Coördineren van de zorg

Coördineren van zorg
1 / 71
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 71 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Coördineren van zorg

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?


  • Wat weten we al?
  • Instructie werkproces Coördineren van de zorg
  • Verantwoorde zorg / kwaliteit 
  • Coördineren
  • Pauze 15 min.
  • Coachen of ....
  • Situationeel leiderschap Hersey en Blanchard
  • Deelopdracht 1  Zelfbeoordelingsformulier

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt coördineren van de zorg in?

Slide 4 - Open vraag

Coördineren; Met elkaar in overeenstemming brengen, zorgen dat verschillende werkzaamheden door verschillende personen gedaan, toch onderling met elkaar kloppen.
Het coördineren van zorg houdt in dat verschillende zorgverleners en instanties samenwerken om de zorg voor een patiënt goed te organiseren en af te stemmen.
Dit omvat het afstemmen van behandelingen, het organiseren van afspraken, het communiceren over de voortgang, en ervoor zorgen dat de zorg aansluit bij de behoeften en voorkeuren van de patiënt.
Coördinatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden tussen huisartsen, specialisten, thuiszorg, en mantelzorgers, zodat er een samenhangende en efficiënte zorgverlening is.
Komt van het Latijns ww coordinare = co = samen / ordinare = ordenen. Lett. dus; samen ordenen.
Wie coördineert er al op zijn werk en zo ja wat?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

P2-K1-W5 ; Organiseert en coördineert organisatie gebonden taken
Coördineer en organiseer de zorgverlening van minimaal 3 cliënten gedurende 1 dag zodanig dat:

  1. De hulpverlening is georganiseerd voor minimaal 3 cliënten.
  2. De hulpverlening is gecoördineerd voor minimaal 3 cliënten.
  3. De kwaliteit en continuïteit van de hulpverlening is gegarandeerd voor minimaal 3 cliënten.
  4. De eenduidigheid in de hulpverlening is gewaarborgd bij collega’s voor minimaal 3 cliënten.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 1; Zelfbeoordeling coördinerende taken
  • Zoek uit en beschrijf wat de coördinerende taken zijn van een Persoonlijk begeleider.
  • Breng de coördinatie van de zorg in kaart.


  • Zorg ervoor dat je geregeld feedback vraagt aan betrokkenen om je zelfbeoordeling in te kunnen vullen.
  • Vul de zelfbeoordeling in en bespreek deze met je werkbegeleider.
  • Voeg het ingevulde zelfbeoordelingsformulier als bijlage bij deze opdracht en vraag feedback aan je werkbegeleider via de "feedback knop "in Dulon Online.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 2; Reflectie schrijven
  • Werk minimaal aan 1 leervraag door je opgeschreven plan van aanpak uit te voeren (zie zelfbeoordelingsformulier).
  • Vraag feedback aan betrokkenen
  • Schrijf een reflectieverslag met daarin verwerkt de verkregen feedback.

Upload het reflectieverslag als bijlage bij deze opdracht en vraag feedback aan je werkbegeleider op je geschreven reflectieverslag via de "feedback knop "in Dulon Online.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 3: Voer een moreel beraad.
  • Je beschrijft 2 dilemma's vanuit de Psychiatrie, NAH, Psychogeriatrie en/of Gehandicaptenzorg.
  • Je bereidt 1 dilemma zo voor dat deze tijdens een bijeenkomst besproken kan worden. Bereid je dusdanig voor dat je zowel de voor- als de nadelen van de keuzemogelijkheden kan toelichten.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 4; Beheertaak uitvoeren en ....
Kies uit onderstaande lijst een beheertaak en voer deze uit volgens de richtlijnen van de organisatie;

  • Bestellingen plaatsen bij leveranciers en contacten onderhouden.
  • Het zorgdragen voor het correct opbergen en bewaren van materialen en/of producten.
  • Het regelen en uitvoeren van onderhoud aan apparatuur, materialen en werkruimten.
  • Het bewaken van het budget volgens de richtlijnen van de organisatie.


