week 14.2

Welcome!!!!
week 14 
 4th until  8th of April


1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welcome!!!!
week 14 
 4th until  8th of April


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

How  are you?

Slide 2 - Tekstslide

To respond to a question about feelings you can uss the following expressions.
I feel a little sad / happy / angry / ....
I am a little sad / happy / angry / ....
To be honest, I'm a little bit sad / happy / angry / ....
It's been a difficult day.
The thing is that, I am angry / sad / ...
I am mad at him / her..
The plan

- Review (5min) 
- Grammer recap  (10min)
- Working for yourself/ Mondeling (25min)
- Homework  (5min)







Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

What did we do last time?
?



Slide 4 - Tekstslide

steekvragen - huiswerk
Todays's goal
Preparing for the grammer test 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Keep in mind


There is no specific summary, you will have to make your own. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personal Pronoun?

A personal pronoun is a pronoun that is associated primarily with a particular person, in the grammatical sense. 

(Persoonlijke vnw)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possesive pronoun 


Een bezittelijk voornaamwoord geeft een bezit aan of  een bepaalde relatie is tussen een persoon/ dier/ instantie en een zelfstandig naamwoord aan
Dat is mijn tas.
Ik zie jouw fiets.




Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

personal pronouns 
1. possessive pronouns
ik 
 I
jij
you
hij
he
zij
she
het
it
wij
we
jullie
you
zij
they
mijn
my
jouw
your
zijn
his
haar
her
het
its
onze
our
jullie 
your
hun
their

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.  possessive pronouns
2. possesive pronouns 
van mij
mine
van jou
yours
van hem
his
van haar
hers
van hem (ding)
its
van ons
ours
van jullie
yours
van hen
theirs
mijn
my
jouw
your
zijn
his
haar
her
zijn (ding)
its
onze
our
jullie 
your
hun
their

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

For the grammer test : 
1.  Present simple & Present continuous
2. Past simple 
3. https://www.englishgrammar.org/degrees-comparison-exercise-2/
4. Personal pronouns & Possesive pronouns
5. Word Bank 

20 Questions in total 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

For the grammer test : 
1.  Present simple & Present continuous
2. Past simple 
3. Degrees of comparison
4. Personal pronouns & Possesive pronouns
5. Word Bank 

20 Questions in total 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Working for yourself 

Week 14: Learning Portal 
Practice Pronouns 
Write a grammer summary 







timer
25:00

Slide 15 - Tekstslide

Zelf een menu kaart maken  - 10min

Oefenen - 10min

Begrijp je wat je moet leren?
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

HomeWork


En: Trede 7 
Learning Portal week 14
Grammer summary 



Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie 

Hoe ging de les?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Homework / Recap

Homework
Learning Portal week 14
Grammer summary 
Word Bank 

















Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Test Dates
1A : 14th of april
1B: 14th of april
1C: 11th of april

Good luck! 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

This woman  is young.                                      This woman is old.
young                                           old
younger                                       older
youngest                                     oldest

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

short words:
+ er
+ est

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

doubling
a cheetah is  a BIG cat.
a leopard is  BIGGER.
a lion is the BIGGEST.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Y -> ier/ iest
The man in red shorts is UGLY.

The man in purple shorts is UGLIER.

The man in white shorts is UGLIEST.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies