1.4 omgaan met stoffen

1.4

Omgaan met stoffen
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.4

Omgaan met stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Voor vandaag
  • Vorige les 
  • Uitleg bij 'omgaan met stoffen'
  • Opdrachten maken 
  • Filmpje over giftige stoffen
  • Lesafsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Vorige les 
  • smelten metalen bij dezelfde temperatuur?
  • waarom gebruiken we veel kunststoffen? 

Slide 3 - Tekstslide

Welke metaal is vloeibaar bij kamertemperatuur?
A
Aluminium
B
Koper
C
Tin
D
Kwik

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een eigenschap van metaal?
A
Kan goed tegen bijtende stoffen
B
Is altijd zwaar
C
Breekbaar
D
Kan stroom geleiden

Slide 5 - Quizvraag

Leervragen bij 1.4 
  • Waar vind je informatie over gevaarlijke stoffen?
  • Bestaat er eigenlijk wel afval?

Slide 6 - Tekstslide

Leervraag: waar vind je informatie over gevaarlijke stoffen?

Slide 7 - Tekstslide

Veiligheidskaarten

Slide 8 - Tekstslide

Gevarensymbolen (pitcogrammen)
  • Gevaarlijke stoffen zijn herkenbaar aan gevarensymbolen
  • Elk gevaar heeft zijn eigen symbool 

Als je werkt met gevaarlijke stoffen moet je jezelf beschermen

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Werken met gevaarlijke stoffen
  • Moet je vooraf opzoeken wat de risico's zijn. 
  • De veiligheidskaarten geven aan wat je moet doen bij een ongeluk. 
  • De gevarensymbolen geven de gevaren van een stof aan.
  • Gifwijzer 

Slide 11 - Tekstslide

Gifwijzer

  • De gif wijzer geeft info over giftige stoffen

https://www.gebruikershandleiding.com/Gifwijzer-Gifwijzer/preview-handleiding-490732.html?page=0002

Slide 12 - Tekstslide

Welke materialen dragen ter bescherming?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Giftige stoffen wil je ook niet op je huid



Kan via je huid in je mond of in je bloed komen. 

Slide 15 - Tekstslide

Wat nu te doen
  • Bladzijde 36
  • Opgave 1 t/m 17
  • Klaar? --> laat het controleren

Slide 16 - Tekstslide


Wat betekent het gevarensymbool?
A
Schadelijk voor het milieu
B
giftig voor vissen
C
dode bomen
D
Kijk uit met vissen en bomen

Slide 17 - Quizvraag


Wat betekent het gevarensymbool?
A
Schadelijk voor het milieu
B
Brandbare stof
C
Giftig
D
Explosief

Slide 18 - Quizvraag

Welk gevarensymbool is dit?
A
Schadelijk
B
Let op!
C
Irriterend
D
Giftig

Slide 19 - Quizvraag

Wat betekent dit
gevarensymbool?
A
Dodelijk
B
Bijtend
C
Irriterend
D
Giftig

Slide 20 - Quizvraag

Betekenis van dit gevarensymbool?
A
Ontvlambaar
B
Schadelijk
C
Pittig
D
Irriterend

Slide 21 - Quizvraag

Wat betekent dit gevarensymbool?
A
giftig
B
licht ontvlambaar
C
corrosief/bijtend
D
schadelijk

Slide 22 - Quizvraag

Les 2 van 1.4 
Omgaan  met stoffen

Slide 23 - Tekstslide

Voor vandaag
  • Vorige les 
  • Verdere uitleg bij 1.4  Omgaan met stoffen
  • Opdrachten maken bij 1.4 
  • Lesafsluiting

Slide 24 - Tekstslide

Leervragen bij 1.4 
  • Vorige les: waar vind je informatie over gevaarlijke stoffen?
  • Deze les: bestaat er eigenlijk wel afval?

Slide 25 - Tekstslide

Leervraag: bestaat er eigenlijk wel afval?

Slide 26 - Tekstslide

Uit welke deeltjes bestaan stoffen?

Slide 27 - Tekstslide

Afval
  • Je hebt voorwerpen gebruikt, daarna gooi je ze weg
  • Die voorwerpen bestaan uit stoffen, uit moleculen
  •  Na gebruik zijn sommige moleculen veranderd, maar de meeste niet 

Slide 28 - Tekstslide

Afval: waarom weggooien als de moleculen nog bestaan?

Slide 29 - Tekstslide

Eerst cola flesje
Daarna zit een deel in je mobielhoesje

Slide 30 - Tekstslide

Recyclen
  • Bij "Recyclen" breek je het afval kapot, om er weer nieuwe spullen van te maken.
  • De moleculen van de oorspronkelijke stof veranderen NIET

Slide 31 - Tekstslide

Belang van recycling

- Bespaart grondstoffen en energie
- Goed voor het milieu 
-Goed voor je bankrekening

Slide 32 - Tekstslide

Wat nodig voor recycling?
  • Scheiden van afval
  • In containers = een bak waarin je huisvuil doet 
  • Welke dingen scheiden jullie thuis?

Slide 33 - Tekstslide



GFT = Groente, fruit en tuinafval
PMD = Plastic, metaal en drinkkarton

Slide 34 - Tekstslide

KCA
  • Klein chemisch afval
  • Wegbrengen naar afvalpunten

Slide 35 - Tekstslide

Restafval
  • Uit afval worden bruikbare producten gehaald om in nieuwe materialen te gebruiken
  • Wat overblijft = restafval
  • Weinig plaats om restafval te storten: dus wat ermee doen?..

Slide 36 - Tekstslide

Afval "verbranden" is een manier om van het restafval af te komen.

Slide 37 - Tekstslide

Hergebruik 
Hergebruik = opnieuw gebruik van hetzelfde product
  • Drinkflesje, Kleding, Boodschappentas




Slide 38 - Tekstslide

Hergebruik

Voorwerpen die je niet meer nodig hebt kunnen opnieuw gebruikt worden.

Dit is hergebruik.
Recyclen

Iets nieuws maken van afval, bv oude glazen flessen omsmelten tot nieuw glas.

Dit is recyclen.

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

⏳ Verteertijd van afval:

Appelklokhuis 2 weken – 2 maanden
Bananenschil 1 – 2 jaar
Papier/tissue 2 – 5 maanden
Kauwgom 20 – 25 jaar
Sigarettenpeuk 10 – 15 jaar 
Plastic zakje 10 – 20 jaar
Plastic fles +- 500 jaar
Aluminium blikje +- 500 jaar
Glas > 1 miljoen jaar (vergaat praktisch niet)

Slide 41 - Tekstslide

Wat nu te doen
  • bladzijde 40
  • opgave 18 t/m 31
timer
10:00

Slide 42 - Tekstslide

Wat betekent GFT afval
A
Gezond afval
B
Bodem afval
C
chemisch afval
D
Groente, fruit en tuinafval

Slide 43 - Quizvraag

Blik is afval. Bij welk soort afval hoort blik?
A
GFT
B
KCA
C
restafval
D
CDA

Slide 44 - Quizvraag

Batterijen gooi je weg bij het klein chemisch afval.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 45 - Quizvraag

Verf is klein chemisch afval
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 46 - Quizvraag

tot welke groep afval wordt een klokhuis van een appel gerekend?
A
KCA
B
GFT
C
Overig/rest
D
PMD

Slide 47 - Quizvraag

Van afval nieuwe producten maken noem je ....
A
Recyclen
B
Hergebruiken

Slide 48 - Quizvraag

Slide 49 - Video