Heb je de lesdoelen behaald?
1. Hoe zeg je "Ik ben thuis" en " Ze zijn de Spaanse docenten"
2. Zeg op een rijtje de vervoegen van het werkwoord "estar"
3. Zeg op een rijtje de vervoegen van het werkwoord "ir"
4. Vertaalt: "Yo tengo 14 años", "Nosotros vamos al supermercado"