Ster in Lezen B les 2.4 Ik verveel me zo

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze les 
- Lezen tekst 2.4
- Vragen beantwoorden tekst 2.4 
- Zinnen maken met de woorden uit tekst 2.4 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
- Je weet wat rijmen is.
- Je leert nieuwe woorden uit de tekst.
- Je begrijpt de tekst en je kunt de vragen beantwoorden.
- Je kunt zinnen maken met de woorden uit de tekst. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Wat doe jij als je je verveelt?

Slide 5 - Woordweb

Lees de tekst.
Onderstreep moeilijke woorden. 

Slide 6 - Tekstslide

We lezen de tekst samen. 

Slide 7 - Tekstslide

Ik verveel me 

Slide 8 - Tekstslide

Het weekend 
Zaterdag en zondag 

Slide 9 - Tekstslide

Poen

Slide 10 - Tekstslide

Ik lig languit op de bank 

Slide 11 - Tekstslide

Ik ben somber 

Slide 12 - Tekstslide

De seizoenen 

Slide 13 - Tekstslide

Ik voel me verlaten 
Ik voel me alleen. 

Slide 14 - Tekstslide

Was het weekend maar voorbij 

Slide 15 - Tekstslide

- Samen lezen 

Slide 16 - Tekstslide

Maak de zin af. Kijk in de tekst.
In het weekend heb ik .....

Slide 17 - Open vraag

Ik lig op de bank ...

Slide 18 - Open vraag

In het weekend ben ik niet ...

Slide 19 - Open vraag

Niemand om mee te ...

Slide 20 - Open vraag

Ik loop van het kastje naar de ...

Slide 21 - Open vraag

Was het weekend maar ...

Slide 22 - Open vraag

Lachen en dingen samen ...

Slide 23 - Open vraag

Niet meer ik alleen, maar ...

Slide 24 - Open vraag

Zaterdag en zondag noem je het
..........

Slide 25 - Open vraag

Wat is "zin hebben"?
A
Ik wil niet.
B
Ik vind het niet leuk.
C
Ik vind het heel leuk.
D
Ik ga niet.

Slide 26 - Quizvraag

Waar zie je "somber"?
A
B
C
D

Slide 27 - Quizvraag

Wat zie je?
A
ik ben bang
B
ik ben blij
C
ik ben boos
D
ik verveel me

Slide 28 - Quizvraag

"Voorbij" is ...
A
door
B
klaar
C
voor
D
bij

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de goede zin ?
A
Ik verveel me.
B
Ik me verveel.
C
Me verveel ik.

Slide 30 - Quizvraag

Aan de slag!
Maak de opdrachten 5 en 6
Klaar?
Maak opdracht 7C en opdracht 10. 

Slide 31 - Tekstslide

Welke woorden heb jij deze les geleerd?

Slide 32 - Open vraag