01. Binnenkomst 3e klas domein getallen

LessonUp code's
g3m.rek1   hxtmm
g3m.rek2  rfxwh
g3m.rek3  loude
g3m.rek4  gfzzy
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3,4

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

LessonUp code's
g3m.rek1   hxtmm
g3m.rek2  rfxwh
g3m.rek3  loude
g3m.rek4  gfzzy

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen ?

  1. Herhalen van vorige week.                                                       "Domein verhoudingsproblemen en procenten & GGO"
  2. Instapsom deze week.
  3. Oefenen in Got-it

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik vorige les
  1. Ik stel jullie zo een vraag. Denk daar één minuut over na en schrijf dan het antwoord in je schrift. Werk volgens het GGO principe (Gegeven, Gevraagd, Oplossing) Daarna vraag ik aan jullie welk antwoord je hebt opgeschreven. 
  2. De vraag is: Een machine pompt 2000 l water per minuut rond. Er zitten 100 sproeiers in. Hoeveel liter water is dat gemiddeld per sproeier per minuut?     
  3. Werk volgens het GGO principe:  Gegeven: ...........  Gevraagd............. Oplossing ................
  4. Antwoord   Gegeven: 2000 liter per minuut en 100 sproeiers.                                                                                              Gevraagd: Hoeveel liter water per minuut per sproeier.                                                                                  Oplossing: 2000 liter : 100 sproeiers = 20 liter per sproeier per minuut.            

Slide 3 - Tekstslide

Instapsom breuken

Slide 4 - Tekstslide

Het geheel is in dit geval     ,       haalt het niet er is dus over     -       =      deel.

Dit zijn dus 4 x 110 leerlingen = 440 LLN in totaal dus 440 LLN + 110 LLN = 550 LLN (of 5 x 110 = 550 LLN)
55
51
55
51
54

Slide 5 - Tekstslide

Instapsom verhoudingen
Jan wil 15 kopjes koffie zetten.  Normaal zet hij 6 kopjes koffie. 
Hij gebruikt dan 4 schepjes gemalen koffie. Hoeveel schepjes gemalen koffie heeft Jan nodig voor het zetten van 15 kopjes koffie?

Jan heeft .............   schepjes gemalen koffie nodig.
Los op met het GGO principe en maak een verhoudingstabel.

Slide 6 - Tekstslide

Oplossing
Geg.: Normaal zet ze  6 koppen en 4 scheppen koffie benodigd.
Gevr.: Hoeveel scheppen koffie moet ze gebruiken voor 15 koppen
Opl.: 

Slide 7 - Tekstslide

Oplossing 

Slide 8 - Tekstslide

Instapsom
Om een muur te betegelen is tegellijm nodig. 
Tegellijm wordt in zakken verkocht waar je alleen water aan moet toevoegen. Voor 19 kg tegellijm is 2 l water nodig. Piet gebruikt 11 kg tegellijm.Hoeveel liter water moet Piet toevoegen? Rond af op 2 decimalen.

Werk volgens het GGO principe.

Maak een verhoudings tabel, je mag een reken machine gebruiken


Slide 9 - Tekstslide

Uitwerking som

Slide 10 - Tekstslide

Instapsom
Wat is de oppervlakte van deze
kamer in m2. 
De gegeven maten zijn in cm.
Schrijf de uitweking in je
schrift.
Waar kies je voor? 
"GGO principe"

Slide 11 - Tekstslide

Uitwerking
  • Geg.: de maten in cm.
  • Gevr.: de maat van de kamer in m2.
  • Opl.: eerst omzetten naar meters.
  •            (hele lxb) - (hoekje lxb) =oppervlakte kamer.
  •            (5x3) - (1x2)=oppervlakte kamer.
  •             15-2= 13 m2.
  • Of heb je de kamer in tweeen gedeeld?

                 

     

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Instapsom
Ferry gaat op woensdag naar de bakker, want dan verkoopt men daar vijf krentenbollen tegen de prijs van vier. Ferry betaalt contant.
De mevrouw aan de kassa slaat € 3,10 aan, mompelt "O nee, woensdag vandaag." Ze reset de kassa en slaat het juiste bedrag aan.
In deze bakkerij rondt men het eindbedrag altijd af naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 eurocent.
Ferry moet €..........  betalen.
Werk de som uit in je schrift, gebruik het GGO principe

Slide 16 - Tekstslide

Instapsom uitwerking
  • Geg.: 5 krentebollen voor de prijs van 4 normale prijs €3,10 per 5 bollen.
  • Gevr.: Aanbiedingsprijs, afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 eurocent.
  • Opl.: Prijs per bol is totaal prijs gedeeld door het aantal bollen
  • Prijs per bol is €3,10:5=€0,62 dus 4 betalen is 4 x €0,62=€2,48 maakt afgerond €2,50.
  • Antwoord: €2,50.

  • Mevrouw sloeg kennelijk de normale prijs voor vijf krentenbollen aan.
  • De normale prijs per krentenbol is €0,62  (310 : 5).
  • Voor vier krentenbollen zou dat 4 x €0,62 = €2,48 moeten zijn.
  • Maar in deze bakkerij rondt men dat af op €2,50.

Slide 17 - Tekstslide

Instapsom metselspecie 
Metselspecie bestaat uit de grondstoffen cement, kalk en zand. 
De verhouding cement : kalk : zand is 2 : 1 : 9
Laurens maakt 27 dm3 metselspecie 

Hoeveel dm3 cement heeft hij daarvoor nodig? Rond af op 1 decimaal. 

Hij heeft daar …………. dm3 cement voor over.
Werk uit in je schrift "GGO"


Slide 18 - Tekstslide

Uitwerking
  • Gegeven: verhouding 2:1:9 en hij maakt 27 dm3 metselspecie.
  • Gevraagd: hoeveel cement heeft hij hiervoor nodig.
  • Oplossing: totale delen : hoeveelheid specie = 1 deel.
  •                                   (2+1+9) : 27 = 1 deel.
  •                                              12 : 27 = 2,25.
  • Er zitten 2 delen cement in dus dit wordt 2 x 2,25 = 4,50 dm3 cement , afgerond 4,5 dm3.

Slide 19 - Tekstslide

En nu, 

Computer aan en inloggen
Inloggen in SOM       Ga naar leermiddelen       Klik op Got-it
Je gaat beginnen in het Blauwe domein
  Getallen
Succes.
We werken in stilte, etui, oordopjes en rekenschift bij je.

Slide 20 - Tekstslide

Einde les
Uitloggen als dat gezegd wordt.
Blijven zitten tot de bel gaat.
Werkplek netjes achterlaten.
Stoel aanschuiven.

Fijn weekend. 

Slide 21 - Tekstslide