Paragraaf 3.3 Industrie

Paragraaf 3.3 Industrie
  1. Je kent het verband tussen de economische ontwikkeling van een land en de ontwikkeling van de industrie.
  2. Je kent de vestigingsfactoren voor de industrie.
  3. Je begrijpt waarom bedrijven de productie naar de periferie hebben verplaatst.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Paragraaf 3.3 Industrie
  1. Je kent het verband tussen de economische ontwikkeling van een land en de ontwikkeling van de industrie.
  2. Je kent de vestigingsfactoren voor de industrie.
  3. Je begrijpt waarom bedrijven de productie naar de periferie hebben verplaatst.

Slide 1 - Tekstslide

Industrie

Slide 2 - Woordweb

Zware en lichte industrie
Zware industrie:
Deze fabrieken verwerken grote hoeveelheden grondstoffen tot producten die nog verder bewerkt moeten worden.
Lichte industrie:
Deze fabrieken verwerken producten uit de zware industrie tot kant-en-klare producten.

Slide 3 - Tekstslide

Ontwikkeling industrie in NL
1850  groei industrie
rond 1960 industrie grootste werkgever in NL
gevolg ontwikkeling industrie = ontwikkeling infrastructuur

Slide 4 - Tekstslide

grondstof                  halffabrikaat             eindproduct

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een eindproduct
van deze grondstof?
A
Humus
B
Nutella
C
Chocolade
D
Handcreme

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een eindproduct
deze grondstof?
A
Een stalen kast
B
Een aluminium fiets
C
Een baksteen
D
Een ijzeren hek

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een eindproduct
deze grondstof?
A
drugs
B
talkpoeder
C
strooizout
D
accu's

Slide 8 - Quizvraag

Vestigingsplaatsfactoren
Arbeid
Ruimte
Grondstoffen
Infrastructuur
Afzetmarkt

Slide 9 - Tekstslide

Bron 2 minimumloon per uur 
Arbeid is een belangrijke vestigingsplaatsfactor.
Goedkope arbeid is heel belangrijk bij arbeidsintensieve industrie. 
Arbeidsintensief = veel arbeid nodig. Als de arbeid geen scholing behoeft, dan is goedkope arbeid heel belangrijk.

Voorbeeld: kledingindustrie

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Tekstslide

Waar komt je kleding vandaan?

Slide 13 - Woordweb

Speciale Economische Zones
Gebied met minder strenge regels voor industriële bedrijven, die daardoor goedkoper kunnen produceren.

Slide 14 - Tekstslide

van centrum naar periferie
  • goedkopere arbeid
  • verbeterde infrastructuur wereldwijd
  • minder strenge regels in bepaalde landen

Slide 15 - Tekstslide

Niet alle industrie is naar de periferie
Industrie waarbij geschoolde arbeid nodig is

Voorbeelden:
Chipfabrikant, autofabrikant
High tech bedrijven

Slide 16 - Tekstslide

Niet alle industrie verdwijnt uit NL
De haven van Rotterdam en de handelsvoordelen van de EU zijn gunstig voor bedrijven die zich in Nederland willen vestigen.

Slide 17 - Tekstslide

Aan de slag
Maak de opdrachten van paragraaf 3.3 in je werkboek. Schrijven! Geen boek? 
Eerst online maken en dan overnemen in je werkboek.

Slide 18 - Tekstslide