters hebben we dan nodig?
     Kwaliteiten van de scrummaster: Verantwoordelijk, betrouwbaar, doelgericht, initiatief nemen,
     oog voor het proces en positief, zorgvuldig
     Waarschijnlijk heeft niemand alle kwaliteiten, dit is dus een kans om nieuwe kwaliteiten te ontwikkelen. De docent helpt de scrum master bij hun taak.

Slide 14 - Tekstslide

Scrummasters kiezen
     Scrum masters nomineren:
     Iedereen noemt nu klassikaal zijn/haar 5 kwaliteiten (hardop en staand).
     Ik ben... en ik neem mee voor mijn team...
     De docent herhaalt naam en kwaliteiten. Iedereen luistert mee om goede scrummasters te nomineren.
     Laat de klas na denken over wie volgens hun de komende periode goede scrum masters zouden kunnen zijn.
Laat de klas nu leerlingen nomineren. Laat ze toelichten waarom ze hen nomineren. Ondertussen schrijft de docent de namen op het bord.

Slide 15 - Tekstslide

Scrummasters kiezen
     Als iemand een ander wil nomineren als scrummaster, dan kan dat nu. De gekozen
     scrummaster mag zelf aangeven of hij wel of niet een scrummaster wil zijn.
De scrum master moet verantwoordelijk zijn, dus altijd op tijd komen, altijd hun spullen bij zich hebben, altijd op tijd hun werk af hebben.

Slide 16 - Tekstslide

Teams vormen
     Iedereen legt nu hun kwaliteiten kaart dubbelgevouwen voor in de klas op de grond neer (Op
     de scrum masters na).
     Vervolgens mogen de scrum masters naar voren komen. Eén voor één mogen ze nu een
     kwaliteitenkaart kiezen als lid van hun team. De scrummasters gaan opzoek naar kwaliteiten
     die hun teams nodig heeft en die hun eigen kwaliteiten aanvult.
     Pak om de beurt een kwaliteiten kaart op. Pas als alle kaarten verdeeld zijn, mogen de namen ingekeken worden. doe dit met een neutraal gezicht en zonder commentaar.
Noem van elke kaart op van wie deze is en welke kwaliteiten je zocht voor je team in deze persoon. Laat de leerling nu naar zijn/haar team lopen.

Slide 17 - Tekstslide

Teams vormen
     Elk scrum team heeft een eigen naam. Bedenk samen een positieve, energieke naam, die je
     ook aan een buitenstaander kunt presenteren.
In het logboek noteer je de kwaliteiten van elke teamleden die ingezet gaan worden.

Slide 18 - Tekstslide

Cup game
     Doel:
-In zelforganiserende teams
-beter leren samenwerken
-Eigen proces verbeteren
-Sprints en kaizen ervaren
-Plezier & energie

Slide 19 - Tekstslide

Cup game
Vooraf
-Bouw een piramide van je bekers
Opdracht:
Keer de bekers om en stapel ze in elkaar
Regels:
-Raak de bekers alleen met het elastiekje aan
-Ieder teamlid houdt het uiteinde van een touwtje vast
-Ook een beker die valt mag alleen met het elastiekje worden opgepakt
-Niet praten tijdens het werk

Slide 20 - Tekstslide

Cup game
Werken (stapelen in stilte)

Sprint release (oplevering aantal gestapelde bekers?) 1 min.
Sprint review (terugkijken op stapelen) 1 min.
Sprint retro (terugkijken op samenwerking) 1 min.

