3.1 - Introductie en hofstelsel

Vroege Middeleeuwen
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Vroege Middeleeuwen

Slide 1 - Tekstslide

Werkwijze
  • Hoofdstuk 2 laten we rusten voor nu
  • Laatste loodjes doen we wanneer de toetsweek er bijna is
  • We beginnen dus vandaag aan een nieuw hoofdstuk: vroege middeleeuwen
  • Kans bestaat dat we ook in de komende weken een start maken met de PO van jaar 4

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
aan het einde van de les kun je:
  • aangeven waarom er nieuw economisch systeem ontstond in de vroege middeleeuwen
  • uitleggen hoe dit systeem (hofstelsel) functioneerde

Slide 3 - Tekstslide

Welke tijdvakken horen bij de middeleeuwen?
A
Monniken en vorsten - Steden en staten
B
Steden en rechten - Monniken en vorsten
C
Monniken en ridders - steden en landen
D
Monniken en ridders - Steden en staten

Slide 4 - Quizvraag

Autarkie
Als het Romeinse Rijk verdwijnt -->
  • Wegen in verval
  • Steden lopen leeg
  • Handel weggevallen
  • Krimpende bevolking
  • Lokaal bescherming zoeken
  • Autarkie = zelfvoorzienend

Slide 5 - Tekstslide

3.1 Hofstelsel en horigheid
Kenmerkend aspect: 
De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarische-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

Slide 6 - Tekstslide

Waardoor viel de landbouwstedelijke samenleving weg na de val van het Romeinse rijk?
A
Er was geen bescherming meer
B
De steden werden vernield
C
Er was geen geld meer waar mee gehandeld kon worden
D
De wegen werden niet meer onderhouden

Slide 7 - Quizvraag

de veiligheid om te reizen in de tijd van monniken en ridders (500-1000 n.chr)
A
was niet te vertrouwen en viel weg
B
was goed georganiseerd
C
was gegarandeerd

Slide 8 - Quizvraag

De meeste Romeinse steden in de tijd van monniken en ridders (500-1000 n.chr)
A
bleven in de middeleeuwen in oorspronkelijke staat functioneren
B
waren leeggelopen
C
werden vervangen door Middeleeuwse steden

Slide 9 - Quizvraag

de handel in de tijd van monniken en ridders (500-1000 n.chr)
A
bloeit als nooit tevoren
B
loopt enigszins terug
C
speelde een kleine rol
D
bestaat in het geheel niet

Slide 10 - Quizvraag

de geldeconomie in de tijd van monniken en ridders (500-1000 n.chr)
A
werd gedomineerd door goud
B
was gebaseerd op waardepapieren
C
bloeide als nooit tevoren
D
was vrijwel verdwenen

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Tekstslide

Autarkische Landbouwsamenleving
  • Alles wordt op het domein (landgoed(eren) van de heer) gemaakt
  • Weinig specialisatie: de meeste mensen zijn boer
  • Drie soorten boeren:

Slide 13 - Tekstslide

  • 1 - Vrije boer – vaak eigen land, kunnen vertrekken, moeten meevechten met de heer
  • 2 - Horige – kunnen niet vertrekken, geen eigen land, pacht betalen, herendiensten, wel eigen bezit
  • 3 - Lijfeigene – kunnen niet vertrekken, geen eigen land, geen bezit, werken voor de heer, gebonden aan de heer

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Schema over het hofstelsel

Slide 16 - Tekstslide

Het hofstelsel is in de eerste plaats een:
A
cultureel stelsel
B
economisch stelsel
C
politiek stelsel
D
sociaal stelsel

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een voordeel van het hebben van veel lijfeigenen op het domein voor de heer?

Slide 18 - Open vraag

Wat is het voordeel van het hebben van vrije boeren op het domein voor de heer?

Slide 19 - Open vraag

Wat is het nadeel van het hebben van lijfeigenen voor de heer?

Slide 20 - Open vraag

Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
Het gebied buiten het domein bestond uit de grond van de vrije boeren en de woeste gronden, onontgonnen gebied en bossen.
De vrije boeren moesten tijdens een oorlog wél meevechten met de heer. De wapenuitrusting moesten ze zelf betalen.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.

Slide 21 - Tekstslide

0

Slide 22 - Video

Lesdoelen
aan het einde van de les kun je:
  • aangeven waarom er nieuw economisch systeem ontstond in de vroege middeleeuwen
  • uitleggen hoe dit systeem (hofstelsel) functioneerde

Slide 23 - Tekstslide

Huiswerk
 - Leren 77 - 78
- Maken 4 en 7

Slide 24 - Tekstslide