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 4; Verantwoordingsverslag schrijven
Schrijf een verantwoordingsverslag over de gekozen beheertaak;
  •  wat heb je gedaan, 
  • hoe heb je het gedaan en 
  • waarom heb je het zo gedaan ( welke keuzes heb je gemaakt).

Vraag feedback aan je werkbegeleider op het verantwoordingsverslag en upload het verslag als bijlage bij deze opdracht.

Slide 11 - Tekstslide

Let op; Deelopdr 4 bestaat uit 2 delen; Deelopdracht 4 - alleen voor studenten van de opleiding Verpleegkunde. Deze niet laten maken. 
De afronding beroepsopdracht
  • Coördineer en organiseer gedurende 1 dag de zorg rondom minimaal 3 cliënten.
  • Na afloop bespreek je met je werkbegeleider hoe jij de coördinerende taken van die dag hebt uitgevoerd.
  • Voor criteria zie Dulon Online.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Verantwoorde zorg

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is verantwoorde zorg?

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Verantwoorde zorg kenmerken;
  1. Kwaliteit; Zorg die voldoet aan professionele standaarden en richtlijnen
  2. Veiligheid; Minimale risico's voor de cliënt
  3. Effectiviteit; Zorg die effectief en doelgericht bijdraagt aan het welzijn van de cliënt.
  4. Respect voor autonomie; Rekening houden met de voorkeuren en waarden van de cliënt. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwaliteit
Kwaliteitseisen zorginstellingen per wet verplicht;  
  1. Verantwoorde zorg leveren die voldoet aan kwaliteitskaders.
  2. Alleen BIG-geregistreerde voeren voorbehouden handelingen uit.
  3. Het zorgplan wordt besproken met de cliënt.
  4. Medezeggenschap is geregeld.
  5. Klachtenregeling is aanwezig.


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hulpmiddel hiervoor; Het Kwaliteitscompas

Slide 18 - Tekstslide

Het kwaliteitscompas is een hulpmiddel dat binnen de Gezondheidszorg Nederland wordt gebruikt om de kwaliteit van zorg te waarborgen. Het doel van dit landelijke kompas is om mensen met een beperking die professionele zorg, ondersteuning of begeleiding krijgen duidelijkheid te geven; wat mogen zij verwachten van de professionals en de organisatie waar zij wonen. 
- het helpt professionals en teams om zorg te verbeteren en te blijven reflecteren
- het helpt leidinggevende om voorwaarden voor kwaliteit te scheppen.
- en het biedt de zorgaanbieders inzicht in de kwaliteit van de organisatie. 
Coördineren van zorg

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht Coördineren (30 min.)

  • Pak een ondersteuningsplan van een cliënt.
  • Beschrijf wie er allemaal te maken hebben met de zorg rondom deze cliënt.
  • Vergelijk in tweetallen.
  • Klassikaal bespreken.

Evt. Functieomschrijving Persoonlijk Begeleider erbij zoeken. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pauze

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht (20 min)
Maak groepjes van 4.
Voer de volgende opdrachten zo snel en goed mogelijk uit. 

Slide 22 - Tekstslide

2 kaartjes maken met verschillende opdrachten er op.
Student laten uitvoeren/delegeren wel of niet
Voer de volgende taken zo goed en zo snel mogelijk uit:
*Haal koffie of thee voor 1 van de studenten uit het koffiezet apparaat
*pak uit het kopieerapparaat 5 A4tjes
*Leg 5 pennen op tafel
*Schrijf op een papier de namen van je groepen met daarbij de verjaardag en gezinssituatie
*Zet 4 stoelen op een tafel.
*Zoek de website op van Dulon college wanneer de voorjaarsvakantie begint
Delegeren van zorgtaken
Waarom is dat goed om te doen?
Waarom doen we het niet? 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom delegeren?

Slide 24 - Woordweb

Waarom delegeren?
- Je komt anders tijd tekort
- Als leidinggevende ben jezelf te duur
- Je zorgt voor gemotiveerde medewerkers
- Je helpt medewerkers zich te ontwikkelen
- Je bent zelf niet altijd de beste persoon voor de taak.
Waarom niet delegeren?

