les verbes -er

Les verbes en -er
-  werkwoorden in het Frans
- werkwoorden op -er in de tegenwoordige tijd.
-quizlet.live
- huiswerk: exercice 16+17 blz 72
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les verbes en -er
-  werkwoorden in het Frans
- werkwoorden op -er in de tegenwoordige tijd.
-quizlet.live
- huiswerk: exercice 16+17 blz 72

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Sleep de Nederlandse vertaling naar het juiste Franse werkwoord.
remarquer
donner
étudier
aimer
een hekel hebben aan
houden van / leuk vinden
kijken
luisteren

Slide 3 - Sleepvraag

De werkwoorden op -ER

Slide 4 - Tekstslide

Stap 1: vind de stam
Haal -er van het werkwoord af.
Bijvoorbeeld: écouter --> écout = stam

Slide 5 - Tekstslide

Stap 2: kies de juiste uitgang 
je  stam +e
tu stam +es
il / elle / on stam +e
nous stam +ons
vous stam +ez
ils / elles  stam+ent
stap 3: schrijf de stam + de juiste uitgang op!

Slide 6 - Tekstslide

Sleep de werkwoorden naar de juiste persoon. Let goed op de uitgangen! 
je
tu
il / elle / on
nous
vous
ils / elles
parle
parlez
parlons
parlent
parle
parles

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is het hele werkwoord van:
regardent

Slide 8 - Open vraag

Nous (écouter)

Slide 9 - Open vraag

Je (trouver)
A
trouve
B
trouves
C
trouvez
D
trouvent

Slide 10 - Quizvraag

vous (donner)
A
donnons
B
donnez
C
donnent
D
donnes

Slide 11 - Quizvraag

Fabien et Amélie (chercher)
A
cherchons
B
cherchez
C
cherchent
D
cherches

Slide 12 - Quizvraag

Elle (aimer)
A
aimes
B
aimet
C
aime
D
aiment

Slide 13 - Quizvraag

Emma (danser)
A
danset
B
danses
C
danse
D
dansez

Slide 14 - Quizvraag

Ils (jouer)
A
jou
B
jouent
C
joues
D
joue

Slide 15 - Quizvraag

Mes parents (parler)
A
parlez
B
parles
C
parlons
D
parlent

Slide 16 - Quizvraag

Les devoirs
F. ex. 12-13-14-15a
Et. voca atelier 2.1 FR-NL/NL-FR
Et. verbes en -er

Slide 17 - Tekstslide