P2.3 BIOT Branchetaak kip

P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip
Bronnen
BIOP 2.3  basis : zicht op analyseren
Thema "Branchetaken"
Opdracht Kip

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip
Bronnen
BIOP 2.3  basis : zicht op analyseren
Thema "Branchetaken"
Opdracht Kip

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Levensmiddelen microbiologie
Voedsel bevat                                    en                                        micro-organismen. 
 


gewenste
Nuttige/functionele micro-organismen zoals gisten (bier, wijn, brood) en schimmels (kaas). 
ongewenste
Pathogene micro-organismen die bederf van het voedsel veroorzaken en ziekte bij de persoon die het binnenkrijgt.
Bijvoorbeeld: Salmonella, bepaalde E. coli stammen en Staphylococcus aureus
voedselvergiftiging
Je wordt ziek van de gifstoffen die het micro-organisme produceert.  Symptomen treden binnen 2 tot 6 uur op en gaan meestal gepaard met braken. Je bent er meestal binnen 1 dag weer vanaf.
voedselinfectie
Je wordt ziek van het micro-organisme zelf nadat het zich heeft vermenigvuldigd in je lichaam. Symtomen treden na 8-24 uur op in de vorm van buikklachten, koorts en diarree. Deze houden 1 tot 3 dagen aan.
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeelden van gewenste micro-organismen in voedingsmiddelen
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer zijn micro-organismen ongewenst?
Wanneer ze een risico vormen voor de consument!
  • Teveel micro-organismen in bv. drinkwater, voedsel of zwemwater.
  • Bij mensen met een verminderde weerstand  
  • Wanneer micro-organismen toxinen aanmaken.


Vraag: 
Wat is de vakterm voor deze ongewenste micro-organismen? 
Yopi's
Young, old pregnant immunosuprressed
Pathogenen
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 5 - Tekstslide

Pathogene micro-organismen
Bijvoorbeeld:
  1. Salmonella/Campylobacter in kip en kipproducten.
  2. E. coli = deze darmbacterie is te vinden bij een slechte hygiëne.
  3. Staphylococcus aureus = huidbacterie die een hitte stabiel toxine produceert.
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 6 - Tekstslide

Risicofactoren
  • Import voedingsmiddelen vanuit landen met lage hygiëne
  • Langdurige opslag en slecht bewaren
  • Grote hoeveelheden aan maaltijden bereiden
  • Verandering in eetgewoonten (minimaal behandelde k&k maaltijden, exotische gerechten)
  • Gebrek aan kennis over hygiëne in keukens

P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 7 - Tekstslide

Hazard
Gevaren! Microbiologische, Chemische en Fysische gevaren
Analysis
Analyseren, onderzoeken
Critical Control Points
kritische stappen/punten in het proces die onder controle gehouden moeten worden om gevaar te voorkomen.

P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 8 - Tekstslide

CONTROLE!
Microbiologische richtwaarden
Waarde (meestal een kiemgetal) waaraan een specifiek product moet voldoen om veilig te zijn voor de consument.

Indicator organismen
De aanwezigheid van een indicator-organisme toont aan, dat het waarschijnlijk is, dat er ook verwante micro-organismen aanwezig zijn. Deze zijn meestal pathogeen.

P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 9 - Tekstslide

Indicator-organismen
Als deze micro-organismen in grote hoeveelheden aanwezig zijn in een product (bv gehakt of drinkwater), is de kans groot dat er ook pathogene micro-organismen aanwezig zijn in het product. 


Waarom dan indicator- organismen aantonen?
  • Pathogeen is vaak moeilijk aan te tonen
  • In kleinere hoeveelheden en in tussenpozen aanwezig
uitleg a.d.h.v. voorbeeld
Wanneer E. coli aanwezig is, bestaat de mogelijkheid dat Salmonella ook aanwezig is. De redenering is dan dat er faecale besmetting is opgetreden, omdat E. coli een darmbacterie is. Beide bacteriën gebruiken namelijk dezelfde besmettingsweg.
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 10 - Tekstslide

Voorwaarden aan het indicator- organisme
  1. Zijn altijd in grote getale aanwezig wanneer het pathogeen aanwezig is.
  2. Hebben een vergelijkbare besmettingswijze, groei en afsterving als het pathogeen.
  3. Moet eenvoudig en snel aangetoond kunnen worden.
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 11 - Tekstslide

Praktijk: Branchetaak kip 
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 12 - Tekstslide

Indirecte telling/ kolonietelling
Methode 1: Spreidplaat
Berekening kiemgetal
Kolonies  *10 * Vf = KVE/ mL
KVE: kolonievormende eenheden
de suspensie wordt op de plaat verspreid
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 13 - Tekstslide

Methode 2: Gietplaatmethode
De suspensie wordt door de agar gemengd
Berekening kiemgetal
Kolonies  * Vf = KVE/ mL
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 14 - Tekstslide

Samenvatting kolonietelling
Kiemgetalberekening
Het aantal levende micro-organismen per milliliter of per gram.
1: 

Berekening: Kolonies * 10 * vf = KVE/mL

2:
 