  1. Als ik het zelf even doe, gaat het veel sneller.
  2. Ik kan het zelf beter.
  3. Ik ben bang door de mand te vallen.
  4. Ik weet niet aan wie ik wat kan delegeren.
  5. Herkenbaar?  

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Situationeel leiderschap
Wat houdt dit in? 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke kern:
De leider past zijn stijl aan aan de ontwikkelingsfase van de medewerker. 

Niet iedereen heeft dezelfde begeleiding nodig!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke beschrijving past het beste bij de term "situationeel leiderschap"?
A
Je kiest de beste leider voor de situatie.
B
Je past jouw manier van leidinggeven aan aan de situatie.
C
De medewerkers passen zich aan aan de leiderschapsstijl.
D
Je past de situatie aan aan de leiderschapsstijl.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Karel is in opleiding en bereid om taken op zich te nemen.
Waar valt dit onder?
A
Directieve stijl (S1 Instrueren)
B
Coachende stijl (S2 Overtuigen)
C
Participerende stijl (S3 Ondersteunen)
D
Delegerende stijl (S4 Delegeren)

Slide 31 - Quizvraag

S1 de medewerker heeft niet de vereiste bekwaamheid maar heeft de bereidheid om de taak uit te voeren. Hij kan zich wel onzeker voelen, maar is meestal wel gemotiveerd (de enthousiaste beginner)
Marie is een gekwalificeerde medewerker maar kan zich niet zetten tot pro activiteit binnen het team.
Waar valt dit onder?
A
Directieve stijl (S1 Instrueren)
B
Coachende stijl (S2 Overtuigen)
C
Participerende stijl (S3 Ondersteunen)
D
Delegerende stijl (S4 Delegeren)

Slide 32 - Quizvraag

S3, de medewerker beschikt over de benodigde kennis en kunde (bekwaamheid), maar is niet of weinig bereid de taak uit te voeren (de weerbarstige medewerker). ​
Samenvattend; 
4 leiderschapsstijlen en ontwikkelingsfases van medewerkers en valkuil 

  1.  Instrueren = veel sturing geven ==> onervaren en weinig bekwaamautoritair overkomen. 
  2.  Begeleiden = sturing en ondersteuning bieden ==> onervaren maar bekwaambetuttelen.
  3.  Ondersteunen = weinig sturing, veel ondersteuning ==> ervaren maar onbekwaam = de therapeut zijn  
  4.  Delegeren = weinig sturing en ondersteuning ==> ervaren en bekwaam = laissez-faire houding

Slide 33 - Tekstslide

S1 of instrueren: "Ik wil graag maar kan het niet."​
Een valkuil is dat je autoritair overkomt: als een baasje of een leraar  ​
S2 of stimuleren/overtuigen: "Ik kan het nog niet goed en ik weet ook niet of ik het wel leuk vind."​
Een valkuil is dat je de medewerker gaat betuttelen​
S3 of overleggen bij zelfstandige medewerkers: "Ik kan het prima, maar heb niet altijd even veel zin."​
Een valkuil is dat je overkomt als therapeut.​
S4 of delegeren bij de echte professionals: "Daar hoef je niet naar om te kijken."​
Een valkuil is, dat je bij deze medewerker ook bij andere taken dezelfde stijl hanteert (laissez faire houding, 'laat maar waaien'). Het risico is dat de medewerker dan alsnog bij die taken faalt, omdat hij zich verwaarloosd voelt.
Opdracht bespreek in 2-tallen (30 min.)
  • Geef voorbeelden bij iedere leiderschap die relevant zijn in je begeleidingsstijl op de BPV.
  • Denk aan opgroeiende kinderen en noem voorbeelden bij elke begeleidingsstijl.
  • Wat is de link met de eindopdracht van deze module?

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken en afronden Deelopdracht 1
Open Dulon Online en maak deelopdracht 1. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd deze les?

Slide 36 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Volgende bijeenkomst;
vrijdag 19 mei 11.15 uur

Dank voor jullie aandacht en tot ziens! 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?

