Hoe zat het ook al weer met... HC Britse Rijk?

Hoe zat het ook al weer met... HC Britse Rijk?
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Hoe zat het ook al weer met... HC Britse Rijk?

Slide 1 - Tekstslide

DC1
Op welke manieren ontwikkelden zich de Engelse koloniën in de
Amerika's (1585-1833)?

Slide 2 - Tekstslide

Ontdekking van Noord-Amerika
Oorzaken
Britten reizen naar 0ostkust Noord-Amerika
1. ontdekkingsreizen → hoop op goud en zilver
2. uitvalsbasis in oorlog tegen Spanje
3. alternatieve route Azië
Gevolgen
Eerste kolonie in 1585, niet succesvol:
- mislukte oogsten
- gevechten met inheemse bevolking

enkele jaren later: Virginia, deze is wel succesvol




KA: begin Europese overzeese expansie

Slide 3 - Tekstslide

Pilgrim Fathers
Oorzaken
Engelse koning beperkt vrijheid binnen Anglicaanse kerk → strenge protestanten komen uiteindelijk in Plymouth terecht (huidige staat New England), 1620

Doel
Het opzetten en ontwikkelen van een geheel nieuwe samenleving op basis van streng protestantse leefregels en voorschriften.



Gevolg
Schip 'Mayflower' dwaalde af, geen wintervoorraden.
Kregen hulp lokale bevolking
Thanksgiving




KA: protestantse reformatie

Slide 4 - Tekstslide

motieven kolonisatie Noord-Amerika door Engelse kolonisten
Economisch

- Alternatieve route naar Azië
- Hoop op vinden goud en zilver

Politiek

Noord-Amerika als uitvalsbasis in de kaapvaart tegen Spanje



Religieus

Samenleving ontwikkelen op basis van streng protestantse leefregels en
voorschriften




Slide 5 - Tekstslide

VOORBEELD
en dat ziet er zo uit op het examen

En verder: Pilgrim Fathers (streng protestants) / uitvalsbasis tegen Spanje / positieve eerste contacten inheemse bevolking

Slide 6 - Tekstslide

Gebruik bron 2.
Een bewering: Met deze wet wil het bestuur van Maryland een godsdienstig en een politiek doel bereiken.
2p Ondersteun deze bewering door:
- met de eerste bepaling aan te geven welk godsdienstig doel het bestuur wil bereiken en
- met de tweede bepaling aan te geven welk politiek doel het bestuur wil bereiken.

Slide 7 - Open vraag

relatie inheemse bevolking (Indianen)
Begin: veel samenwerking

- Indiaanse stammen veel kennis omgeving en natuurlijke voorzieningen
- Handelscontacten


In Virgiana:
tabaksteelt vooral succesvol dankzij kennis Indianen.
Toename kolonisten

Relatie kwam onder druk te staan:
- Europese ziektes maakten veel slachtoffers
- kolonisten wilden namen grondgebied in (ook omdat Europeanen zichzelf superieur vonden)



Gevolgen:

- conflicten over eigendom grondgebied
- oorlogen → kolonisten vaak winnaars → betere wapens & inheemse stammen onderling verdeeld
Gevolg oorlogen: inheemse bevolking gedecimeerd, ondergeschikt gemaakt aan behoeftes kolonisten.

Slide 8 - Tekstslide

VOORBEELD
en dat ziet er zo uit op het examen:

En verder: contacten inheemse bevolking / oorlogen met inheemse bevolking

Slide 9 - Tekstslide

Vraag Bron

Slide 10 - Open vraag

Vestigings- en plantagekoloniën
Noordelijke koloniën: Vestigingskoloniën in het noorden: gericht op handel, landbouw en nijverheid (grond was niet geschikt voor plantages)