Wat ging goed, wat kan beter! Actiepunt?
Was het handig om zonder overleg aan het werk te gaan?
Eerste sprint planning!
Herhaal dit geheel voor een totaal van 3 sprints
timer
1:00

Slide 21 - Tekstslide

Cup game
Reflectie
-Wat geleerd van dit spel?
-Ritme sprints gevoeld?
-Ceremonies ervaren?
-Kaizen gevoeld?
-Wat helpt bij samenwerken?
-Belang van retro voor samenwerking?
timer
1:00

Slide 22 - Tekstslide

Release planning
Elk project of lessenserie begint met de release planning. De PO licht de opdracht, de leerdoelen, de eindoplevering en de sprinttindeling toe.    
  Wat is de opdracht:
     Bedoeling/doel, eindresultaat, eisen aan opdracht
     Waarom:
     Belang van de opdracht, wat je ervan leert, relevantie
     De tijdsplanning:
     Eindoplevering, sprint-indeling
     Klas:
     De teams stellen vragen totdat de klus duidelijk is.


Slide 23 - Tekstslide

Release planning
Opdracht
Wat zijn de leerdoelen
Wat is het belang hiervan (Voor andere vakken, voor examen, voor studie, voor later)?
Wat hebben de leerlingen geleerd, als dit af is?
Wat gaan de leerlingen aan het einde opleveren
Inleveren als team: Verslag, presentatie, film, ontwerp, product
Inleveren individueel: Toets, reflectieverslag, product, verslag
Ritme van de sprint: Verdeel als PO het project of de lessenserie in een aantal korte sprints. Er zijn goede ervaringen met sprints van 4 tot 6 lessen die 1 tot 2 weken duren. Dit is een vaste lengte per sprint.


Slide 24 - Tekstslide

Release planning

Slide 25 - Tekstslide

Release planning
     Product backlog
     De product owner geeft de teams een grove lijst met relevante stappen in het project. In open
     opdrachten werken teams in de eerste sprint mee aan het opstellen van de product backlog
     door een ijsberg of story map te maken. Zet de grote stappen van de opdracht op het
     scrumbord in de product backlog. Hang ze op volgorde onder elkaar. Zo houd je overzicht
     over het project. Zet de eindoplevering op het scrumbord. (Dit is een dynamische lijst.) Het is een geprioriteerde lijst met de grove stappen. (Plaats deze nu in de backlog)
    

Slide 26 - Tekstslide

Release planning
 Definition of done
     Wanneer is het werk echt done? De product owner vertelt aan welke eisen al het werk moet
     voldoen. De teams vullen dit zelf aan. Voorbeelden: Al het werk is getest, ieder teamlid beheerst alles, ieder teamlid kan alles uitleggen, teamleden leren van elkaars kwaliteiten, specifieke eisen aan de op te leveren producten/ te beheersen leerstof. Iedereen kan zelf ook items toevoegen, zoals iedereen heeft alle sommen gemaakt. Elk teamlid haalt een 6.7 als eindcijfer. (dit is een beheersing van 2/3 van de stof)
Wanneer is het werk eigenlijk klaar?
Wat is klaar precies?
Hoe kun je testen of je echt klaar bent?

Slide 27 - Tekstslide

Scrumbord starten
     Definition of fun
     Wat helpt het team en de teamleden om met plezier te kunnen werken en te leren? Bespreek
     met elkaar jullie definition of fun (DoF). Het gaat om serieuze zaken, waar jullie zelf invloed op
     hebben. Bijvoorbeeld: afspraken nakomen, werk eerlijk verdelen, elkaar helpen, elkaar
     aanmoedigen, concentreren, naar elkaar luisteren, eigen mening geven, complimenten geven, elkaar aanmoedigen, elkaar aanspreken, werk eerlijk verdelen, scrum master respecteren, zeggen wat je dwars zit, rustig blijven bij kritiek, problemen samen oplossen, op tijd komen, spullen meenemen, problemen melden in stand-up, vragen als je iets niet snapt, elkaar helpen, leren van elkaars kwaliteiten, kaizen mindset, enz. Tijdens het werk bespreek je regelmatig met je team of de DoF nog klopt. Zo nodig pas je samen de DoF aan. 

