12.4 Elektriciteit en veiligheid

12.4 Elektriciteit en veiligheid
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

12.4 Elektriciteit en veiligheid

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 12.4 Elektriciteit en veiligheid
  1. Je kunt beschrijven hoe de elektrische installatie van een woonhuis in elkaar zit.
  2. Je kunt uitleggen hoe geleiders en isolatoren in een huisinstallatie worden toegepast.
  3. Je kunt beschrijven welke gevaren het gebruik van elektriciteit met zich meebrengt.
  4. Je kunt uitleggen wat er precies aan de hand is bij kortsluiting en bij overbelasting.
  5. Je kunt de functie beschrijven van zekeringen, aardlekschakelaars en aardleidingen.
  6. Je kunt uitleggen hoe dubbele isolatie en transformatoren zorgen voor meer veiligheid.

Slide 2 - Tekstslide

12.4 Elektriciteit en veiligheid
Bert stapt van koken op gas over op elektrisch koken. 

Hij moet daarvoor wel de huisinstallatie laten uitbreiden.

 Waarom kan hij de kookplaat en de oven niet op de bestaande groepen aansluiten?

Slide 3 - Tekstslide

Huisinstallatie
  • Netwerk van elektriciteitsdraden 
       in huis.
  • Splitst in (bijvoorbeeld 6) parallelle groepen
  • Elke groep heeft eigen groepsschakelaar.(zekering)
  • Je kan een groep spanningsloos maken om veilig reparaties in huis uit te voeren.
  • Bevat automatische zekeringen en aardlekschakelaar

Slide 4 - Tekstslide

De leidingen
Geleider:
Materiaal dat een elektrische stroom gemakkelijk doorlaat, zoals koper.
Alleen als de stroomsterkte veel te groot wordt, kan de temperatuur te hoog oplopen.

Isolator:
Materiaal waar geen elektrische stroom doorheen kan lopen, zoals plastic.
Andere veelgebruikte isolatoren zijn rubber, glas en lucht.


Slide 5 - Tekstslide

Gevaren van elektriciteit
Schok:
Plotselinge snelle samentrekking van je spieren, doordat er een elektrische stroom doorheen loopt.
Kortsluiting:

Overbelasting:








Slide 6 - Tekstslide

Kortsluiting

Slide 7 - Tekstslide

Overbelasting
Maximumstroom per groep: 16A  
Meer = brandgevaar

te veel apparaten => overbelasting
want: stroom hangt af van aangesloten vermogen

Bij overbelasting wordt de groep uitgeschakeld door de zekering

Slide 8 - Tekstslide

groter vermogen = grotere stroomsterkte


Totale opgenomen vermogen:


(want P=U x I en de spanning U is bij elk apparaat 230 V)

Itotaal=I1+I2+I3+I4+...
Ptotaal=P1+P2+P3+...

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het maximale vermogen per groep als er 16 A stroom mag lopen?

Slide 10 - Open vraag

Vermogen
Alle apparaten die aangesloten zijn op een stroombron, verbruiken dus energie. Dit meten wij in Watt.

Welke van de apparaten hier links mogen niet op 1 groep? Wat gebeurt er als je dat wel doet?

Wat als je een jaccuzzi wil? 
Die heeft 20A of meer nodig ... 
(google maar eens)

Slide 11 - Tekstslide


A
10 A
B
13 A
C
14 A
D
16 A

Slide 12 - Quizvraag

Waarom krijgen wasmachines vaak een 'eigen groep'?
A
Hogere spanning
B
Hoge stroom
C
Werkt met water
D
Grotere kans op kortsluiting

Slide 13 - Quizvraag

Veiligheidsmaatregelen
De huisinstallatie is op verschillende manier beveiligd: met zekeringen, met aardlekschakelaars en met aardleidingen.
Groepszekering:
Zekering die één groep van een huisinstallatie beveiligt tegen te grote stromen.
Aardlekschakelaar:
Apparaat dat de stroom die het huis binnenkomt, vergelijkt met de stroom die het huis verlaat. Als het verschil te groot wordt (als er te veel stroom ‘weglekt’), schakelt de aardlekschakelaar de stroom uit.
aardedraad
Groengele draad die de metalen buitenkant van een apparaat verbindt met de aardrail in de meterkast.
randaarde
Extra contactpunt aan de rand van het stopcontact dat verbonden is met een aardedraad.
dubbel geïsoleerd
Beveiliging van een apparaat met twee aparte lagen isolatie; meestal is de tweede laag de kunststof buitenkant van het apparaat.








