Skills week 3 en 4 (injecteren)

Hoofdstuk 4: Injecteren 
- Klaarmaken van een injectie
- Subcutaan injecteren
- Toedienen van insuline
- Meten van de bloedsuiker met een bloedglucosemeter

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
VTHMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 4: Injecteren 
- Klaarmaken van een injectie
- Subcutaan injecteren
- Toedienen van insuline
- Meten van de bloedsuiker met een bloedglucosemeter

Slide 1 - Tekstslide

Klaarmaken van een injectie 
Bladzijde 79 van je boek 

Slide 2 - Tekstslide

Plaats de beschermhoes op de naald
A
mag niet
B
mag wel
C
mag niet vanwege prikaccident

Slide 3 - Quizvraag

Er mogen geen luchtbellen in de spuit voorkomen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Video

Subcutaan injecteren 
bladzijde 81 van je boek 

Slide 6 - Tekstslide

Welk medicijn injecteer je altijd subcutaan
A
Fragmin of clexane
B
Morfine of dipidilor
C
Vitamine B12

Slide 7 - Quizvraag

Voor het injecteren maak je de huid schoon met alcohol
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Toedienen van insuline 
bladzijde 82 van je boek 

Slide 11 - Tekstslide

Bij langwerkende of gemengde insuline 10 keer de insulinepen zwenken
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Het injecteren van insuline gaat altijd via
A
Huidplooitechniek
B
Loodrechttechniek

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Video

Meten van de bloedsuiker met een bloedglucose meter 
Zie bladzijde 83 van je boek 

Slide 15 - Tekstslide

Laat de cliënt handen wassen en goed drogen voor de vingerprik
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Eerste druppel na vingerprik wegvegen omdat
A
dit hygiënisch is
B
uitslag glucosegehalte kan beïnvloeden
C
betrouwbaardere meting geeft

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Video

Nieuwere techniek 
via chip arm

Slide 19 - Tekstslide

Intramusculair injecteren
bladzijde 84

Slide 20 - Tekstslide

Nadat je de injectievloeistof im hebt gegeven laat je de naald nog 10 seconden zitten
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Intramusculair injecteren betekent
A
In de huid injecteren
B
In de spier injecteren
C
in de ader injecteren

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Vragen ?

Slide 25 - Tekstslide