Hoofdstuk 9 veilig op stage

Veilig op stage 
Hoofdstuk 9
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Veilig op stage 
Hoofdstuk 9

Slide 1 - Tekstslide

Vast opgestelde machines

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een vast opgestelde machine?
A
Een machine die veilig is
B
Een machine waar iedereen mee mag werken
C
Een machine die je kunt verplaatsen
D
Een machine die altijd vast op zijn plek staat.

Slide 3 - Quizvraag

Als iets niet goed vastzit, kan iets weggeslingerd worden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Je kunt lichamelijke klachten krijgen van trillingen van een machine
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Je kunt lange haren los dragen bij draaiende delen van een machine
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Een goede werkhouding voorkomt klachten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Als je de noodknop indrukt, staat de machine meteen stil.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Schadelijke stoffen in de machine kunnen naar buiten lekken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Wanneer wordt een machine of apparaat gekeurd ?
A
Nooit
B
Wekelijks
C
Periodiek
D
s'avonds

Slide 10 - Quizvraag

Een machine moet regelmatig .......worden.
A
Gekeurd
B
Staat
C
Afgeschermd

Slide 11 - Quizvraag

Machines die voldoen aan Europese eisen, hebben een .....
A
Staat
B
CE-markering
C
Gekeurd

Slide 12 - Quizvraag

Bij machines moet altijd een Nederlandse .....aanwezig zijn.
A
CE-markering
B
Afgeschermd
C
Gebruiksaanwijzing

Slide 13 - Quizvraag

De bewegende delen moeten ....zijn.
A
Gebruiksaanwijzing
B
Afgeschermd
C
Gekeurd

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een vandiktebank?
A
Een machine waarmee je rechte gaten kunt boren.
B
Een machine waarmee je materialen kunt schuren.
C
Een machine waarmee je buizen kunt buigen.
D
Een machine waarmee je hout kunt schaven op de juiste dikte.

Slide 15 - Quizvraag

Je bent aan het werk met een bandschuurmachine. Welk gevaar is er dan?
A
Je vinger kan er tussen komen
B
Je kunt je huid kapot schuren
C
De boor kan breken

Slide 16 - Quizvraag

Waarom mag je bij een cirkelzaag- machine geen handschoenen aan?

Slide 17 - Open vraag

(elektrisch handgereedschap)

Slide 18 - Tekstslide

Wat is handgereedschap?
A
Gereedschap waarbij je je eigen spierkracht moet gebruiken
B
Gereedschap wat op een vaste plek staat
C
gereedschap voor in de bouw
D
al het gereedschap

Slide 19 - Quizvraag

Wat betekent 'niet aangedreven'?
A
dat het kan drijven
B
dat het geen elektrische motor heeft
C
dat het op een vaste plek staat
D
dat het aangeduwd wordt

Slide 20 - Quizvraag

Noem zoveel mogelijk voorbeelden van 'niet aangedreven' handgereedschap

Slide 21 - Woordweb

Wat is elektrisch gereedschap?
A
handgereedschap met een snoer of accu eraan
B
elke machine
C
gereedschap om elektriciteit mee te maken
D
iets anders

Slide 22 - Quizvraag

Noem zoveel mogelijk voorbeelden van elektrisch gereedschap

Slide 23 - Woordweb

niet meer gebruiken
bramen
kop moet goed vast zitten
dubbel geisoleerd

Slide 24 - Sleepvraag

Waarom mag je in een badkamer ruimte geen elektrische apparaten met een snoer gebruiken?

Slide 25 - Open vraag

Het hoofdstuk over 'Machines en gereedschappen vond ik...
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 26 - Poll

Dit hoofdstuk vond ik
Makkelijk
moeilijk
ik snap er helemaal niks van

Slide 27 - Poll