Slide 28 - Tekstslide

Open project: Ijsberg maken
Teams die aan dezelfde opdracht werken kunnen elk hun eigen of in goed overleg een gezamelijke ijsberg maken.
Eerst alle groepen individueel en daarna klassikaal bespreken?

Slide 29 - Tekstslide

Stakeholders
Wat zijn de belangrijkste wensen van mensen en groepen die belang hebben bij het project (stakeholders)?
Wat zijn de belangrijkste wensen van mensen en groepen die gebruik zullen maken van de resultaten van het project of er direct mee te maken zullen hebben (users)?

Slide 30 - Tekstslide

snelle manier van inleven
Noteer op een a5 in een mind-map onderstaande zaken
-naam en soort stakeholder groot in het midden
-Daarom heen: Leeftijd, woon- en leefsituatie, uiterlijk, kleding, interesses, opleiding, werkzaamheden en wat je verder nog van belang vindt om deze stakeholder voldoende te leren kennen.

Slide 31 - Tekstslide

Stakeholders
     Stakeholder betekent: Belanghebbende. Op een snelle manier breng je in kaart welke mensen
     belang hebben bij het project. Zo ontdek je met wie en waarmee je rekening moet houden.
     -Teken drie ringen op een vel A3 papier
     -Zet het project in de binnenring
     -Noteer elke mogelijke stakeholder op post-it (Welke mensen of groepen zouden belang kunnen hebben bij dit project. Welke mensen of groepen zullen met de uitkomsten van het project gaan werken of er dicht mee te maken krijgen? Discuseer niet, maar noteer elke mogelijke stakeholder op een eigen post-it. Denk verrder op elkaars ideeën.)
     -Sorteer de stakeholders in de ringen (belangrijker = dichter op project)
     -Vraag feedback op de cirkel
timer
10:00

Slide 32 - Tekstslide

Zorgvuldige manier van inleven

     Maak levensechte Avatars van de belangrijkste stakeholders en leef je goed in deze
     mensen/groepen in en hang deze op het scrumbord.
     Maak er een levensechte Avatar van, die model staat voor een groep mensen. Bedenk naam,
     leeftijd, kledingstijl, achtergrond, interesses, leefsituatie enz. Stel de stakeholders voor aan
     het team.
Deze bijna-levende personen gebruk je tijdens het werk regelmatig; zo van: wat zou meneer Jansen van dit idee vinden? Ze helpen je focussen op wat werkelijk van belang is.

Slide 33 - Tekstslide

ijsberg model
     Teken de ijsberg op papier. Zet de teksten er klein in
Leef je nu namens de users en stakeholders in. In deze ronde vul je de onderste laag van de ijsberg in. Start met de dingen die je in het project wilt uitzoeken en maken (linkerhelft)
Werk daarna uit wat je van het project moet en wilt leren. (rechter helft)
Werk in tweetallen. De een praat en denkt vanuit een bepaalde user of stakeholder. De ander  stelt vragen en schrijft elke wens op een grote postit. Zet erboven wie deze wens heeft. Wissel van rol als je geen nieuwe wensen kunt bedenken.
Praat in elk geval uitgebreid met je opdrachtgever en liefst met de hele binnenring. Vraag wat hun wensen zijn en noteer deze op postits. Leg hen dde door jullie bedachte wensen voor en ga na of jullie inschatting klopt. Pas aan en verbeter naar aanleiding van het gesprek.

Slide 34 - Tekstslide

ijsberg model
Bedenk met je team wat je zou kunnen uizoeken, ontwerpen, maken om deze wensen uit te laten komen. Schrijf elke brok werk op een eigen post-it.

Welke brokken werk zijn belangrijk om in de eerste sprint te doen? Verdeel de post-its over bovenkant van de ijsberg. (dingen die je in de eerste sprint wilt doen) en de middelste laag (werk wat later moet gebeuren). Gebruik hiervoor de linkerkant van de ijsberg

Het is goed mogelijk dat er in de loop van het project wensen bijkomen of dat wensen die onderaan staan, uiteindelijk niet belangrijk genoeg blijken om te worden uitgevoerd. De inhoud van de ijsberg kan tijdens het project dus heel goed veranderen.

