Herhalingsles onvolkomen concurrentie

Onvolkomen concurrentie

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieSecundair onderwijs

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Onvolkomen concurrentie

Kenmerken van een oliopolie?

Welke markt is een voorbeeld van oligopolie?

A

A. Eén bakker in een dorp

B

D. Kledingstraat met verschillende winkels

C

B. De Belgische telecommarkt

D

C. Honderden aardbeienverkopers

Kernpunten: wat is een oligopolie?

- Weinig aanbieders, vaak grote bedrijven - Product kan homogeen of heterogeen zijn - Hoge toetredingsdrempels - Sterke onderlinge afhankelijkheid - Prijzen veranderen niet snel

Waarom is een prijsverlaging in een oligopolie niet altijd slim? Geef een korte uitleg.

Wat gebeurt er meestal als één oligopolist zijn prijs verhoogt?

A

Alle klanten blijven sowieso

B

Concurrenten volgen meestal niet

C

Concurrenten volgen meteen

D

De overheid bepaalt de prijs

Wat bedoelen ze met prijsstarheid (bij de oligopolie)?

Knik in de vraagcurve: prijsstarheid

  • Prijsverhoging → elastische vraag
    Als jij je prijs verhoogt en concurrenten doen dat niet, stappen veel klanten over.
    → De gevraagde hoeveelheid daalt sterk.
    → De vraag is elastisch.

  • Prijsverlaging → inelastische vraag
    Als jij je prijs verlaagt, volgen concurrenten waarschijnlijk ook. Daardoor komen er weinig extra klanten bij.
    → De gevraagde hoeveelheid stijgt maar beperkt.
    → De vraag is relatief inelastisch.

Korte samenvatting: prijsstarheid

Ondernemingen zijn terughoudend met prijsveranderingen, omdat concurrenten hun gedrag beïnvloeden. Dit leidt tot starre prijzen in de markt.

Verloop MO

MO volgt eerst MO2 (prijsstijging)

MO volgt na knik MO3 (prijsdaling)

Speltheorie in de economie

  1. Speltheorie onderzoekt hoe spelers keuzes maken.

  2. Spelers houden rekening met wat de anderen kunnen doen.

  3. In de economie zijn die spelers vaak bedrijven.

  4. Bedrijven kiezen een strategie, bijvoorbeeld: prijs verlagen of prijs behouden.

  5. Ze vragen zich af:

    • Wat doe ik?

    • Wat doet mijn concurrent?

    • Welke keuze levert mij het meeste op?

Speltheorie

Kernbegrippen speltheorie

- Speler - Strategie - Pay-offmatrix - Dominante strategie - Nash-evenwicht - Gevangenendilemma

Sleepvraag

De beste keuze, ongeacht anderen

Niemand heeft baat bij alleen veranderen

Niet de beste gezamenlijke uitkomst

Een tabel met uitkomsten

Dominante strategie

Nash-evenwicht

Gevangenendilemma

Pay-off matrix

Matrix-oefening: tankstations

Gebruik de matrix van Topoil en Bestoil.

1. Wat is de dominante strategie van Topoil? 2. En van Bestoil? 3. Waar ligt het Nash-evenwicht? 4. Is er sprake van een gevangenendilemma?

Wat is de dominante strategie van Topoil?

A

Prijsverlaging

B

Prijsverhoging

Wat is de dominante strategie van Bestoil?

A

Prijsverlaging

B

Prijsverhoging

Waar ligt het Nash-evenwicht?

A

Beide prijs verhogen

B

Beide prijs verlagen

C

Topoil verhogen en Bestoil verlagen

D

Topoil verlagen en Bestoil verhogen

Is dit evenwicht pareto-efficiënt?

A

Ja

B

Neen

Pareto-efficiënt

  1. Een uitkomst is Pareto-efficiënt als niemand beter kan worden zonder iemand anders slechter te maken.

  2. Bij een gevangenendilemma is het Nash-evenwicht vaak niet Pareto-efficiënt.

  3. De spelers kiezen elk wat voor zichzelf het beste lijkt.

  4. Daardoor komen ze samen soms slechter uit.

  5. Er bestaat dan een andere uitkomst waarbij beide spelers beter af zouden zijn.

Quiz: wat is monopolistische concurrentie?

Welke uitspraak past het best bij monopolistische concurrentie? A. Eén aanbieder B. Enkele aanbieders met identieke producten C. Veel aanbieders met gedifferentieerde producten D. Overheid bepaalt altijd de prijs

Welke uitspraak past het best bij monopolistische concurrentie?

A

Eén aanbieder

B

Veel aanbieders met gedifferentieerde producten

C

Overheid bepaalt altijd de prijs

D

Enkele aanbieders met identieke producten

Kenmerken monopolistische concurrentie

- Veel aanbieders - Productdifferentiatie - Relatief makkelijke toetreding - Beperkte prijszettingsmacht

Oligopolie

Monopolistische concurrentie

Voorbeeld

Oligopolie vs. monopolistische concurrentie

Oligopolie

- Veel aanbieders - Gedifferentieerde producten - Gemakkelijke toetreding - Beperkte prijszettingsmacht - Voorbeelden: kleding, restaurants

- Enkele aanbieders - Homogeen of heterogeen product - Moeilijke toetreding - Rekening houden met concurrentie - Voorbeelden: telecom, chips

Monopolistische concurrentie

Open vraag: persoonlijke toelichting

Wat is het belangrijkste dat je vandaag opnieuw hebt begrepen? Of: leg in maximaal drie zinnen uit waarom prijzen in een oligopolie vaak star zijn.

Ik kan nu... 1. Prijsstarheid uitleggen

2. Een dominante strategie vinden

3. Een Nash-evenwicht bepalen

4. Verschillen tussen oligopolie en monopolistische concurrentie benoemen

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.