  • Terugblik vorige les
  • Inventariseren "Coördineren"
  • Deelopdracht 2; Reflecteren (werkvorm)
  • Deelopdracht 3; Moreel beraad (werkvorm)
  • Deelopdracht 4; Verantwoordingsverslag 
  • Werken op het leerplein

 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 1
Zelfbeoordelingsformulier 
Feedback gevraagd aan werkbegeleider
Leervraag uitgekomen

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
  1. De student kan een reflectieverslag schrijven mbv format STARRT. 
  2. De student kan een moreel beraad voeren.
  3. De student kan een verantwoordingsverslag schrijven.
  4. De student weet wat er verwacht wordt bij de te maken deelopdrachten. 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 2
Werk aan je leervraag door plan van aanpak te schrijven (4 weken aan werken)
Vraag feedback aan betrokkenen
Schrijf een reflectieverslag hierover

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 3

Voer een moreel beraad
Het debat in de klas

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 4
Kies een beheertaak
Voer deze uit volgens de richtlijnen
Schrijf een verantwoordingsverslag hierover

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afrondende opdracht
Coördineer en organiseer de zorg rondom minimaal 3 cliënten  gedurende 1 dag.
Bespreek met je werkbegeleider.
Voor criteria zie Dulon Online.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 2 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is reflecteren zo belangrijk?

Slide 47 - Woordweb

  • leren van ervaringen
  • verbeteren vaardigheden
  • probleemoplossend vermogen
  • zelfbewustzijn
  • emotionele verwerking
  • besluitvorming
  • versterken van relaties
  • versterken van veerkracht
Reflecteren 
  • zelfbewustzijn vergroten
  • leren van ervaring
  • problemen oplossen
  • groei en ontwikkeling
  • betere communicatie en samenwerken



Slide 48 - Tekstslide

1. Door na te denken waarom je iets op een bepaalde manier hebt gedaan, ontdek je patronen en leer je jezelf beter kennen.
2. Reflecteren helpt je om te analyseren wat goed of minder goed ging.
3.  Reflecteren is even stilstaan hierdoor kun je nieuwe oplossingen bedenken.
4. Reflecteren helpt je om vragen te stellen aan jezelf en hier door doelen bij te stellen.
5. Door regelmatig te reflecteren begrijp je hoe jouw gedrag invloed kan hebben op anderen.

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het reflectieverslag STARRT
ST

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 54 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 55 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 56 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moreel beraad

Slide 57 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dilemma; dagbesteding
Cliënt
    PB-er
Team
Verwanten

Slide 58 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 3
Voer een moreel beraad volgens het werkblad

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat uitleg
Moreel - wat jezelf goed of fout vindt. Jouw persoonlijke normen en waarden of die van een groep. Jouw overtuiging.
vb. Ik vind het belangrijk om altijd eerlijk te zijn. 
Moreel beraad  - Moreel beraad is een gesprek over de morele of ethische aspecten van een praktijksituatie met lastige ethische aspecten.
Doel - niet een snelle oplossing vinden, maar om beter te begrijpen waarom welke keuzes gemaakt worden.