Zuidelijke koloniën:
Plantagekoloniën in het zuiden, gericht op het verbouwen van tabak en katoen op grote plantages voor de export.
Gevolgen:
- Meer conflicten tussen kolonisten en inheemse bevolking
- Intensivering handel koloniën en moederland (Engeland)
- Overal werden tot slaafgemaakten gebruikten, zuiden meer dan noorden.
- Ontstaan van een agrarisch-urbane samenleving in de noordelijke koloniën van Noord-Amerika, met een hogere bevolkingsdichtheid dan in de zuidelijke provincies
Uitbreiding naar 13 koloniën


KA wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

Slide 11 - Tekstslide

Caraïben
Jamaica & Barbados

Plantages voor tabak, suiker, rijst en indigo.
Gebruik van tot slaafgemaakten als arbeidskrachten
Zeer winstgevend.
Driehoekshandel

Via Atlantische oceaan werd de driehoekshandel gevoerd tussen Europa, Afrika en Amerika

Engeland richtte voor deze driehoekshandel de Royal African Company met een monopolie op de trans-Atlantische slavenhandel en de goudhandel. Chana, aan de Westkust van Afrika, werd het hoofdkwartier van deze handelsorganisatie.

KA uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

Slide 12 - Tekstslide

Amerikaanse revolutie
Verzet tegen Brits bestuur:
Door verlichte ideeën vanuit Europa → trias politica, volkssoevereiniteit,
natuurrechten.
Voelden zich niet meer vertegenwoordigd door Engelse koning & parlement
omdat zij veel belasting betaalden, maar geen invloed in parlement hadden → no taxation, without representation
Groeiende ongehoorzaamheid
Kolonisten volgden regels Britse overheid steeds minder, toename incidenten
Opstand kolonisten tegen Britse koning → 1776 onafhankelijkheidsverklaring
ondertekend door de Founding Fathers
Gevolg: federale staat
Na oorlog vormden de 13 koloniën een federale staat
 gebaseerd op verlichte ideeën → de Verenigde Staten van Amerika
KA de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap
rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
KA27

Slide 13 - Tekstslide

opkomst abolitionisme
Plantagekoloniën
Caraïbische koloniën bleven behouden na onafhankelijkheid VS, zeer winstgevend.

Einde 18e eeuw opkomst abolitionisme motieven: (christelijk) naastenliefde en (verlicht) gelijkheid/vrijheid
Slave Trade Act
Dankzij opkomst abolitionisme en verzet door tot slaafgemaakten werd slavenhandel in 1807 verboden.
Gevolg: koloniën in Caraïben niet langer winstgevend.
Gevolg: afschaffing slavernij
In 1833 verbod op slavernij, eigenaren plantagekoloniën kregen een schadevergoeding van Britse overheid
KA uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

Slide 14 - Tekstslide

DC2
Waardoor werd India in de 19e eeuw de belangrijkste kolonie binnen het Britse R¡jk (1765-1885)?

Slide 15 - Tekstslide

Mogolvorsten en de EIC
India
Bestuurd door mogolvorsten → handelden met o.a. de Britten d.m.v. factorijen waar de handelswaar voor Europa werd opgeslagen.
Handel ging via East India Company (EIC)

Toenemende macht EIC
Mogolvorsten verloren macht:
- onderlinge machtsstrijd
- GB beschermde eigen belangen tegen Hollanders/Fransen en lette daarbij niet op lokale vorsten.
EIC en de Royal Navy
EIC voor de handel, kreeg daarvoor rechten van Britse overheid:
- monopolie handel met India
- mocht verdragen sluiten met mogolvorsten
- geweldsmandaat

Royal Navy zorgde voor bescherming, ook buiten Britse gebieden
KA wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

Slide 16 - Tekstslide

Verdrag van Allahabad (1765)
Oorzaken
Plaatselijke bestuurders probeerden te handelen achter ruggen van Britten om, Mogolvorst Shah Alam ll van Bengalen greep niet in.
Britse leger greep in → gezag in handen EIC
Verdrag
EIC mocht belasting innen → nieuwe machtsverhoudingen: begin Britse bestuurlijke overheersing → indirect bestuur
Gevolgen:
Militair: met belasting werd militaire inzet (oprichting Brits-Indisch leger)
Economisch: uitbreiding handelscontacten in India betaald.

