Een voorstel doen - Het werkwoord zullen
Een voorstel doen - Het werkwoord zullen
Ik ben moe.
Zullen we voetballen?
Zal ik even je oma opbellen?
Zullen we ergens gaan zitten?
Zullen naar de bioscoop gaan?
Ik heb nog maar vijf euro.
Zullen we ergens gaan eten?
Zal ik wat uit de muur halen?
Zal ik een tafel reserveren?
Zullen we deze duure jas kopen?
Er is bijna nooit plaats.
Zal ik dan maar een voorstel doen?
Zullen we ergens gaan eten?
Zal ik iets bij "Carlo" halen?
Zal ik opbellen en proberen een tafel te reserveren?
Ik heb trek in Italiaans eten.
Zullen we naar het restaurant "Peking" gaan?
Zullen we naar "Carlos" gaan?
Zullen we naar het restaurant "Akropolis" gaan?
Zullen we naar "Brauhaus am Markt" gaan?
Ik heb honger.
Zal je mij een glas water kunnen geven?
Zal je mij een kopje koffie geven?
Zullen we gaan zwemmen?
Zullen we ergens gaan eten?
In het restaurant: Ik weet niet wat ik wil.
Zal ik dan maar een voorstel doen?
Zullen iemand opbellen?
Zal ik opbellen en een tafel reserveren?
Zal je geld uit de muur halen?
Ik heb zin in een colaatje.
Zal ik je een glas melk halen?
Zullen we naar een cafe gaan?
Zullen we naar de kerk gaan?
Zal ik deze man naar de weg vragen?