Slide 14 - Tekstslide

De aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar reageert als er stroom 'weglekt' via een andere weg dan de draden, b.v. via je lichaam.
Hij vergelijkt Ifasedraad met Inuldraad
het verschil noem je de Ilek (lekstroom).
Als Ilek > 30mA zet de aardlekschakelaar
de groep uit.



Slide 15 - Tekstslide

Aardlekschakelaar
Er zijn maximaal 4 groepen aangesloten op de aardlekschakelaar. Als er in één van deze groepen een lekstroom is worden alle groepen uitgeschakeld.

Slide 16 - Tekstslide

Elektriciteit en veiligheid
Aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar vergelijkt de stroomsterkte in de fasedraad met die van de nuldraad.

Slide 17 - Tekstslide

Elektriciteit en veiligheid
Aardlekschakelaar
De aardlekschakelaar vergelijkt de stroomsterkte in de fasedraad met die van de nuldraad.
  • Als het verschil in stroomsterkte groter wordt dan 30 mA, schakelt de aardlekschakelaar de stroom uit.
  • Of: differentieelschakelaar

Slide 18 - Tekstslide

Randaarde/ aardleiding

extra beveiliging tegen lekstroom. 
Dit draad is rechtstreeks verbonden met de aarde. 

Slide 19 - Tekstslide

Elektriciteit en veiligheid

Slide 20 - Tekstslide

Aardlekschakelaar 

Slide 21 - Tekstslide

Veiligheidsmaatregelen
Aardedraad:
Groengele draad die de metalen buitenkant van een apparaat verbindt met de aardrail in de meterkast.
Randaarde:
Extra contactpunt aan de rand van het stopcontact dat verbonden is met een aardedraad.
Dubbel geïsoleerd:
Beveiliging van een apparaat met twee aparte lagen isolatie; meestal is de tweede laag de kunststof buitenkant van het apparaat.








Slide 22 - Tekstslide

4 kleuren bedrading
Bruin - fasedraad (230 V)
Blauw - nuldraad


Groengeel - aarde
Zwarte - schakeldraad: Alleen spanning als schakelaar aan is.
Welke draden kun je veilig aanraken?
nuldraad
Waarom raak je ook de nuldraad niet aan? Omdat er een kans is dat bijv. een vorige bewoner de nuldraad en fasedraad verwisseld heeft. Dan werkt alles perfect - maar staat alle spanning op de nuldraad. 

Slide 23 - Tekstslide

Stopcontact
Bekijk de twee stopcontacten.

De linker heeft een randaarde (de ijzeren contactjes) en de bijbehorende stekker heeft inkepingen.


Slide 24 - Tekstslide

Aarding

Slide 25 - Tekstslide

Welke draad kun je veilig aanraken?
A
bruin: fasedraad
B
blauw: nuldraad
C
groengeel: aardedraad
D
zwart: schakeldraad

Slide 26 - Quizvraag

Een defecte wasmachine maakt kortsluiting.
Dankzij dubbele isolatie van de wasmachine lekt er geen stroom weg. Toch wordt de groep uitgeschakeld door ...
A
de aardlekschakelaar
B
de kortsluiting
C
de zekering
D
de schakeldraad

Slide 27 - Quizvraag

Enkele/dubbele isolatie
Bij een apparaat met dubbele isolatie is er een extra isolatielaag en meestal een plastic buitenkant.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Dubbele isolatie

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Aan de slag!
lees: 12.4 Elektriciteit en veiligheid

en daarna opgaven maken

Slide 33 - Tekstslide