Les 4. Investeringsselectie onder onzekerheid

Plaats van het onderwerp
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieHBOStudiejaar 3

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Plaats van het onderwerp

Slide 1 - Tekstslide

Scenarioanalyse

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Hoe om te gaan met onzekerheid?
Subjectieve kansverdeling
+ Gebruikmaken van statistische methoden en technieken (met name verwachte waarde en spreiding rondom verwachte waarde)
Objectieve kansverdeling
+ Verwachte waarde en spreiding op basis van groot aantal experimenten
Tussenvorm
+ Gevoeligheidsanalyse (best, worst en most possible case)


Slide 5 - Tekstslide

Gebruik van subjectieve kansverdeling 
Bereken een verwachte waarde op basis van een subjectieve kansverdeling, bijvoorbeeld:


Slide 6 - Tekstslide

Meerdere investeringsprojecten
Welke van onderstaande mogelijkheden kies je?

Met E = verwachte opbrengst van optie 1, 2, 3 of 4.

Slide 7 - Tekstslide

Risicomaatstaf
  • Kiezen kan niet: risicomaatstaf nodig.
  • De variantie/standaarddeviatie:

de mate waarin de mogelijke uitkomsten afwijken van de verwachte uitkomsten oftewel de gewogen gemiddelde gekwadrateerde afwijking van de verwachte waarde; in formulevorm:

variantie = σ2 =



Slide 8 - Tekstslide

Berekening Standaarddeviatie







Link naar extra uitlegvideo over de standaarddeviatie:



Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Meer algemeen
  • Risico: kans dat en omvang waarin het werkelijke rendement afwijkt van het rendement dat verwacht werd.
  • Belegger/investeringsbeslisser is risico-avers.
  • Risico wordt gekwantificeerd met behulp van standaarddeviatie.
  • Standaarddeviatie geeft de mate van spreiding. 

  • 99% kans dat de "extra" inkomsten liggen tussen +/- 3 x SD t.o.v. gemiddelde. 




Slide 11 - Tekstslide

Hoe kiezen tussen investeringsmogelijkheden 
Mean-Variance Principe, uitgangspunt:
  • Rendement meet je met ‘verwachte’ opbrengst, bijvoorbeeld E[a].
  • Risico meet je aan de hand van ‘beweeglijkheid’ = 2, bijvoorbeeld [a].

Regel:
Als E[a] = E[b] en
SD [a] <SD [b]
dan kies je voor: project a.


Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 13 - Tekstslide

Nieuwe invalshoek
  • Uit de beleggingsleer is bekend dat door het combineren van verschillende vermogenstitels het risico kan dalen met behoud van de verwachte opbrengst (zie hoofdstuk 9, Moderne portefeuille theorie)
  • Het geheim: combineren kan leiden tot een negatieve correlatie tussen verschillende uitkomsten.


Slide 14 - Tekstslide

Statistische formules
Projecten (twee componenten a en b)
  • E[p] = x*E[a] + (1-x)*E[b]




p2 = x2a2 + (1-x)2b2 + 2*(x)(1-x)ab

Slide 15 - Tekstslide