Slide 60 - Tekstslide

Casus: Keuze voor een nieuwe dagbesteding
Situatie:
Een cliënt met een verstandelijke beperking heeft al jaren dezelfde dagbesteding, maar geeft steeds vaker aan dat hij zich verveelt en iets anders wil proberen. De verwanten (ouders) willen echter dat hij op zijn vertrouwde plek blijft, omdat ze zich zorgen maken over verandering en mogelijke stress. Het team ziet dat de cliënt meer uitdaging nodig heeft en dat een nieuwe dagbesteding beter bij zijn ontwikkelingsniveau zou passen.
Driehoek tekenen:
• Cliënt in het midden
• Team in één hoek (zij zien dat verandering nodig is)
• Persoonlijk begeleider (PB-er) in een andere hoek (moet alle partijen verbinden)
• Verwanten in de laatste hoek (hebben bezorgdheden en willen stabiliteit)
Vraagstelling voor de PB-er:
Hoe krijg ik het team en de verwanten op één lijn in het belang van de cliënt?
Dilemma = er moet een keus gemaakt worden. Als je het met het team gaat bespreken zorg dan dat je goed geïnformeerd bent over de situatie.
Analyse van de situatie:
1. Wat kan het team realiseren?
o Een passende nieuwe dagbesteding zoeken.
o De cliënt begeleiden in de overgang.
o Signaleren of de verandering positief of negatief uitpakt.
o Ondersteuning bieden aan verwanten door uitleg en informatie.
2. Wat kunnen verwanten hierin betekenen?
o Openstaan voor de wensen van de cliënt.
o Hun zorgen bespreekbaar maken en laten begeleiden in hun angsten.
o De cliënt ondersteunen in de overgang.
Positieve en negatieve punten opschrijven:
Positief:
✅ Cliënt krijgt uitdaging en plezier in een nieuwe omgeving.
✅ Het team ziet vooruitgang en groei.
✅ Verwanten kunnen betrokken worden in een begeleid proces.
Negatief:
❌ Angst bij verwanten voor verandering.
❌ Mogelijke aanpassingsproblemen voor de cliënt.
❌ Extra inspanning nodig van het team om de overstap soepel te laten verlopen.
Dilemma:
Moet de cliënt ondanks de weerstand van de verwanten overstappen naar een nieuwe dagbesteding, als het team en de cliënt dat wel willen?
Aanpak als PB-er:
• Situatie goed inlezen: Wat zeggen de observaties en rapportages? Wat zegt de wet over keuzevrijheid van de cliënt?
• Wet- en regelgeving checken: Mag een cliënt tegen de wens van verwanten in een nieuwe dagbesteding starten?
• Voorbespreking met verwanten: Luisteren naar hun zorgen en uitleggen waarom het team verandering adviseert.
• Cliënt betrekken: Wat wil hij zelf? Hoe kan hij dit verwoorden?
• Overleg binnen het team: Wat zijn alternatieven of tussenoplossingen?
Besluitvorming:
Als PB-er neem je een besluit dat gedragen wordt door alle partijen. Dat kan betekenen:
✅ Een proefperiode op de nieuwe dagbesteding om te kijken hoe het gaat.
✅ Extra begeleiding voor cliënt en verwanten in de overgang.
✅ Overlegmomenten inplannen om de voortgang te monitoren.
Op deze manier wordt de keuze zorgvuldig gemaakt en is er draagvlak bij alle betrokkenen.

Slide 61 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 62 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkvorm Moreel beraad (30 min.)
  • Maak 2 groepen in de klas (Voor - Tegen)
  • Bedenk met elkaar een dilemma op het werk
  • Bereid voor- en nadelen voor en zorg voor toelichting
  • We voeren een debat
  • We gaan over tot beraad

Hoe was dit? Wat deed het met je? 

Slide 63 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deelopdracht 4 
Kies uit onderstaande lijst een beheertaak en voer deze uit volgens de richtlijnen van de organisatie. Schrijf hier een verantwoordingsverslag over.

  • bestellingen plaatsen bij leveranciers en contacten onderhouden
  • het zorgdragen voor het correct opbergen en bewaren van materialen en/of producten
  • het regelen en uitvoeren van onderhoud aan apparatuur, materialen en werkruimten
  • het bewaken van het budget volgens de richtlijnen van de organisatie

Slide 64 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort er in een verantwoordingsverslag te staan?

Slide 65 - Woordweb

STRAK -model 
Afrondende opdracht 
Op BPV 
Organiseren en coördineren van min. 3 cliënten 1 dag
Zie Dulon Online 

Slide 66 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 67 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Op het leerplein 14.15 - 16.30 uur 
Werken aan;
Deelopdracht 2 - Reflectieverslag
Deelopdracht 4 - Beheertaak verantwoordingsverslag 

Gebruik het format!

Slide 68 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Doelen behaald? 
  1. De student kan een reflectieverslag schrijven mbv format STARRT.
  2. De student kan een moreel beraad voeren.
  3. De student kan een verantwoordingsverslag schrijven.
  4. De student weet wat er verwacht wordt bij de te maken deelopdrachten. 

Slide 69 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 70 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 71 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies