Hart en vaatziekten 1/3

Hart en vaatziekten
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hart en vaatziekten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intro....
Verhaaltje

Slide 2 - Tekstslide

Casus: Meneer Van Dijk
Meneer Van Dijk is 72 jaar en woont samen met zijn vrouw. Hij heeft jarenlang gerookt en beweegt weinig. Daarnaast heeft hij al jaren een hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterolgehalte.
De laatste maanden merkt zijn vrouw dat hij sneller moe is. Wanneer hij naar de eerste verdieping loopt, moet hij regelmatig stoppen om op adem te komen. Ook heeft hij last van dikke enkels aan het einde van de dag.
Op een ochtend krijgt meneer plotseling een drukkende pijn op de borst. De pijn straalt uit naar zijn linkerarm en kaak. Hij wordt misselijk en begint te zweten. Zijn vrouw belt direct 112.
In het ziekenhuis blijkt dat een kransslagader gedeeltelijk is afgesloten door aderverkalking. Op deze plek is een bloedstolsel ontstaan waardoor meneer een hartinfarct heeft gekregen.
Tijdens zijn opname ontdekt de arts dat zijn bloeddruk al lange tijd te hoog is geweest. Hierdoor heeft zijn hart extra hard moeten werken. Ook blijkt dat zijn hart minder krachtig pompt dan normaal. De cardioloog spreekt van beginnend hartfalen.
Een half jaar later krijgt meneer tijdens het ontbijt ineens een scheve mond. Hij kan zijn rechterarm niet goed bewegen en spreekt onduidelijk. Zijn vrouw herkent de signalen en belt opnieuw 112.
Vragen 
1. Welke risicofactoren herken je bij meneer Van Dijk?



2. Welke klachten vallen op?



3. Welke aandoeningen denk je dat een rol spelen?



4. Wat zou jij als zorgverlener observeren?



5. Welke leefstijladviezen zou je meneer geven?

Terugblik aan het einde van de les
Na de uitleg over de verschillende ziektebeelden kun je teruggaan naar de casus:
Hoge bloeddruk
• Welke gevolgen had de langdurige hoge bloeddruk?
Arteriosclerose/Atherosclerose
• Hoe heeft aderverkalking bijgedragen aan het hartinfarct?
Trombose
• Waar ontstond het bloedstolsel?
Hartinfarct
• Welke signalen zag je in de casus?
Hartfalen
• Welke symptomen wijzen op hartfalen?
CVA
• Welke FAST-signalen herken je?
Hierdoor zien studenten hoe alle ziektebeelden met elkaar samenhangen, wat vaak veel beter blijft hangen dan losse theorie. Dat maakt de casus zeer geschikt voor zowel VIG als verpleegkundige niveau 4.

Hoge bloeddruk

Trombose

Hartinfarct
Hartfalen
Arteriosclerose
Embolie
CVA
Aneurysma

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

wat is rood en wat is blauw
Langs welke organen/ delen lichaam
Functie bloedsomloop
Grote bloedsomloop:
Vervoeren van zuurstofrijk bloed naar alle organen en het afvoeren van zuurstofarm bloed naar het hart.

Kleine bloedsomloop:
Vervoeren van zuurstofarm bloed naar de longen en het afvoeren van zuurstofrijk bloed naar het hart.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tensie. Hoe werkt dat?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tensie
Pompkracht hart en wijdte bloedvaten = Tensie

  • Diastolische waarde (Onderdruk)= wordt gemeten als het hart ontspant.
  • Systolische waarde (Bovendruk)= wordt gemeten als het hart samentrekt

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoogte tensie afhankelijk van:
Fysiologische factoren
  • Hartkracht: Hoe sterk en snel je hart samentrekt (bovendruk). 
  • Vaatweerstand: Hoe soepel of nauw je bloedvaten zijn (onderdruk).
  • Bloedvolume: De hoeveelheid bloed in je lichaam

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Invloed hoogte tensie
Invloeden op de hoogte
  • Leefstijl: Zoutinname, overgewicht, roken, alcohol en beweging.
  • Leeftijd: Bloedvaten worden na verloop van tijd stugger
  • Emoties en spanning: Stress of inspanning verhogen de bloeddruk tijdelijk.
  • Erfelijkheid: Aanleg speelt ook een rol

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hyper/hypo tensie
Normale tensie= 120/80

Hypertensie: bovendruk hoger dan 140
Hypotensie: Vrouwen 100/60, mannen 110/70 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypertensie
  • Tensie is bij herhaling     boven normaalwaarde
  • Oorzaak is vaak onbekend
  • Vaak zonder klachten

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Zoek 4 gevolgen op van hypertensie

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
  • Hartinfarct​
  • Beroerte​
  • Aderverkalking
  • Verminderde werking nieren​
  • Aantasting van het zicht​






Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arteriosclerose

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arteriosclerose
  • = Slagaderverkalking
  • Langzaam proces in de wand van aderen die steeds nauwer worden
  • Kan uiteindelijk leiden tot
      - Hart of herseninfarct
      - Claudicatio intermittens
      - Slecht genezende wonden             
         benen of voeten 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaques
  • Gladde laag slagader raakt beschadigt 
  • Er dringen witte bloedcellen en cholesterol doorheen. 
  • Hoopt op in de vaatwand. 
  • Vaatwand wordt steeds dikker. 
  • Er kan op die plek minder bloed doorheen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plaques
  • Plaques wordt steeds onstabieler
  • De plaque kan scheuren --> inhoud komt in contact met het bloed.
  • Het bloed stolt en er ontstaat een bloedstolsel.
  • Dit bloedstolsel sluit de slagader. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombose/embolie
Trombose
In het ader ontstaat een stolsel. Stolsel sluit bloedvat af

Embolie: Wanneer stolsel losschiet en meegevoerd wordt met de bloedstroom

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombose
Systeem van stolling en antistolling is uit balans. 

3 factoren spelen een rol
  1. De toestand van de vaatwand (bv arterosclerose)
  2. Toestand van de bloedstroom (bv langzamer bij lang stil zitten/liggen)
  3. Samenstelling van het bloed (bv door zwangerschap of ziekte)

Als 1 verandert, neemt risico op bloedstolsels toe

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Trombosebeen
DVT= diep veneuze trombose

Een bloedprop sluit een diepgelegen ader in het been af.

Bloed kan niet meer goed van je been naar hart stromen --> been wordt dik

Risico longembolie neemt toe!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Longembolie

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen longembolie
  • Pijn op de borst
  • Kortademig
  • Benauwd
  • Versnelde ademhaling en hartslag
  • Overlijden (geen bloed en circulatie blokeerd)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aneurysma
Door aderverkalking een zwakke plek in de wand van het bloedvat waardoor deze verwijd.

Kan scheuren = acute aneurysma
Vaak in lage deel aorta

Behandeling: operatie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dotteren
            Een stent houdt het bloedvat voor langere tijd open

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hartfalen
  • Decompensatio cordis
  • Hartspier knijpt minder goed (hart heeft minder spierkracht)
  • Hartfalen door een stijve hartspier (hartspier dikker en stijver/ nauwelijks ontspanning)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hartfalen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
  1. Schrijf 2 overeenkomsten en 2 verschillen op tussen arteriosclerose, embolie en trombose
  2. Wat zal de behandeling inhouden bij deze ziektebeelden?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies