Grammatik Nominativ, Dativ, Akkusativ

Grammatik Nominativ, Dativ, Akkusativ
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Grammatik Nominativ, Dativ, Akkusativ

Slide 1 - Tekstslide

Wat is de 1e naamval
(Nominativ)?

Slide 2 - Woordweb

Hoe vind je de 1e naamval (Nominativ)?

Slide 3 - Open vraag

Wat is de 3e naamval
(Dativ)?

Slide 4 - Woordweb

Hoe vind je de 3e naamval (Dativ)?

Slide 5 - Open vraag

Wat is de 4e naamval
(Akkusativ)?

Slide 6 - Woordweb

Hoe vind je de 4e naamval (Akkusativ)?

Slide 7 - Open vraag

Der- und Ein-Gruppe im Nominativ, Dativ und Akkusativ

Slide 8 - Tekstslide

Wat is in de volgende zin de 4e naamval?: Jonas hat einen Pullover gekauft.

Slide 9 - Open vraag

Meine Oma lag ein... Woche (v) im Krankenhaus.
A
eine
B
einer
C
ein
D
einem

Slide 10 - Quizvraag

Maria gibt d...... Kind einen Apfel.
A
den
B
dem
C
der

Slide 11 - Quizvraag

Wat is in de volgende zin de 3e naamval?: Maria gibt dem Kind einen Apfel.

Slide 12 - Open vraag

Mein Bruder hat ___ (das Geschenk) für mich gekauft
A
den Geschenk
B
die Geschenk
C
dem Geschenk
D
das Geschenk

Slide 13 - Quizvraag

Wir gehen in d....... Park (m) spazieren
A
dem
B
der
C
den
D
die

Slide 14 - Quizvraag

Wir gehen in den Park spazieren.
Waarom is het in deze zin "den Park" en niet "dem Park" ?

Slide 15 - Woordweb