Les 1: Bacteriën en Schimmels

Planning
2 de lesuur: voortgangsopdracht blok 1
6 de lesuur: uitleg en werken aan bacteriën en schimmels
7 de lesuur: opdracht "kweek je eigen bacteriën" 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Planning
2 de lesuur: voortgangsopdracht blok 1
6 de lesuur: uitleg en werken aan bacteriën en schimmels
7 de lesuur: opdracht "kweek je eigen bacteriën" 

Slide 1 - Tekstslide

Op tafel ligt alleen je laptop!!!

Slide 2 - Tekstslide

Zoek de toets H1C. Zie je deze niet? blader dan naar de volgende pagina

Slide 3 - Tekstslide

h1p1EXnovem

Slide 4 - Tekstslide

 Succes!!!
timer
45:00

Slide 5 - Tekstslide

Blok 2
"Keuringsdienst van Waarde"

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

4 rijken
Alle organismen zijn verdeeld in 
4 grote groepen: De 4 rijken.

Bij het indelen heeft men gekeken naar de celkenmerken: celkern, celwand en bladgroenkorrels.
celkenmerken
Een plantencel heeft alle kenmerken!
celkenmerken
Een bacterie heeft maar 1 kenmerk!
Elke cel van een organisme bevat celplasma (een vloeistof).
Daar omheen zit een heel dun elastisch vliesje (celmembraan). 
Dit celmembraan kan stofjes binnenlaten, eruit laten gaan en tegenhouden.

Slide 8 - Tekstslide

Ordening in RIJKEN
  1. Kijk naar de soort cellen:

                                   -zonder celwand en zonder bladgroen: DIEREN

                                   -met celwand en met bladgoroen:           PLANTEN

                                   -met celwand, zonder bladgroen: SCHIMMELS of BACTERIËN

Slide 9 - Tekstslide

Celkern


Regelt alles wat er in een cel gebeurt.

Slide 10 - Tekstslide

Celwand

Is een laagje om de cel heen die zorgt voor stevigheid.

Slide 11 - Tekstslide

Bladgroenkorrels

Geven groene kleur aan bladeren.

Slide 12 - Tekstslide

De 4 rijken en hun cellen met de celkenmerken
planten
dieren
schimmels
bacteriën
celkern
celwand
bladgroenkorrels


celkern





celkern
celwand



celwand



1
2
extra
cytoplasma = celplasma = een stroperige (cel)vloeistof
2
extra
grote vacuole =  vochtblaasje
1
3
extra
celmembraan, Heel dun elastisch vliesje, bepaalde stoffen kunnen hier doorheen.
3
de grijze 'rand'

Slide 13 - Tekstslide

Bacteriën

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Bacteriën
- Geen celkern
- Wel een celwand
- Geen bladgroenkorrels
- Eéncellig, ze bestaan uit 1 cel. 
- Met een gewone microscoop alleen als 
  kleine puntjes of streepjes ziet. 
                                         
Alleen als je ze honderdduizenden keren vergroot, kun je zien hoe ze 
er in werkelijkheid uitzien.

Slide 16 - Tekstslide

De meeste bacteriën voeden zich met resten van dode organismen. 
Zo ruimen bacteriën andere organismen op. 
Het menselijk lichaam telt 10 x meer bacteriën dan cellen
Het menselijk lichaam telt 10x meer bacterien dan cellen
In de darmen zitten ontzettend veel bacteriën. De meeste zijn nuttig. 
Ze helpen bij het verteren van voedsel.
Door de goede, nuttige bacteriën hebben schadelijke bacteriën geen kans. Nuttige bacteriën beschermen de huid.
In je mond zitten 25 x meer bacteriën 
dan er mensen op de aarde leven.
Het zijn veel nuttige bacteriën maar er zijn ook schadelijke bacteriën.
Nuttige bacteriën

Slide 17 - Tekstslide

Voortplanting 
van bacteriën
Bacteriën planten zich voort door te delen.
Hoe ze dat doen?

