3H/3V Reflexive/reciprocal pronouns

Reflexive & Reciprocal Pronouns
What are they???
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Reflexive & Reciprocal Pronouns
What are they???

Slide 1 - Tekstslide

Welk van de onderstaande woorden zijn 'reflexive pronouns'?
A
myself, herself, themselves
B
my, her, their
C
each other, one another
D
myself, their, each other

Slide 2 - Quizvraag

Reflexive pronouns in het enkelvoud eindigen op ____
A
S
B
F
C
VES
D
ED

Slide 3 - Quizvraag

Welke reflexive pronouns (wederkerend vnw.) hoort bij you
A
myself
B
yourself
C
themselves
D
itself

Slide 4 - Quizvraag

Welke reflexive pronouns (wederkerend vnw.) hoort bij I
A
myself
B
yourself
C
itself
D
yourself

Slide 5 - Quizvraag

Welke reflexive pronouns (wederkerend vnw.) hoort bij: him
A
itself
B
ourselves
C
himself
D
yourselves

Slide 6 - Quizvraag

Welk van de onderstaande woorden zijn 'reflexive pronouns'?
A
myself, herself, themselves
B
my, her, their
C
each other, one another
D
myself, their, each other

Slide 7 - Quizvraag

Reflexive pronouns worden gebruikt om.....................een persoon / dier / ding
A
bezit aan te geven van
B
aan te geven hoe iets gebeurd met
C
terug te verwijzen naar
D
aan te geven dat iets in de toekomst gebeurd met

Slide 8 - Quizvraag

Welk van de onderstaande woorden zijn 'reciprocal pronouns'?
A
like, as
B
my, her, their
C
each other, one another
D
myself, their, each other

Slide 9 - Quizvraag

Subject: reflexive & reciprocal pronouns.

Translate: Wij keken naar elkaar.

Slide 10 - Open vraag

Subject: reflexive & reciprocal pronouns.

Translate: Ze praten in zichzelf.

Slide 11 - Open vraag

Subject: reflexive & reciprocal pronouns.

Translate: Zij deed zich pijn.

Slide 12 - Open vraag

Subject: reflexive & reciprocal pronouns.

Translate: Wij keken naar elkaar.

Slide 13 - Open vraag