Slide 35 - Tekstslide

ijsberg model
Verplichte leerdoelen
Wat moet je van dit project leren? Vraag de docent om een lijst!
Noteer elk leerdoel op een post it, gebruik een andere kleur.
Plak ze rechts in de onderste laag van de ijsberg

Eigen leerdoelen.
Wat zou je zelf van dit project willen leren?
Wat zou je team graag willen dat jij leert?
En je ouders?
Noteer enkele eigen leerdoelen op postits met je naam erbij. Plak ze rechtsonder in de ijsberg. Je weet nu wat je in het project moet en wilt leren.

Slide 36 - Tekstslide

ijsberg model
Brainstorm over brokken werk
Kijk naar de leerdoelen
bedenk met je team wat je zou kunnen doen om dit leerdoel te realiseren.
Schrijf elke brok werk op een eigen postit

Werk verdelen
Welke brokken van dit werk zijn belangrijk om in de eerste sprint te doen? Verdeel de postits over de bovenkant van de ijsberg (dingen die je in de eerste sprint wilt doen) en de middelste laag (werk wat later moet gebeuren.) Gebruik alleen de rechterkant van de ijsberg. 

Slide 37 - Tekstslide

ijsberg model
Verhuis vervolgens beide kleuren postits uit de bovenste laag van de ijsberg naar het scrumbord onder sprint backlog. Hang ze op volgorde van boven naar beneden, beide kleuren mogen door elkaar hangen.
Onder Product backlog kun je de postits uit de middenlaag van de ijsberg hangen. Net zo simpel: Hang de ijsberg naast het scrumbord.
Pak de ijsberg er bij de start van elke nieuwe sprint weer even bij.
Onderkant: Zijn we nieuwe wensen te weten gekomen? Of zijn er wensen vervallen?
Middendeel: Zijn de grote klussen die jullie bedacht hadden nog relevant? Zijn er relevante nieuwe klussen te bedenken?
Bovendeel: Welke van de grote klussen uit het middendeel voegen waarde toe in de komende sprint? Hoe kun je die splitsen in kleine concrete taken?

Slide 38 - Tekstslide

Start van elke sprint
     Sprint planning
     De product owner licht doel en opleverdatum van de eerstvolgende sprint toe. De teams
     zetten alle taken voor de sprint op post-its en splitsen deze waar nodig in kleine activiteiten.
     De taken komen geprioriteerd en voorzien van punten op het scrumbord.
     Punten pokeren
     Onder leiding van de scrum master schat het team in punten de omvang van elke taak. Deze
     schatting start met het vaststellen van een ijkpunt: een kleine bekende taak van 2 punten.
     Burn down chart
     Grafiek met verticaal het aantal punten in de sprint en horizontaal de tijdseenheid (uren of
     lessen). De aflopende lijn tussen punten en oplevering toont de ideale werksnelheid. De
     werkelijke burn down chart laat zien of het team volgens planning werkt.
Werk voor de komende sprint plannen, scrumbord inrichten

Slide 39 - Tekstslide

Sprint planning
     Richt het scrumbord in voor de (nieuwe) sprint. Haal eerst de post-its van de vorige sprint
     eraf. Zonde? Maak een foto!
    Het team zet alle taken voor de komende sprint op het scrumbord, splits grote taken, prioriteer
     en poker van elke taak de punten. Hoe kleiner, hoe beter. Een grote taak is lastig om eraan te
     beginnen. Als er aan een grote taak gewerkt wordt, weet niemand of het opschiet. Een kleine
     taak pak je veel makkelijker op. Bij kleine taken kun je vaker een post-it vervangen en veel
     beter bijhouden of het werk opschiet. 