Verandering
Meer contact met cultuur India → botst met Britse waarden en normen

White man's burden



uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

Slide 17 - Tekstslide

Grote Opstand / Sepoy Opstand (1857)
Acceptatie Brits gezag
Meeste Indiërs accepteerden Brits gezag → oorzaken:
- ontstaan grote Indiase middenklasse met Engelse scholing
- veel Indiërs in dienst EIC
- samenwerking was ook in economisch belang groep Indiërs.
Directe oorzaak
Gebruik van dierlijk vet bij wapens (koe heilig voor Hindoes, varken niet rein voor moslims) → Soldaten B-I leger kwamen in opstand → sloeg over naar andere gebieden in India
1858 sloegen Britten opstand neer → verschillen tussen bevolking India waren te groot om 1 blok tegen Britten te vormen
Gevolgen
- EIC uitgespeeld, India vanaf dan onder direct bestuur van Britse regering
- Legereenheden B-I leger werden uit mix regio's samengesteld
- Victoria werd keizerin van India 
de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

Slide 18 - Tekstslide

Parel in de kroon
Belangrijkste kolonie, oorzaken:
- Politiek: wereldheerschappij en aanzien
- Militair: leger en marine waren op volle sterkte om rijk te beschermen
- Economisch: plantages, afzetgebied voor Britse eindproducten.
Indiase nijverheid moest concurreren met Britse industrie → werkloosheid onder veel Indiërs 
Investeren ter ondersteuning van industrialisatie

Reden: grondstoffen en afzetmarkten
- spoorwegen in India
- Suezkanaal
Controle nam toe
Oorzaken:
- betere infrastructuur
- economische belangen (grondstoffen en afzetmarkten)
- superioriteitsgevoel vanuit nationalisme

Britten voeren Engelse taal, Brits rechts- en onderwijssysteem in.
de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

Slide 19 - Tekstslide

VOORBEELD
en dat ziet er zo uit op het examen:

En verder: Allahabad / rechten EIC / plantages / aanleggen infrastructuur / indirect bestuur / streven naar meer invloed & onafhankelijkheid

Slide 20 - Tekstslide

Vraag

Slide 21 - Open vraag

Indian National Congress (1885)
Oorzaak
Invoering Brits onderwijs voor Indiase elite had tot groep hoogopgeleide Indiërs met Westerse ideeën geleid. 
Wilden meer inspraak in het bestuur in India → Britten gingen niet in op wensen
radicaler
Streefden binnen paar jaar na oprichting naar onafhankelijkheid.
Bleven voortrekker tot daadwerkelijke onafhankelijkheid.
vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme

Slide 22 - Tekstslide

DC3
Welke rol speelden de koloniën in sociaal-economische ontwikkelingen
in Groot-Brittannië (1750-1900)?

Slide 23 - Tekstslide

Industriële revolutie in Groot-Brittannië
Britse Rijk
Veel winst uit rijk:
- goedkope arbeidskrachten
- belastinginkomsten
- handelsmonopolie
- internationale handelsstromen
Gevolg: GB nam economische voorsprong op ander landen


In GB
Gevolg: geld voor investeringen en technische ontwikkelingen
Gevolg: 
- betere hygiëne en ziektebestrijding
- verbeteringen landbouw → meer opbrengst & minder vraag naar arbeid
Gevolg: bevolkingsgroei → dit zorgde voor:
- meer vraag naar kleding en huisraad → industriële productie
-  veel goedkope arbeidskrachten → urbanisatie: ontstaan arbeiderswijken en 'sociale kwestie'
Voorbeelden
Spinning Jenny
Stoommachine
de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
- de industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving;
- discussies over de ‘sociale kwestie’

Slide 24 - Tekstslide

investeringen voedden industrialisatie
In koloniën en GB
Industrialisatie zorgde voor meer winst ondernemers → snellere industrialisatie & aanleg infrastructuur
Gevolg: Snellere uitwisseling goederen en grondstoffen → GB werd gevoelig voor gebeurtenissen in de wereld
Voorbeeld: Burgeroorlog VS, hierdoor minder katoen, moest ergens anders vandaan komen → India werd steeds belangrijker. Voor India zelf betekende dit dat huisnijverheid daar verdween.
Van handelskapitalisme naar industrieel kapitalisme
Van verhandelen van goederen voor winst naar produceren van goederen voor winst.

Voor grondstoffen en afzetmarkt was liberale markteconomie van belang.
Gevolgen:
- minder overheidsbemoeienis
- bescherming van vrijhandel, o.a. door Royal Navy
de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

Slide 25 - Tekstslide

nieuwe sociale klassen
Ondernemers
Wilden meer politieke invloed omdat zij zorgden voor eco. groei GB
Reform Bill (1832)
Aanpassing kiesdistricten:
- plattelandsdistricten kregen minder zetels
- industriesteden kregen eigen districten met meer zetels
- uitbreiding kiesrecht (vooral voor kleinere ondernemers)

Gevolgen:
- minder invloed landadel
- de nieuwe industriëlen kregen meer invloed
Arbeiders
Slechte leef- en werkomstandigheden in (fabrieks)steden: slechte hygiëne / weinig gezondheidszorg / geen sociale voorzieningen / onveilige werkomgeving / weinig wooncomfort

Overheid greep eerst niet in, maar later wel om geweld, ziektes en epidemieën tegen te gaan.
Factory Acts (1833)

Factory Acts
Nieuwe wet waarin richtlijnen kwamen voor werktijden, kinderarbeid en veiligheid.
- Ondernemers waren tegen overheidsbemoeienis
- Betekende voor arbeiders geen verbetering in omstandigheden. 
discussies over de ‘sociale kwestie’

Slide 26 - Tekstslide

Robert Owen
Zelf industrieel
Zelf afkomstig uit elite. 
Werkte als manager in een fabriek.

Was ervan overtuigd dat de omgeving het karakter van de mensen bepaalde.
Brengt dit in praktijk in New Lanark
New Lanark
Sociale aanpak in katoenfabriek:
- betere leef- en werkomstandigheden → werkomgeving zonder armoede & uitbuiting, geen criminaliteit & drankmisbruik.

Arbeiders max. 10 uur per dag werken, kinderen pas vanaf 10e. Wel controle op prestaties. Combineerde daarmee socialisme en industrieel kapitalisme


Gevolgen
Owen was voorstander vakbonden en betere omstandigheden → Arbeiders gingen zich organiseren in vakbonden en strijden voor hun rechten.
- discussies over de ‘sociale kwestie’
- de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

Slide 27 - Tekstslide

VOORBEELD
en dat ziet er zo uit op het examen:

En verder: fabrieken / slechte leef- en werkomstandigheden / overheidsbemoeienis met arbeiders / wet- en regelgeving

Slide 28 - Tekstslide

Vraag

Slide 29 - Open vraag

Werkplaats van de wereld
Grootmacht
Door industrialisatie:
- Londen centrum wereld → financieel hart
- GB liep voor op technisch, wetenschappelijk en cultureel gebied
- Grootste rijk met meest voordelen voor moederland
Wereldtentoonstelling (1851)
Opscheppen over succes op technologisch, economisch, sociaal en cultureel gebied
GB werd door tentoonstelling gezien als 'werkplaats van de wereld'


Concurrentie
Na 1870 kreeg GB concurrentie van:
- Duitsland (na eenwording in 1871)
- VS (na burgeroorlog 1861-1865)

Gevolg: om positie te behouden werd rijk nog verder uitgebreid.

GB heerste rond 1900 over kwart wereldbevolking
- de moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie

Slide 30 - Tekstslide