Klas 2 en 3 Softbal inlog/oefentoets

TekstSoftbal
Tekst
Tekst
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Lichamelijke opvoedingMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2,3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

TekstSoftbal
Tekst
Tekst

Slide 1 - Tekstslide

Softbal
Klas 2 en 3 inlog/oefentoets

Slide 2 - Tekstslide

Uit hoeveel veldspelers bestaat een softbal team?

Slide 3 - Open vraag

Degene die de bal opgooit voor de slagman heet:
A
De catcher
B
De pitcher
C
De vierde honkman
D
De tosser

Slide 4 - Quizvraag

Degene die de bal vangt achter de slagman heet:
A
De catcher
B
De pitcher
C
De vierde honkman
D
De tosser

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een wijdbal?
A
De bal gaat naast de plaat
B
De bal gaat boven schouders slagman
C
de Bal gaat onder de knieën slagman
D
alle antwoorden zijn goed.

Slide 6 - Quizvraag

Hoeveel wijd mag je hebben als slagman voordat je mag lopen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 7 - Quizvraag

Een bal is slag opgeworpen door de pitcher als:
A
De bal over de plaat gaat
B
Deze tussen knie en okselhoogte gegooid is
C
Beide (antwoord A + B)
D
De bal naast de plaat wordt gegooid

Slide 8 - Quizvraag

De slagman slaat de 2e bal fout.
A
Dit telt als een slag
B
Dit telt niet als een slag
C
hij is uit
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 9 - Quizvraag

De slagman slaat de 3e bal mis, wat moet hij doen?
A
Hij is uit
B
Nog een keer slaan
C
Lopen naar honk 1
D
Wisselen van team

Slide 10 - Quizvraag

Als de slagman de bal buiten de foutlijnen slaat noem je dat een:
A
Foutslag
B
Uitje
C
Wijdbal
D
Misslag

Slide 11 - Quizvraag

Sleep de afbeeldingen (letters) naar de juiste termen (cijfers).
Fielden
Pitchen
Uitbranden op het honk

Slide 12 - Sleepvraag

De slagman slaat de 3e bal fout. Wat moet hij doen?
A
Niets, de slagman is uit
B
Lopen naar honk 1
C
Nog een keer slaan
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 13 - Quizvraag

Wanneer mag je als honkloper starten met lopen?
A
Als de slagman de bal slaat
B
Als de pitcher de opgeworpen bal loslaat
C
Als de veldpartij de bal vangt
D
Als de slagman fout slaat

Slide 14 - Quizvraag

Wat gebeurt er bij een vangbal?
A
De slagman mag lopen naar honk 1
B
De slagman mag opnieuw slaan
C
Slagman is uit, de lopers moeten terug
D
Slagman is uit, het spel stopt

Slide 15 - Quizvraag

Hoeveel mensen mogen erop een honk staan
A
1
B
2
C
3
D
niks

Slide 16 - Quizvraag

Bij een 'vrije loop' mag de loper:
A
Zowel worden uitgetikt als uitgebrand
B
Alleen worden uitgebrand
C
Alleen worden uitgetikt
D
niks

Slide 17 - Quizvraag

Bij een 'gedwongen loop' mag de loper:
A
Zowel worden uitgetikt als uitgebrand
B
Alleen worden uitgebrand
C
Alleen worden uitgetikt
D
niks

Slide 18 - Quizvraag

Wat betekent het als je een 'gedwongen loop' hebt?
A
Als je op een honk staat en achter jou zijn alle honken leeg
B
Dat je met twee mensen op een honk staat en jij moet gaan lopen
C
Dat je op een honk staat en achter jou zijn alle honken bezet waardoor je moet lopen omdat je niet met twee mensen op een honk mag staan
D
Alle antwoorden (A,B,C) zijn fout

Slide 19 - Quizvraag

Als je een andere honkloper inhaalt dan:
A
Moet je terug
B
Krijg je een extra punt
C
Ben je uit
D
niks

Slide 20 - Quizvraag

Hoeveel slag is 1 slagbeurt maximaal?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 21 - Quizvraag

Honk 2 en 3 zijn bezet, de slagman slaat de bal. Hoeveel lopers hebben een 'gedwongen loop'?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 22 - Quizvraag

Honk 1, 2 en 3 zijn bezet, de slagman slaat de bal. Hoeveel lopers hebben een 'gedwongen loop'?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 23 - Quizvraag

De slagman slaat de bal, rent richting honk 1 en probeert honk 2 te halen. Hoe kan hij uitgemaakt worden?
A
Branden op honk 2
B
Branden op honk 2 of door hem te tikken
C
Tikken

Slide 24 - Quizvraag

Wat gebeurt er als de pitcher 4 keer een wijdbal heeft gegooid?
A
De slagman mag nog een keer slaan
B
De slagman mag 'gratis' naar honk 1
C
Slagman mag lopen en kan uitgemaakt worden
D
De slagpartij krijgt een punt

Slide 25 - Quizvraag

Wanneer stopt het spel?
A
Als de pitcher de bal in de lucht houdt
B
Als er een uitje wordt gemaakt
C
Bij een vangbal
D
Als de lopers niet meer lopen

Slide 26 - Quizvraag