Slide 40 - Tekstslide

Sprint planning
     Hang klussen op volgorde in sprint Backlog
     Splits de sprint Backlog in veel kleine taken
     Hang alle take nop volgorde in To Do
     Poker van de taken de punten
     Maak de Burn Down Chart
     Laat je scrumbord controleren

Slide 41 - Tekstslide

Punten pokeren
     Het team kiest een kleine taak als ijkpunt (2 punten) (taak die volgens iedereen 5 a 10 min. is)
     De scrum master noemt een taak
     Elk teamlid schat het werk, kiest het aantal punten en houdt de kaart omgekeerd klaar
     Scrum master geeft een teken
     Alle teamleden draaien tegelijk hun kaart om
     Bij groot verschil: Scrum master vraagt om toelichting, daarna opnieuw pokeren.
     Bij klein verschil: Hoogste schatting nemen
     Bij 8 punten of meer de taak splitsen
     Aantal punten noteren op post-it
     Scrum master houdt het tempo erin
Mogelijkheden: 0; 1/2; 1; 2; 3; 5; 8; 13; 20; ∞; ?;

Slide 42 - Tekstslide

Burn down chart
     De burn down chart laat zien hoeveel punten het team nog moet wegwerken tot het einde van de sprint. Het team maakt de burn down chart bij de sprint planning en werkt deze na elke stand-up bij.
Kom je er later achter dat je nog iets bent vergeten toe te voegen aan de sprint en kan dit echt niet wachten tot de volgende? Poker dan deze extra taken. Tel de extra punten en laat de Burn Down Chart net zoveel punten recht omhoog gaan. Dit heet een spike.

Slide 43 - Tekstslide

Burn down chart
-Gebruik ruitjespapier
-Tel alle punten op (Is het haalbaar om alle punten weg te werken in de sprint?)
-Teken de grafiek: Verticaal het aantal punten, horizontaal het aantal werkuren in de sprint
-Trek de schuine lijn
-Tel na elke stand-up hoeveel punten er nog te doen zijn en werk de grafiek bij
-Zit je boven de schuine lijn? Spreek dan huiswerk af. Zit je er ver onder? Check dan of het werk wel echt goed gebeurd.
-Plak de grafiek op het scrumbord

Slide 44 - Tekstslide

Burn Down Chart
Deze video is niet meer beschikbaar
Welke video was dit?

Slide 45 - Tekstslide

Sprint planning
     Defenition of done
     De DoD bescrijft de kwaliteitseisen aan de sprintoplevering. Dus: wanneer is het werkelijk
     Done, echt goed en klaar? Als je deze eisen kent, kun je beter werk opleveren. Vraag ernaar en
     zet de DoD op het scrumbord. Vul dit aan met jullie eigen eisen. Bijvoorbeeld: Creatief
     ontwerp; Iedereen een 7.

     Is alles helder? Lijkt het werk haalbaar? Is het team klaar voor de sprint? Laat het scrumbord
     checken door de docent en ga van start!

Slide 46 - Tekstslide

Sprint planning
     Defenition of fun
     Wat heeft het team nodig om plezierig te kunnen samenwerken en leren? Voorbeelden:
     


     Naar elkaar luisteren,    Werk eerlijk verdelen,     Eigen mening geven,    Afspraken nakomen,
     Complimenten geven,    Focus en concentratie,    Elkaar aanmoedigen,    Plezier bij het werk,
     Elkaar aanspreken,    Scrum Master respecteren,    Zeggen wat je dwars zit,    
     Problemen melden in Stand-up,    Rustig blijven bij kritiek,   Vragen als je iets niet snapt,
     Problemen samen oplossen,    Elkaar helpen,    Op tijd komen,    Leren van elkaars kwaliteiten,
     Spullen meenemen,    Kaizen mindset.





















