1.  Eén bacterië deelt in tweeën.
2.  Die 2 groeien totdat ze weer even groot zijn.
3.  Dan gaan die 2 zich ook weer delen.
4.  Dan zijn er 4 en die gaan zich ook weer delen......

Bij gunstige omstandigheden delen ze zich elk half uur. 
Er moet dan voedsel en vocht zijn en de temperatuur moet goed zijn. 
Er ontstaat dan een hele grote groep, zo'n groep noem je een bacteriekolonie. 
Een bacteriekolonie kun je met het blote oog zien.


Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Voedsel maken

Bacteriën kunnen een rol hebben bij het maken van voedsel.

Die speciale bacteriën worden gebruikt bij het maken van voedingsmiddelen.

Slide 20 - Tekstslide

Schadelijke bacteriën
Voedsel bestaat uit (delen van) organismen.

Voorbeelden hiervan zijn: vlees, vis, fruit en groenten. 

Voor bacteriën is dat voedsel, daarom kunnen ze daar goed op leven. 

Het voedsel gaat daardoor bederven. Als wij bedorven voedsel eten, kunnen we daarvan ziek worden.

Er zijn bepaalde soorten bacteriën die mensen ziek kunnen maken. De huisarts zal dan een antibioticum voorschrijven.
Dat antibioticum dood de schadelijke bacteriën.
Een voorbeeld is penicilline maar er zijn meer antibiotica.
longontsteking
blaasontsteking

Slide 21 - Tekstslide

Maak nu 3.6 in Biologie voor jou
Werk eerst zelfstandig in stilte. 
Overleggen mag als het bord op groen staat
timer
15:00

Slide 22 - Tekstslide

SCHIMMELS

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Schimmel
Schimmels hebben een celkern. 
Ze hebben ook een celwand. 
Ze hebben geen bladgroenkorrels. 
Ze bestaan uit lange, dunne draden die je schimmeldraden noemt.  

Als er schimmel op je boterham zit, zie je die schimmeldraden als 'pluisjes'

Slide 27 - Tekstslide

Nuttige schimmels


Speciale soorten schimmels spelen een rol bij het maken van voedingsmiddelen. Bijvoorbeeld kaas, brood en wijn. 

Champignons en cantharellen zijn schimmels die we kunnen eten.
Schimmelkaas
1
Gist is een eencellige schimmel.
Gebruikt voor het rijzen van deeg
2
Schimmel speelt een rol bij maken van bier / wijn
3
cantharellen en champignons
4

Slide 28 - Tekstslide


In 1920 ging de engelse arts Alexander Fleming met vakantie en liet een rotzooi achter in zijn laboratorium.
Toen hij terugkwam ontdekte hij dat de bacteriën in zijn schaaltjes op sommige plekken dood waren. 
Op deze plekken groeide namelijk een schimmel. 
Zo ontdekte hij penicilline (een antibiotica). 
Peniciline: hoe (soms) schimmels bacteriën verslaan

Slide 29 - Tekstslide

Schadelijke schimmels
Schimmels kunnen
voedsel bederven.

Schimmels kunnen ziekten veroorzaken bij planten, dieren en mensen.

Schimmelinfecties zijn meestal huidaandoeningen. 
De ringworm ... heeft niets met een worm te maken. De rand van de aangetaste plek op de huid is rood en vormt een ring.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Maak nu 3.5 in Biologie voor jou
Werk eerst zelfstandig in stilte. 
Overleggen mag als het bord op groen staat
timer
15:00

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht:

Slide 33 - Tekstslide

Lees de opdracht goed door!!!
Maak een plan voor de besmetting. 
Laat deze eerst goedkeuren door je docent.
Pas na de goedkeuring ga je aan de slag!!!
timer
10:00

Slide 34 - Tekstslide