H1 Begroten voor iedereen

Budgetlijn
Een budgetlijn geeft de verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden bij een bepaald budget.
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Budgetlijn
Een budgetlijn geeft de verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden bij een bepaald budget.

Slide 1 - Tekstslide

Verschuiving budgetlijn
Als het budget of de prijs van de producten verandert, verandert ook de budgetlijn.
Stel dat de prijs van 
saucijzenbroodjes stijgt 
naar €1,50. 
Dan wordt de nieuwe 
budgetlijn:

Slide 2 - Tekstslide

De budgetlijn
Je kunt dit laten zien a.d.h.v. een budgetlijnn:

Slide 3 - Tekstslide

Elsbeth krijgt €55,-- zakgeld per maand. Haar telefoonabonnement is €11,50. Hoeveel % van haar zakgeld besteed ze aan haar telefoonabonnement?
Rond af op 1 decimaal en schrijf je berekening op.

Slide 4 - Open vraag

Procentrekenen: procentuele verandering
Stel: je zakgeld in september bedraagt €50. Je krijgt een zakgeldverhoging. Je zakgeld in oktober bedraagt €55.
Wat is hier de procentuele verandering?

Berekenen met de formule:

Slide 5 - Tekstslide

Budgetlijn
Peter krijt wekelijks 15 euro zakgeld. Hij koopt graag kippenpoten en drop. Kippenpoten kosten bij de Appie 5 euro en drop kost 1,50 euro.
Hoeveel drop kan Peter kopen als hij 1 pak kippenpoten koopt.
Maak eerst een budgetlijn. 

Slide 6 - Tekstslide

Zakgeld

Slide 7 - Tekstslide

Wat moet je kunnen H1
1.Bedragen naar verschillende perioden omrekenen
2.Een budgetlijn tekenen
3.Een begroting voor een huishouden opstellen
4.Uitgaven van een huishouden indelen in drie soorten uitgaven

Slide 8 - Tekstslide

Omrekenen
Bedragen omrekenen van een week naar een maand of van een maand naar een week doe je altijd door eerst het jaarbedrag te berekenen. Weekbedrag X 52 of Maandbedrag X 12 of Kwartaal X 4

Slide 9 - Tekstslide

Wat is 'zwart werk'?

Slide 10 - Open vraag

Elsbeth krijgt €55,-- zakgeld per maand. Haar telefoonabonnement is €11,50. Hoeveel % van haar zakgeld besteed ze aan haar telefoonabonnement?
Rond af op 1 decimaal en schrijf je berekening op.

Slide 11 - Open vraag

Wat is giraal geld
A
bankbiljetten
B
muntgeld
C
bankbiljetten en muntgeld
D
niet tastbaar geld

Slide 12 - Quizvraag

wat is chartaal geld?
A
credtitcard
B
ruilmiddel
C
munten en biljetten
D
spaarmiddel

Slide 13 - Quizvraag

Huishoudelijke uitgaven


Geldproblemen kun je voorkomen door te budgetteren: je stemt dan je uitgaven af op je inkomsten. Het Nibud adviseert je om daarvoor een begroting te maken. Naast de huishoudelijke uitgaven betaal je elke maand of elk kwartaal vaste lasten, zoals huur en energiekosten. Voor grote incidentele uitgaven kun je beter geld reserveren. Een maandbedrag omrekenen naar een weekbedrag doe je zo: maandbedrag × 12 ÷ 52.

Hoeveel je per maand moet reserveren, bereken je zo: benodigd bedrag ÷ aantal maanden.

Slide 14 - Tekstslide

De rabo 'waar gaat mijn geld naartoe'-app is een voorbeeld van een ....
A
Begroting
B
Kasboek
C
Budgetlijn
D
Huishoudelijke uitgave

Slide 15 - Quizvraag