U1 lección 2 ¿De dónde eres?

¡Buenas tardes!
Siéntate y abre el LE (p 8) para el control de los deberes.

Ga zitten en open je LE (p 8) voor de huiswerkcontroleSchrijf ondertussen op welke dag het is (in het Spaans!)
> Hoy es ...
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

¡Buenas tardes!
Siéntate y abre el LE (p 8) para el control de los deberes.

Ga zitten en open je LE (p 8) voor de huiswerkcontroleSchrijf ondertussen op welke dag het is (in het Spaans!)
> Hoy es ...

Slide 1 - Tekstslide

Metas Doelen
Después de esta clase... Na deze les...

1. ...sé nombrar algunos países kan ik landen benoemen
2. ...sé contar la nacionalidad de alguien kan ik vertellen waar iemand vandaan komt

Slide 2 - Tekstslide

¿De dónde eres? (LT p 22)
Ejercicio 1

1. Lees de tekst.

2. Schrijf alle landen en nationaliteiten
die worden genoemd op in je schrift.

Slide 3 - Tekstslide

¡Ojo! Let op!
el chico alemán - la chica alemana

Het bijvoeglijk naamwoord verandert als diegene een meisje of een vrouw is. Het verandert ook bij meervoud (alemanes - alemanas). 

Slide 4 - Tekstslide

¿De dónde eres? (LT p 22)
El ping-pong de las nacionalidades

1. In twee/drietallen, speel het spel. Je mag 
voor deze ene keer gooien met een gum of
ander klein voorwerp (geen pennen).

2. Let op de vrouwelijke vorm!

Slide 5 - Tekstslide

¡Hasta luego!

Slide 6 - Tekstslide

Metas Doelen
Después de esta clase... Na deze les...

1. ...sé nombrar algunos países kan ik landen benoemen
2. ...sé contar la nacionalidad de alguien kan ik vertellen waar iemand vandaan komt
3. ...puedo conjugar ser, tener y llamarse kan ik de
werkwoorden zijn, hebben en heten vervoegen

Slide 7 - Tekstslide

Repaso Herhaling
  1. Yo soy una chica y soy de Holanda. Soy ...
  2. Tú eres un chico y eres de Francia. Eres ...
  3. Mi padre es de Perú. Es ...
  4. Mi madre es de Alemania. Es ...
  5. Yo soy un chico y soy de España. Soy ...

Slide 8 - Tekstslide

Ser, llamarse, tener Zijn, heten, hebben
Hoe ging deze vervoeging ook alweer?
het onderwerp van de zin
ser zijn
tener hebben
llamarse heten
yo (ik)
tú (jij)
él/ella (hij/zij)

Slide 9 - Tekstslide

Ser, llamarse, tener Zijn, heten, hebben
Antwoorden:
het onderwerp van de zin
ser zijn
tener hebben
llamarse heten
yo (ik)
soy
tengo
me llamo
tú (jij)
eres
tienes
te llamas
él/ella (hij/zij)
es
tiene
se llama

Slide 10 - Tekstslide

het onderwerp van de zin
ser zijn
tener hebben
llamarse heten
yo (ik)
soy
tengo
me llamo
tú (jij)
eres
tienes
te llamas
él/ella (hij/zij)
es
tiene
se llama

Slide 11 - Tekstslide

Ser Zijn | Ser de Komen uit
YO
soy
eres
ÉL/ELLA/USTED
es
NOSOTROS/NOSOTRAS
somos
VOSOTROS/VOSOTRAS
sois
ELLOS/ELLAS/USTEDES
son

Slide 12 - Tekstslide

Tener Hebben
YO
tengo
tienes
ÉL/ELLA/USTED
tiene
NOSOTROS/NOSOTRAS
tenemos
VOSOTROS/VOSOTRAS
tenéis
ELLOS/ELLAS/USTEDES
tienen

Slide 13 - Tekstslide

Llamarse Heten
YO
me llamo
te llamas
ÉL/ELLA/USTED
se llama
NOSOTROS/NOSOTRAS
nos llamamos
VOSOTROS/VOSOTRAS
os llamáis
ELLOS/ELLAS/USTEDES
se llaman

Slide 14 - Tekstslide

Deberes Huiswerk
- hacer y corregir: LE p 13-15 ejs 1,2,4,5,6
- estudiar: países y nacionalidades (voca)
- estudiar: LT p 27 bloques C,D,E (gramática)




Slide 15 - Tekstslide

¡Hasta luego!

Slide 16 - Tekstslide