Slide 47 - Tekstslide

Midden van elke sprint
     Stand-up
     Elke les start met een stand-up van max. 5 min. Het hele team staat actief om het scrumbord.
     Zet de team tafel neer en Hang het scrumbord op
     De scrum master stelt elk teamlid drie vragen:
     1. Wat heb je klaar voor het team?
     2. Wat ga je nu doen voor het team? (Zet je naam op de post-it)
     3. Zijn er problemen of kun je verder?
     Elk teamlid beantwoordt deze vragen kort en verhangt zelf de post-its
     Als laatste doet de scrum master hetzelfde
     Tot slot vraagt de scrum master: Gaan we het halen? Werk de burn down chart bij. Als het team achter loopt op de planning vraagt de scrum master: Hoe lossen we dat op?
Werken en stand-ups
timer
5:00

Slide 48 - Tekstslide

Midden van elke sprint
     Logboek
     Na elke stand-up, review en retro werkt de scrum master het teamlogboek bij. Dit logboek is
     de basis voor het teamverslag aan het einde van het project. Hier kun je ook iedereen hun
     punten bijhouden.
     Bespreek elkaars werk en check of het voldoet aan de DoD.
     Leren in tweetallen
     Teamleden hebben de opdracht te leren van elkaars kwaliteiten. Dat lukt als ze in wisselende         tweetallen werken. Dit voorkomt ook dat het team afhankelijk wordt van een enkel teamlid.
     Done?
     Het team test het eigen werk voor de oplevering. Is het werk nu echt klaar en done? Wat valt
     er nog te verbeteren? Dit voorkomt oplevering van onaf werk.


Werken en stand-ups

Slide 49 - Tekstslide

Einde van elke sprint
     Sprint release en feedback
     Aan het einde van elke sprint levert het team een tussenproduct op. De product owner kijkt
     er kritisch naar en geeft feedback samen met andere teams. Zo weet het team of het
     inhoudelijk op niveau werkt. Na de laatste sprint levert het team het eindproduct op. De
     teamleden bewijzen dat ze individueel de stof beheersen.
Opleveren, terugkijken en verbeteren

Slide 50 - Tekstslide

Einde van elke sprint
     Sprint review (Werk ook je logboek weer bij)
     Het team kijkt terug op het opgeleverde werk en de feedback:
     -Wat hebben we over thema/ leerstof geleerd?
     -Wat beheersen we goed, wat nog niet?

     -Welke positieve feedback hebben we gekregen; wat vinden we zelf?
     -Welke 'kan beter' feedback hebben we gekregen; wat vinden we zelf?
     -Wat zijn onze verbetertaken voor het werk?
     -Wat hebben we in de sprint al goed geleerd?
     -Wat willen we nog beter leren?
     -Wat zijn onze verbetertaken voor het leren?
    Zet verbetertaken op het scrumbord.
Opleveren, terugkijken en verbeteren

Slide 51 - Tekstslide

Einde van elke sprint
     Sprint retro  (Werk ook je logboek weer bij)
     Het team kijkt terug op de eigen samenwerking en zet een actiepunt op het scrumbord.
     -Bespreek met het hele team hoe jullie in deze sprint hebben samengewerkt:
     1. Wat ging goed?
     2.Wat kan beter?
     3. Wat is ons actiepunt voor de volgende sprint? (Kies samen één actiepunt)
     Zet het actiepunt voor de volgende sprint op het scrumbord.
     Project af of niet af?
     Is het project nog niet af? Dan start de volgende sprint. Is het project af? Dan volgt de
     release planning voor het volgende project. Als het team twee projecten heeft uitgevoerd, is         het tijd om nieuwe teams te vormen.
Opleveren, terugkijken en verbeteren

Slide 52 - Tekstslide

Einde van de les
     Stand-up
     -Sta weer om het scrumbord
     -Huiswerk afspreken. Iedereen houdt in zijn/ haar eigen agenda bij wat ze de volgende keer af
       zullen hebben.
     -Scrumbord opruimen
     -Tafels opruimen

Slide 53 - Tekstslide