Ec. Bekeken 2TH: §7.6

§7.6 Een baan
Na deze les kun je:
-Arbeidsovereenkomst
-Proeftijd
-Arbeidsvoorwaarden
-CAO
-Rekentrainer
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

§7.6 Een baan
Na deze les kun je:
-Arbeidsovereenkomst
-Proeftijd
-Arbeidsvoorwaarden
-CAO
-Rekentrainer

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Twee soorten arbeidsovereenkomsten:

  • de vaste arbeidsovereenkomst (zonder einddatum);


  • de tijdelijke arbeidsovereenkomst (met einddatum).


Flexwerkers hebben een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Slide 3 - Tekstslide

Arbeidsovereenkomst

Slide 4 - Tekstslide

Proeftijd
  • staat in je arbeidsovereenkomst
  • 1 of 2 maanden
  • bij een contract van 6 maanden geen proeftijd
  • in de proeftijd kun je ook zelf het contract opzeggen

Slide 5 - Tekstslide

Proeftijd

Slide 6 - Tekstslide

arbeidsvoorwaarden
- vakantieregeling
- verlofdagen
- functieomschrijving

Goede arbeidsvoorwaarden zorgen voor een hogere arbeidsproductiviteit.


Slide 7 - Tekstslide

Hoe kan je invloed hebben op de CAO?
Vakbond
  • Een vakbond komt op voor jouw belangen op het gebied van werk en inkomen

  • Je betaalt hiervoor een maandelijkse/jaarlijkse premie

  • De organisatiegraad geeft aan hoeveel % er lid is van een vakbond

Slide 8 - Tekstslide

CAO AH

Slide 9 - Tekstslide

CAO = Collectieve ArbeidsOvereenkomst

    Een CAO is een contract tussen

           - een werknemersorganisaties ( = vakbonden) en

           - een werkgeversorganisaties.


    Hierin staan de arbeidsvoorwaarden die gelden voor iedereen in een bepaalde bedrijfstak.


    Slide 10 - Tekstslide

    CAO

    • Collectieve Arbeidsovereenkomst
    • Een overeenkomst tussen werkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden. 
    • Alle bedrijven die onder een CAO vallen, moeten zich houden aan de regels van de CAO
    • Werkgevers vertegenwoordigd door werkgeversorganisaties
    • Werknemers vertegenwoordigd door vakbonden

    Slide 11 - Tekstslide

    Arbeidsovereenkomst
    CAO = Collectieve ArbeidsOvereenkomst
    Individuele  arbeidsovereenkomst
    Bedrijfstak
    1 Werknemer

    Slide 12 - Tekstslide

    Vakantiegeld of eindejaarsuitkering
    Elk jaar krijg je in de maand mei vakantiegeld. Hoe reken je dit uit?
    Voorbeeld:

    Maandsalaris van Karel is €2000,- Hoeveel vakantiegeld krijgt Karel in mei?

    €2000 X 12 maanden = €24000.
    24000: 100 X 8% = €1920,- krijgt Karel aan vakantiegeld in mei.


    Slide 13 - Tekstslide

    Rekentrainer
    Vakantiegeld uitrekenen

    Vakantiegeld krijg je per jaar. Dus als je 8% krijgt van een maandloon van €1.737.

    Hoe bereken je het dan per jaar? 
    (een jaar heeft 12 maanden dus x 12)


    Slide 14 - Tekstslide

    Wat zijn arbeidsvoorwaarden?
    A
    afspraken die gelden als je ergens werkt
    B
    afspraken die voor iedereen gelden

    Slide 15 - Quizvraag

    Wat doet een vakbond?
    A
    Komt op voor de belangen van werknemers
    B
    Komt op voor de belangen van werkgevers
    C
    Komt op voor belangen van werknemers; onderhandelt met werkgevers over CAO en voorwaarden.
    D
    Komt op voor belangen van werkgevers; onderhandelt met werkgevers over de CAO en voorwaarden

    Slide 16 - Quizvraag

    Wat is een CAO?
    A
    Centrale Arbeidsovereenkomst
    B
    Collectieve Arbeidsonderneming
    C
    Centrale Arbeidsonderneming
    D
    Collectieve Arbeidsovereenkomst

    Slide 17 - Quizvraag

    CAO is een arbeidsovereenkomst voor een:
    A
    hele groep werknemers in een bepaalde bedrijfstak
    B
    één werknemer
    C
    één werkgever
    D
    hele groep werkgevers in een bepaalde bedrijfstak

    Slide 18 - Quizvraag

    Wat staat er NIET in een arbeidsovereenkomst?
    A
    werktijden
    B
    loon
    C
    pensioen-afspraken
    D
    vakantiedagen

    Slide 19 - Quizvraag

    Wat is een proeftijd?
    A
    Een periode waarin de werkgever meteen kan opzeggen als het werk niet bevalt.
    B
    Een periode waarin de werknemer kan opzeggen als het werk niet bevalt.
    C
    Een periode waarin de werknemer en werkgever meteen kunnen opzeggen als het niet bevalt.
    D
    Een periode waarin eten gratis geproefd mag worden

    Slide 20 - Quizvraag

    Wat is een arbeidsovereenkomst?
    A
    Een groep bedrijven die hetzelfde doen
    B
    Werk bij een uitzendbureau
    C
    Een afspraak tussen werkgever en werknemer.
    D
    Een afspraak tussen klant en verkoper

    Slide 21 - Quizvraag

    Wat is een tijdelijke baan
    A
    Een baan waarbij ik alleen in de ochtend moet werken
    B
    Een baan waarbij ik allen in het weekend moet werken
    C
    Een baan voor bepaalde tijd
    D
    Een baan voor onbepaalde tijd

    Slide 22 - Quizvraag

    Wat is een vaste baan?
    A
    Een baan voor bepaalde tijd
    B
    Een baan van 9 uur tot 17 uur
    C
    Een baan wanneer je werkt op verzoek van de baas
    D
    Een baan voor onbepaalde tijd

    Slide 23 - Quizvraag


    Vakantiegeld =
    A
    Geld dat jij gevonden hebt op vakantie.
    B
    Geld dat jij moet betalen voor je vakantie.
    C
    Geld dat jij krijgt van jou werkgever.
    D
    Geld dat jij kunt verdienen in de vakantie.

    Slide 24 - Quizvraag

    Els verdient €1.800 per maand. Het vakantiegeld bedraagt 8%. Hoeveel krijgt Els aan vakantiegeld?
    A
    €1.800 x 8 = €14.400
    B
    €1.800 : 100 x 8 = €144
    C
    €1.800 x 12 : 100 x 8 = €1.728
    D
    €1.800 x 12 : 8 = €2.700

    Slide 25 - Quizvraag

    Rob verdient €60,- per maand. Hierover krijgt hij 6% vakantiegeld.
    Hoeveel vakantiegeld krijgt hij per jaar?
    A
    €43,20
    B
    €7,20
    C
    €63,60
    D
    €3,60

    Slide 26 - Quizvraag