Longen Les 1

Longen
Les 1 /3
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Longen
Les 1 /3

Slide 1 - Tekstslide

Deelprocessen
1 longventilatie: verversen lucht in de longen
2. distributie; verdeling lucht in de longen
3. diffusie; gaswisseling
4. transport; zuurstof en koolstofdioxide
5. celademhaling; verbrandingsproces

Slide 2 - Tekstslide

Langs welke weg gaat onze ingeademde lucht?

Slide 3 - Tekstslide

Als je lucht inademt wordt de volgende ademhalingsweg afgelegd...
A
neusholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, longen
B
Neusholte, keelholte, luchtpijp, strottenhoofd
C
Neusholte, keelholte, luchtpijp, longblaasjes
D
Neusholte, luchtpijp, longen

Slide 4 - Quizvraag

Je kunt door zowel je neus ademen als door je mond maar wat is beter?
A
Door je mond dat is sneller bij je longen
B
Door je neus want daar zit slijmvlies
C
Door je mond, dat wordt verwarm en bevochtigd
D
Je kunt het best afwisselen

Slide 5 - Quizvraag

Neusholte
  • Ingeademde lucht wordt verwarmd en bevochtigd
  • Neus slijmvlies tegen micro organismen
  • Trilharen
  • Verbinding met Neusbijholten

Slide 6 - Tekstslide

En nu in het Latijn.. Keelholte is?
A
Larynx
B
Farynx
C
Trachea
D
Epiglottis

Slide 7 - Quizvraag

Keelholte

Slide 8 - Tekstslide

Keelholte (Farynx)
  • Achter neus- en mondholte met 2 openingen naar beneden:
  •  slokdarm en strottenhoofd.
  • Keel ook in verbinding met middenoorruimte via
  • buis van Eustachius

Slide 9 - Tekstslide

Larynx (strottenhoofd)
  • Beweeglijke schildkraakbeen (adamsappel)
  • Onbeweeglijke ringkraakbeen (zegelring)
2 bekerkraakbeentjes vast aan rand ringkraakbeen (belangrijk voor de stembanden)
  • Strotklepjes (sluit luchtpijp af bij slikken)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Strottenhoofd (larynx)
  • Verbinding keelholte en luchtpijp.
Bouw:
  • Kraakbeenstukken
  • Verbonden met dwarsgestreept spierweefsel (Reageert en werkt snel, is ook snel moe, Werkt willekeurig, dus onder invloed van onze wil)
  • Ligamenten (gewrichtsbanden)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Keelholte en strottenhoofd
In de keelholte zitten de huig en het strottenklepje. 
De huig: sluit de neusholte af als je voedsel inslikt.
De strottenklep sluit de luchtpijp af.

In het strottenhoofd zitten je stembanden

Slide 14 - Tekstslide

Wat is de functie van de huig?
A
Sluit de keelholte af tijdens het ademhalen.
B
Sluit de luchtpijp af tijdens het slikken.
C
Sluit de neusholte af tijdens het slikken.
D
Sluit de slokdarm af tijdens het ademhalen.

Slide 15 - Quizvraag

Bij verslikken staat de huig OPEN/DICHT. Het strotklepje staan dan OPEN/DICHT
A
Open - dicht
B
Open - open
C
Geen van allen goed!
D
Dicht - dicht

Slide 16 - Quizvraag

Trachea (luchtpijp)

Slide 17 - Tekstslide

Trachea
  • De wand van de luchtpijp bestaat van binnen naar buiten uit de volgende onderdelen: trilhaarepitheel met slijmcellen; dit is zeer gevoelig, waardoor bij prikkeling door stof reeds een hoestreflex ontstaat.
  • bindweefsel met veel bloedvaten en zenuwen
  • glad spierweefsel
  • hoefijzervormige kraakbeenstukken die de luchtweg steeds openhouden.

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de juiste volgorde waarin de luchtwegen zich vertakken, van groot naar klein?
A
Trachea- bronchioli-bronchus-alveoli
B
Trachea-bronchus-bronchioli-alveoli
C
Zowel in de bovenste als ondrste luchtwegen
D
Trachea-bronchus-alveoli-bronchioli

Slide 19 - Quizvraag

Teken de route die ons ingeademde zuurstof aflegt

Slide 20 - Tekstslide