Berekening: Kolonies  * vf = KVE/mL


Spreidplaatmethode
Gietplaatmethode
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 15 - Tekstslide

Violet Red Bile Glucose agar

Selectieve stoffen
  • Kristalviolet en galzouten remmen Gram positieven
Electieve stoffen
  • Glucose en neutraalrood
Glucosefermentatie>zure producten>pH daalt>rode kolonies door neutraalrood + evt neerslag van galzouten
VRBG agar
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 16 - Tekstslide

Briljant Green Agar

Selectieve stoffen
  • Briljant groen
Electieve stoffen
  • Sacharose en lactose en fenolrood
Koolhydraat fermentatie >zure producten > pH daalt > gele kolonies/ plaat
  • Bacteriën die de suikers niet fermenteren, breken aminozuren in het pepton af. Daardoor ontstaan basische producten > pH stijgt > rode kolonies/ plaat
BGA agar
P2.3 Basisanalist: Branchetaak kip

Slide 17 - Tekstslide

P2.3 Basisanalist: Moleculaire technieken
Techniek voor DNA vermenigvuldiging


PCR
Polymerase Chain Reaction
* Met deze techniek kan DNA / RNA worden vermenigvuldigd waardoor er genoeg DNA ontstaat om het DNA ook te kunnen analyseren. De vermenigvuldiging is hetzelfde als bij bacterien. 
Het aantal kopieen DNA neemt exponentieel toe. 

Video exponentiele groei: https://youtu.be/d6p_M_7Qwjc

Slide 18 - Tekstslide

P2.3 Basisanalist: Moleculaire technieken
Praktische workflow PCR

Slide 19 - Tekstslide

P2.3 Basisanalist: Moleculaire technieken
Ingrediënten PCR reactie
Template DNA
Het te vermenigvuldigen DNA
  • Bijvoorbeeld: E-coli
Buffer
Deze oplossing zorgt voor optimale omstandigheden voor het enzym:
  • Zoutconcentratie
  • Zuurgraad
  • Bevat Mg2+. Mg2+ werkt als Cofactor voor het enzym Taq-polymerase
dNTP's
Dit zijn de nucleotiden
De monomeren van het nucleïnezuur DNA.
De 'N' kan een A, T, G of C zijn. 
Primers
Primers zijn kleine stukjes DNA van ongeveer 20-40 nucleotiden lang. 
Ze zijn specifiek voor het template DNA. 
In ons geval zijn ze speciaal voor E-coli ontworpen. 
Alleen op dat DNA kunnen ze annealen. 

Primers maken de reactie zeer specifiek. 
Voor elk type bacterie bestaan unieke primers. 
Taq- polymerase
Is het enzym dat nucleotiden middels een condensatie-reactie polymeriseert tot een nucleïnezuur (DNA) 

Dit DNA polymerase is 'hitte stabiel' omdat dit enzym is geïsoleerd uit een bacterie die leeft in een geiser (heet waterbron)

Slide 20 - Tekstslide

P2.3 Basisanalist: Moleculaire technieken
PCR vermenigvuldiging DNA
Progammeren

Slide 21 - Tekstslide

P2.3 Basisanalist: Moleculaire technieken
Agarose gel electroforese detectie/ analyse DNA
Agarose
Is het 'medium' waarin de scheiding plaatsvindt.
  • Agarose is afkomstig uit zeewier.
  • In 'vaste vorm' vormt zich een soort filter met poriën. 
  • De grote van de poriën is afhankelijk van het percentage opgeloste agarose.
  • De wijze van bereiding is gelijk aan dat van 'kweekmedium'.  
GelRed
Aan het DNA sample wordt GelRed toegevoegd.
Deze stof zorgt ervoor dat DNA onder een UV lamp zichtbaar wordt met het blote oog. 

De concentratie van GelRed is voor 1000x geconcentreerd. 
De eindconcentratie in het DNA monster moet 1x zijn.

Marker/ Ladder
De marker bevat DNA fragmenten van verschillende grootte. 
De grootte van die fragmenten is bekend. 

Door de scheiding die plaatsvindt onstaat er een soort ladder. 
De grootte van het DNA sample is vast te stellen door deze te vergelijken met die ladder. 
Loadingbuffer
Voor het electroforese proces wordt aan het DNA monster 'loadingbuffer' toegevoegd. Deze loadingbuffers zijn blauw of oranje van kleur.  

Toevoeging van deze buffer is noodzakelijk om 2 redenen.
1: Verzwaren van het DNA monster
2: Zichtbaar maken van de voortgang het electorforese proces. 
De kleurstof verplaatst zich sneller dan het kleinste fragment. 
Electroforese
Is een scheidingstechniek op basis van ladingsverschillen. 
(Deze scheidingstechniek lijkt op chromatografiek)

  • DNA heeft een negatieve lading. Dit komt door de fosfaatgroepen aanwezig in de nucleotiden.  
  • DNA moleculen verplaatsen daardoor in een elektrisch veld naar de positieve pool (anode)

Slide 22 - Tekstslide