les 8: infinitief

Voltooid deelwoord: herkennen en spelling
Ik kan de infinitief herkennen in een zin
Afspraak maken toets werkwoordspelling
Infinitief: leren herkennen
Nederlands
Spelletje doen met infinitieven
Hebben we alle doelen behaald?
Geen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Voltooid deelwoord: herkennen en spelling
Ik kan de infinitief herkennen in een zin
Afspraak maken toets werkwoordspelling
Infinitief: leren herkennen
Nederlands
Spelletje doen met infinitieven
Hebben we alle doelen behaald?
Geen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voltooid deelwoord: herkennen en spelling
Ik kan de infinitief herkennen in een zin
Afspraak maken toets werkwoordspelling
Infinitief: leren herkennen
Spelletje doen met infinitieven
Tijdens het spelletje
Spelletje
Hebben we alle doelen behaald?
Geen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les

Het voltooid deelwoord.

Welke regels gebruiken we hiervoor?

Wie vindt dit nog lastig?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen

Ik kan de infinitief herkennen in een zin

Afspraak maken toets werkwoordspelling

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Infinitief
Is het hele werkwoord

Hier zijn geen spellingsregels voor, je hoeft namelijk niets te veranderen!
De spelling levert in principe geen problemen op.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herkennen infinitief

Dit is soms wel lastig! Zeker als de persoonsvorm dezelfde vorm heeft als de infinitief (bij WIJ)


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan
Hou je aan het stappenplan!

  1. Eerst persoonsvorm vinden
  2. Daarna alle andere werkwoorden in de zin zoeken
  3. Dan bepalen welke vorm het is: infinitief, voltooid deelwoord of bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
1. Wij vermoedden dat hij zijn huiswerk niet heeft gemaakt. (vt)
2. Wij konden niet vermoeden dat hij zijn huiswerk niet heeft gemaakt.

In welke zin is vermoeden de infinitief en in welke de persoonsvorm?

Slide 9 - Tekstslide

zin 1: persoonsvorm, wordt ook met dubbel d geschreven. 
zin 2: infinitief, want persoonsvorm is konden
'Trucjes' 
- Vaak staat er voor de infinitief het woordje 'te'
Hij wist hoe de vrouw te benaderen was. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden bij 'te'
Hij lag in de zon te bakken.
De hond stond bij de deur te blaffen.
Het was te verwachten dat hij niet zou komen.
Het te verbranden afval.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het werk!
Pak nu een papiertje/leeg blaadje.
(Of de docent deelt papiertjes uit.)

We gaan een opdracht doen om te kijken 
of jullie het hebben begrepen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je krijgt zo 3 minuten

In die 3 minuten 
schrijf je zoveel mogelijk correct gespelde infinitieven op. 

Daarna controleren we het en kijken we 
wie de meeste goed heeft! 
timer
3:00

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
Hij lag lekker te zonnebaden bij de koele baden.
A
lag
B
zonnebaden
C
baden

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
De jongens keken goed of zij alle meisjes hadden gezien.
A
keken
B
hadden
C
gezien
D
geen infinitief

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
Het zou tot de mogelijkheden kunnen behoren.
A
zou
B
kunnen
C
behoren
D
kunnen en behoren

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
Het fruit lag in de fruitschaal te rotten.
A
lag
B
te
C
rotten

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
Alle werkwoorden in deze zin zijn op zijn minst goed gespeld.
A
zijn
B
gespeld
C
geen infinitief

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de infinitief in deze zin?
De te winnen prijs voor deze quiz is niet voor iedereen weggelegd.
A
winnen
B
is
C
weggelegd

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Laatste: Wat is de infinitief in deze zin?
Hij beoordeelde dat alle leerlingen uit de klas gewonnen hebben.
A
beoordeelde
B
gewonnen
C
hebben

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie
Snappen jullie het?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het werk
Maken:
Opdracht 17 en 18

Klaar?
Nakijken met nakijkboek. ALLE opdrachten tot 18
timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies