Les 004

Welkom!
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Programma
opwarmer
quiz paper 1 analyse
oefenen eerste paper 1


Slide 2 - Tekstslide

Opwarmer
 Welke indruk van de Eerste Wereldoorlog probeert deze tekst je te geven?

Slide 3 - Tekstslide

Opwarmer
 Welke indruk van de Eerste Wereldoorlog probeert deze tekst je te geven?
https://www.youtube.com/watch?v=qB4cdRgIcB8

Slide 4 - Tekstslide

Opwarmer
Welke sfeer bleef het meest hangen?
Welke woorden/beelden/geluiden veroorzaakten dat?
Denk je dat deze tekst oorlog heroïsch of juist ontluisterend voorstelt? Waardoor?
“Welke schrijverskeuze heeft volgens jou het meeste effect op de lezer: woordkeuze, beeldspraak, geluid of contrast?”

Slide 5 - Tekstslide

Paper 1 vraag

“Welke schrijverskeuze heeft volgens jou het meeste effect op de lezer: woordkeuze, beeldspraak, geluid of contrast?”

Slide 6 - Tekstslide

Welke zin is de beste Paper 1-analyse?
A
Korte zinnen zijn een stijlmiddel.
B
Er staan veel korte zinnen in het fragment.
C
De korte zinnen verhogen het tempo en versterken daardoor de paniek van het personage.
D
De schrijver gebruikt korte zinnen.

Slide 7 - Quizvraag

Uitleg
Bij Paper 1 wil je niet alleen een middel herkennen, maar vooral uitleggen welk effect het heeft en wat het betekent.

Slide 8 - Tekstslide

Vraag 1

Wat is focalisatie?


A
De plaats waar het verhaal zich afspeelt
B
De persoon door wiens ogen we gebeurtenissen waarnemen
C
Een tegenstelling in de tekst
D
Een terugkerend symbool

Slide 9 - Quizvraag

Uitleg
Focalisatie gaat over wie waarneemt. Je vraagt dus: door wiens ogen, gedachten of gevoelens krijgen we de gebeurtenissen te zien?

Slide 10 - Tekstslide

Welk effect kunnen korte zinnen hebben?

A
Ze vertragen altijd het verhaal
B
Ze geven veel achtergrondinformatie
C
Ze kunnen tempo en spanning verhogen
D
Ze maken een tekst automatisch grappig

Slide 11 - Quizvraag

Uitleg
Korte zinnen kunnen een tekst sneller en gejaagder laten klinken, bijvoorbeeld bij spanning of paniek.

Slide 12 - Tekstslide

Wat kan herhaling in een literaire tekst doen?

A
Een gedachte of gevoel benadrukken
B
De setting veranderen
C
Een nieuw personage introduceren
D
Het perspectief automatisch veranderen

Slide 13 - Quizvraag

Uitleg
Door een woord, zin, beeld of geluid te herhalen, kan de schrijver er extra nadruk op leggen.

Slide 14 - Tekstslide

Een personage zit alleen in een donker huis. We lezen steeds:

“Tik. Tik. Tik.”

Wat kan dit geluid vooral doen?
A
Humor creëren
B
Spanning en stilte benadrukken
C
De tijdsprong uitleggen
D
Het perspectief veranderen

Slide 15 - Quizvraag

Uitleg
Kleine geluiden vallen in een stille omgeving extra op en kunnen daardoor spanning creëren.

Slide 16 - Tekstslide

Een personage bewaart jarenlang het kapotte horloge van haar overleden vader.

Waar kan dit horloge voor staan?
A
Alleen voor de tijd
B
Voor herinnering en verlies
C
Voor focalisatie
D
Voor zinslengte

Slide 17 - Quizvraag

Uitleg
Een concreet voorwerp kan een diepere betekenis krijgen. Dat noemen we symboliek.

Slide 18 - Tekstslide

Een kamer wordt eerst omschreven als “warm en gezellig” en later als “donker en verstikkend”. Wat laat de woordkeuze vooral zien?
A
Een verandering van verleden naar tegenwoordige tijd
B
Een nieuwe verteller
C
Een verandering in de gevoelens van het personage
D
DEen andere spellingregel

Slide 19 - Quizvraag

Uitleg
Een concreet voorwerp kan een diepere betekenis krijgen. Dat noemen we symboliek.

Slide 20 - Tekstslide

Een eenzaam personage bevindt zich ’s avonds op een leeg en koud station. Welke functie kan de setting hebben?
A
De zinnen korter maken
B
Een nieuw personage aankondigen
C
Het verhaal automatisch in de ik-vorm zetten
D
De eenzaamheid versterken

Slide 21 - Quizvraag

Uitleg
De omgeving kan passen bij de gevoelens van een personage en zo de sfeer versterken.

Slide 22 - Tekstslide

Een personage zegt: 'Het gaat prima met me.' Maar ondertussen bijt hij op zijn nagels. Wat laten zijn handelingen zien?
A
Dat hij de verteller is
B
Dat hij waarschijnlijk gespannen is
C
Dat de setting verandert
D
Dat er sprake is van symboliek

Slide 23 - Quizvraag

Uitleg
De schrijver hoeft gevoelens niet letterlijk te noemen. Handelingen kunnen laten zien hoe een personage zich werkelijk voelt.

Slide 24 - Tekstslide

Tijdens een begrafenis schijnt buiten fel de zon en spelen kinderen lachend. Welk begrip past hierbij?
A
Focalisatie
B
Contrast
C
Herhaling
D
Symboliek

Slide 25 - Quizvraag

Uitleg
Het verdriet van de begrafenis staat tegenover de vrolijke buitenwereld. Dat contrast kan het verdriet juist sterker maken.

Slide 26 - Tekstslide

Welke vraag helpt het meest bij het analyseren van focalisatie?
A
Door wiens ogen beleven we deze situatie?
B
BWelke kleuren worden gebruikt?
C
Wanneer speelt het verhaal?
D
Welke woorden worden herhaald?

Slide 27 - Quizvraag

Welke analyse is het sterkst?
A
De herhaling van 'alleen' benadrukt hoe geïsoleerd het personage zich voelt.
B
“Het woord ‘alleen’ wordt drie keer herhaald.”
C
“Er is herhaling.”
D
“De schrijver houdt van het woord ‘alleen’.”

Slide 28 - Quizvraag

Uitleg
De beste analyse maakt de stap van middel → voorbeeld → effect/betekenis
Onthoud bij Paper 1:

Wat doet de schrijver? → Waar zie je dat? → Wat is het effect? → Wat betekent dit voor jouw interpretatie?

Slide 29 - Tekstslide

google docs voor analyse
hoe lees ik?
Max Havelaar?

Slide 30 - Tekstslide