Zinsdelen (WWG, NWG)

WWG en NWG
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

WWG en NWG

Slide 1 - Tekstslide


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Mijn smartphone is kapot.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 2 - Quizvraag


Uit welke delen bestaat het NWG in deze zin?

Mijn smartphone is kapot.
A
PV + VD
B
PV + INF
C
PV + NWD

Slide 3 - Quizvraag


Wat is het WWG in deze zin?

Hij heeft de hele avond televisie gekeken.

Slide 4 - Open vraag


Wat is het NWD van het NWG in deze zin?

Zal zij ooit verstandig worden?

Slide 5 - Open vraag


Wat is het WWG in deze zin?

Hij at al zijn boterhammen op.

Slide 6 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Hij at zijn boterhammen op.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 7 - Quizvraag


Uit welke delen bestaat het WWG in deze zin?

Hij at zijn boterhammen op.
A
PV
B
PV + ADPV
C
PV + INF
D
PV + NWD

Slide 8 - Quizvraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Hij lijkt me erg aardig.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 9 - Quizvraag


Wat is het ONDERWERP in deze zin?
Net op dat moment gaf de nogal onbeleefde jongen hem een duw.

Slide 10 - Open vraag


Wat is het WWG in deze zin?

Zou hij het pakketje open durven te maken?

Slide 11 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Hij heeft na het eten de keuken schoongeveegd.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 12 - Quizvraag


Wat is het WWG in deze zin?

Albert Heijn zal de prijzen weer verlagen.

Slide 13 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Na die nederlaag leken de voetballers ontroostbaar.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 14 - Quizvraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Lokeren moest het onderspit delven tegen Melsele.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 15 - Quizvraag


Uit welke delen bestaat het WWG in deze zin?

Lokeren moest het onderspit delven tegen Melsele.
A
PV + NWU + INF
B
PV + INF
C
NWU + INF
D
PV + ADPV + INF

Slide 16 - Quizvraag


Wat is het WWG in deze zin?
Antwerpen moet een vergunning verlenen
voor een GSM-mast.

Slide 17 - Open vraag


Wat is het ONDERWERP in deze zin?

Door mijn schuld is het bad overgelopen.

Slide 18 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Dit jasje is me te klein geworden.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 19 - Quizvraag


Wat is het WWG in deze zin?

Ik had ook willen komen eten.

Slide 20 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?
Na die hevige regenbui
werd de situatie onhoudbaar.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 21 - Quizvraag


Welk zinsdeel is 'heel normaal' in deze zin?
Warme en droge periodes zullen in de
toekomst in West-Europa heel normaal zijn.
Gebruik de afkorting

Slide 22 - Open vraag


Wat is het NWG in deze zin?

Mijn zusje is wel vaker jaloers.

Slide 23 - Open vraag


Wat is het WWG in deze zin?
Wordt die hond wel vaker
door zijn baas mishandeld?

Slide 24 - Open vraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?
Karen was erg blij met
de vondst van haar agenda.
A
Naamwoordelijk gezegde
B
Werkwoordelijk gezegde

Slide 25 - Quizvraag


Wat is het WWG in deze zin?

Zij heeft zich die avond zeer correct gedragen.

Slide 26 - Open vraag


Uit welke delen bestaat het WWG in deze zin?

Zij heeft zich die avond zeer correct gedragen.
A
PV
B
PV + VD
C
PV + wed.vn. + VD
D
PV + NWU

Slide 27 - Quizvraag


Bevat deze zin een NWG of een WWG?

Onze buurman harkt elke zaterdag het pad aan.
A
Werkwoordelijk gezegde
B
Naamwoordelijk gezegde

Slide 28 - Quizvraag


Uit welke delen bestaat het WWG in deze zin?

Onze buurman harkt elke zaterdag het pad aan.
A
PV
B
PV + INF
C
PV + NWU
D
PV + ADPV

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide