Deel 2: JP Coen

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Ophef om het verleden (niet overnemen)
  • Is het (bijvoorbeeld) goed dat wij onze excuses aanbieden voor ons slavernijverleden?  
  • (Én) is het goed dat wij oordelen over personen in ons gedeelde verleden? 

Slide 2 - Tekstslide

Deel 2: Iemand moest het doen; Jan Pieterszoon Coen

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
  • Je kunt uitleggen wat de Moedernegotie is.
  • Je weet wat de WIC is.
  • Je weet wie Jan Pieterszoon Coen is en wat hij te maken heeft met de VOC.
Vaardigheden;
  • Je kunt een oordeel vormen over het verleden.

Slide 4 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  • Instructie Moedernegotie en de WIC.
  • Tekenen Driehoekshandel.
  • Instructie VOC + Jan Pieterszoon Coen.
  • Zelfstandig werken 2.1

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Moedernegotie 
  • De belangrijkste handel voor de Republiek.
  • Handel gericht op de Oostzee (Polen en Scandinavië).
  • Producten; graan en hout.
  • Tol betalen aan de Sont (de zee die Denemarken en Zweden van elkaar scheiden).

Slide 7 - Tekstslide

De WIC
  • Opgericht in 1621.
  • Handel op het Caribisch gebied en Zuid-Amerika.
  • Driehoekshandel (*tekening volgende dia).
  • Kaapvaart (piraterij).

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Tekstslide

Ophef om het verleden (niet overnemen)
  • Is het (bijvoorbeeld) goed dat wij onze excuses aanbieden voor ons slavernijverleden?  
  • (Én) is het goed dat wij oordelen over personen in ons gedeelde verleden? 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Jan Pieterszoon Coen (1587 – 1629)
  • Gouverneur van Indië
    (1618 - 1629);
  1. Stichter van Batavia.
  2. Batavia werd een grote handelsstad (factorij) in Indië.
  • Factorijen zijn havenplaatsen met pakhuizen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Banda-eilanden
  • Op Banda-eilanden tref je nootmuskaat aan.
  • Door de machthebbers af te slachten had Coen een monopolie gecreëerd op nootmuskaat.
  • Monopolie: het alleenrecht creëren om een bepaald product als enige te verhandelen. Voorkomen van concurrentie.

Slide 16 - Tekstslide

Enorme rijkdom
  • Zonder Coen geen specerijen en daarmee rijkdom voor de Republiek.
  • Zonder Coen geen succesvolle V.O.C.

Slide 17 - Tekstslide

Is Coen een held of een schurk?
Stelling; verdient Coen een standbeeld of moet deze verwijderd worden?

Slide 18 - Tekstslide

Zelfstandigwerken
Werken aan de topo-opdracht.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide