Wie ben ik? (Zelfportret)

Kunst&Cultuur/Beeldende vorming
Portret klas 1 

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Kunst&Cultuur/Beeldende vorming
Portret klas 1 

Slide 1 - Tekstslide

Portret
  • Maak een selfie vergroot de ogen en print deze uit. Plak het in je boek en teken dit zo goed mogelijk na.  Als je je ogen klaar hebt doe je ook je neus, mond en oren.
  • Oefening: Probeer deze foto zo goed mogelijk na te tekenen. Gebruik eerst HB-potlood om te schetsen. Gebruik 2B, 6B en grafietpotlood voor licht-donker/schaduwen.
  • Tip: Maak ook gebruik van filmpjes op youtube! Klik maar eens hieronder in een filmpje of zoek zelf op youtube.

Slide 2 - Tekstslide

Je tekent in totaal dus vijf ogen, vijf monden, vijf neuzen en vijf oren. En plakt de plaatjes uit de tijdschriften erbij. Hiernaast nog een filmpje om heel simpel een oor te tekenen. Ook op de volgende site staan nog wat filmpjes die je kunnen helpen. Kopieer de regel en open die in safari of een andere browser.
https://www.lauwpauw.com/hoe-teken-je-ogen/



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Maak foto's van je tekeningen en voeg die hier toe. (max 5 foto's)

Slide 7 - Open vraag

Zelfportret
Hiernaast zie je twee schema's om een portret in te delen. Dit gaan we oefenen in het pillowbook. Maak met je ipad een foto van je gezicht.(een selfie) Doe dat recht van voren. Bewerk de foto door deze in zwart wit te zetten. Doe dit door de foto te selecteren en dan op wijzig te klikken in de rechter bovenhoek. Aan de linker kant kies je de middelste optie en zet dan de kleur aan de rechterkant op noir. In de volgende dia's gaan we stap voor stap het schema doornemen.

Slide 8 - Tekstslide

Zelfportret
Iedere kop heeft individuele trekken. De neus is bij de een wat langer, bij de ander wat dikker. Ondanks deze verschillen kun je toch zeggen dat er algemene verhoudingen zijn die bij het portrettekenen van pas komen. Een kop is bijvoorbeeld symmetrisch, de linker- en rechterhelft zijn nagenoeg elkaars spiegelbeeld. Hoe dit precies zit leer je in deze opdracht. 

Slide 9 - Tekstslide

Stap voor stap
  • De grondvorm van een hoofd heeft een eivorm met de punt op de plaats van de kin. (op de kop)
  •  Verdeel het ei in 2 gelijke helften door een horizontale dunne lijn. 
  • De lijn waar de ogen op liggen, (ooglijn) loopt bij een volwassene door het midden van het hoofd.  

Slide 10 - Tekstslide


  • De helft van ooglijn en kin is de lijn waarop de onderkant van de neus komt.
  • Verdeel het stukje van neus naar kin in twee gelijke helften. 
  • Op die lijn komt de mond.
  • De mondhoeken zitten bij een gesloten mond recht onder de pupillen.
  • De oren zitten tussen oog en neuslijn.
  • Als je verticale lijn tekent vanuit je pupil naar beneden dan zijn dat de mondhoeken. 
  • Teken een stuk van je nek onder je gezicht. 


Slide 11 - Tekstslide

Portret

Slide 12 - Tekstslide

Zelfportret
Maak een zelfportret met potlood in je pillowboek. Teken eerst het schema in je pillowbook doe dat met dunne lijnen (HB) zodat je deze weg kunt gummen.Probeer jezelf zo goed mogelijk na te tekenen. Kijk goed naar de foto. Dit doe je in je pillowbook met de vier grijze potloden.  Kijk goed waar het licht en donker is.

Na afloop gaan we alle portretten samen bekijken.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Maak een foto van je zelfportret een voeg die hier toe.

Slide 17 - Open vraag

Portret op MDF
Genoeg geoefend. We gaan nu ons zelfportret op een stuk MDF zetten en deze niet met potlood maar met gewassen inkt en pen en inkt uitwerken. Teken eerst met HB potlood het schema op het MDF en werk het daarna verder uit. Daarna geef je de achtergrond een kleur met Wasco. 

Succes!

Slide 18 - Tekstslide

Maak een foto van je werkstuk en lever het hier in.

Slide 19 - Open vraag

Hoe vond je deze opdracht? Wat ging er goed en wat niet. Wat vond je moeilijk en wat viel mee?

Slide 20 - Open vraag