K4 Tiere Herhaling Grammatica + B Wortschatz

Ziel:
Du kannst über Feste und Feiertage in der gegenwärtigen Zeit (Präsens) und in der Vergangenheit (Perfekt) erzählen.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Ziel:
Du kannst über Feste und Feiertage in der gegenwärtigen Zeit (Präsens) und in der Vergangenheit (Perfekt) erzählen.

Slide 1 - Tekstslide

Gutemorgen 1BK1!
Programma:
  • Herhaling grammatica
  • Herhaling B Wortschatz
  • Tijd om zelf te werken

Slide 2 - Tekstslide

Het werkwoord in de tegenwoordige tijd (das Präsens)

Slide 3 - Tekstslide

Ezelsbrug
(Fe)
e
st
t
en
t
en
Persoon
Stam
Uitgang
Volledige vorm
Ich
spiel
e
Ich spiele
Du
mach
st
Du machst
Er (sie/es)
hör
t
Er hört
Wir
schwimm
en
Wir schwimmen
Ihr
lieb
t
Ihr liebt
sie/Sie
heiß
en
Sie heißen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Oefenen: Het werkwoord in de tegenwoordige tijd (das Präsens)

Slide 6 - Tekstslide

Wir (lernen) jetzt schon ein Jahr Deutsch.
tegenwoordige tijd (o.t.t.)
A
lernt
B
lernen

Slide 7 - Quizvraag

(Schwimmen) sie gerne?
tegenwoordige tijd (o.t.t.)
A
Schwimmst
B
Schwimmt

Slide 8 - Quizvraag

Du ( kaufen) Kaffee und Kuchen?
tegenwoordige tijd (o.t.t.)
A
kaufst
B
kaufe

Slide 9 - Quizvraag

Wir (spielen) oft.
tegenwoordige tijd (o.t.t.)
A
spielt
B
spielen

Slide 10 - Quizvraag

Er (machen) das.
tegenwoordige tijd (o.t.t.)
A
mache
B
macht

Slide 11 - Quizvraag

Tom (lieben) Tiere.
A
liebt
B
liebst

Slide 12 - Quizvraag

Sie (besuchen) den Tierpark.
A
besuche
B
besuchen

Slide 13 - Quizvraag

Voltooide tijd (Perfekt)
Ge + stam + t
Ich habe gewohnt
Er hat gemacht
Wir haben gespielt

Slide 14 - Tekstslide

Let op:
Als een vervoeging van het werkwoord haben al in de zin staat, moet je het voltooid deelwoord invullen. 
Geen vervoeging van haben?  Dan vul je de tegenwoordige tijd in.

Ich habe (spielen).
Ich habe gespielt.
Ich (spielen).
Ich spiele.

Slide 15 - Tekstslide

Wortschatzzzzzz

Slide 16 - Tekstslide

Vertaal naar het Duits:
De aap

Slide 17 - Open vraag

Vertaal naar het Duits:
De spin

Slide 18 - Open vraag

Vertaal naar het Duits:
Het huisdier

Slide 19 - Open vraag

Vertaal naar het Duits:
aaien

Slide 20 - Open vraag

Vertaal naar het Duits:
vaak

Slide 21 - Open vraag

Vertaal naar het Duits:
erg houden van

Slide 22 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
Der Elefant

Slide 23 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
machen

Slide 24 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
Das Meerschweinchen

Slide 25 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
aber

Slide 26 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
sein

Slide 27 - Open vraag

Vertaal naar het Nederlands:
Das Schaf

Slide 28 - Open vraag

Tijd om te leren!
Of: Slim Stampen :)

Slide 29 - Tekstslide