Les 3 Paragraaf 3.1

3.1 Een land met een groot aantal inwoners
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.1 Een land met een groot aantal inwoners

Slide 1 - Tekstslide

Kennen & Kunnen
  • Je kunt rekenen met relatieve en absolute demografische gegevens
  • Je kent 3 soorten leeftijdsgrafieken en kunt deze aflezen
  • Je kent de betekenis van de volgende begrippen:
  • Geboortecijfer
  • Sterftecijfer
  • Immigratie
  • Emigratie
  • Vergrijzing
  • Vergroening
  • Demografie
  • Geboorteoverschot
  • Sterfteoverschot
  • Migratiesaldo
  • Natuurlijke bevolkingsgroei
  • Sociale bevolkingsgroei
  • Absolute cijfers
  • Relatieve cijfers

Slide 2 - Tekstslide

273 miljoen

Slide 3 - Tekstslide

Demografie
Demografie is de wetenschap die zich bezig houdt met veranderingen in bevolkingsaantallen:

  • Geboortecijfer
  • Sterftecijfer
  • Immigratie
  • Emigratie
  • Vergrijzing
  • Vergroening

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

  • Welke vorm zie je hier?
  • Wat kun je dus zeggen                over de bevolkingsopbouw?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Met welk probleem krijgt NL in de nabije toekomst te maken?
Met welk probleem zou Indonesië op dit moment te maken kunnen hebben? 

Slide 8 - Tekstslide

De bevolking van een land kan op 2 manieren groeien of afnemen:
  • Natuurlijke bevolkingsgroei: groei of krimp van een bevolking door geboorte en sterfte
  • Sociale bevolkingsgroei: krimp of groei van de bevolking door emigratie en immigratie
het verlaten van een land om je elders te vestigen
is het zich vestigen in een ander land of gebied.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Rekenen met bevolkingscijfers
2 soorten cijfers:
  • Absoluut: in aantallen
  • Relatief: in percentages, promille of per 1000 inwoners

Slide 11 - Tekstslide

Geboorte- en sterftecijfer
  • Geboortecijfer: het aantal geboortes (per 1000 inwoners)
  • Sterftecijfer: het aantal sterfgevallen (per 1000 inwoners)

Geboorte- of sterftecijfer berekenen:
  • Geboortes : aantal inwoners x 1000
  • Sterfgevallen : aantal inwoners x 1000


Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld geboortecijfer berekenen:
Land 1
20.000000 inwoners
740.000 geboortes

740.000  /  20.000000 = (0,037) x 1000 = 37
Relatief getal
Absoluut getal

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld sterftecijfer berekenen:
Land 1
20.000000 inwoners
560.000 sterfgevallen

560.000  /  20.000000 = (0,028) x 1000 = 28
Relatief getal
Absoluut getal

Slide 14 - Tekstslide

Natuurlijke bevolkingsgroei berekenen:

Natuurlijke bevolkingsgroei
  • Aantal geboortes - aantal sterfgevallen

740.000 - 560.000 = 180.000

Slide 15 - Tekstslide

Natuurlijke bevolkingsgroei
Geboorteoverschot
  • Er zijn meer mensen geboren dan gestorven

Sterfteoverschot
  • Er zijn meer mensen gestorven dan geboren

De bevolkingsgroei kan stijgen of dalen

Slide 16 - Tekstslide

Migratiesaldo
Migratiesaldo 
  • Immigranten - emigranten

Land 1
16.000 emigranten
210.000 immigranten
210.000 - 16.000 = 194.000

Slide 17 - Tekstslide

Migratiesaldo
  • Migratiesaldo: het verschil tussen het aantal mensen dat een land binnenkomt en het aantal mensen dat vertrekt.
  • Is het positief dan is er sprake van een vestigingsoverschot, is het negatief dan is er sprake van een vertrekoverschot

Slide 18 - Tekstslide

Totale bevolkingsgroei
  • Berekenen:
Natuurlijke bevolkingsgroei + migratiesaldo

Land 1
180.000 natuurlijke bevolkingsgroei
194.000 migratiesaldo



180.000 + 194.000 = 374.000

Slide 19 - Tekstslide

Nu zelf
Maak opdracht 21 van Hoofdstuk 3 (10 minuten)

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Huiswerk
Maak t/m opdracht 23 

Slide 22 - Tekstslide