Oefentoets Monniken en Ridders

Toets
Monniken en Ridders
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Toets
Monniken en Ridders

Slide 1 - Tekstslide

De tijd van monniken en ridders was van... tot ....
A
100 v.C.-500 (n.C.)
B
1000-1500
C
500-1000
D
1500-1600

Slide 2 - Quizvraag

Na de val van het Romeinse Rijk was er nog handel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een reden voor de val van het Romeinse Rijk?
A
Teveel Romeinen
B
Teveel Germanen vielen binnen
C
Het rijk werd slecht bestuurd
D
Het rijk was verouderd

Slide 4 - Quizvraag

Wat was een gevolg van de val van het Romeinse Rijk?
A
Grote oorlogen kwamen niet meer voor
B
Het christendom in Europa verdween
C
Het werd voor iedereen veel onveiliger
D
Niemand kon meer lezen en schrijven

Slide 5 - Quizvraag

Wat is nog een oorzaak voor de val van het Romeinse Rijk?
A
De volkeren die in het Romeinse Rijk leefden waren vijandig tegenover het Rijk
B
Er was altijd veel ruzie om de opvolging van keizers
C
De wapens van de Romeinen waren niet up to date
D
Alle Romeinse ambtenaren waren corrupt en verduisterden het belastinggeld

Slide 6 - Quizvraag

In de tijd van monniken en ridders waren de boeren vrij.
A
Goed
B
Fout

Slide 7 - Quizvraag

Wat zijn de drie standen?

Slide 8 - Open vraag

In de middeleeuwen was er een standenmaatschappij. Wie hoort bij welke stand?
Eerste stand
Tweede stand
Derde Stand
Geestelijken
Adel
Boeren

Slide 9 - Sleepvraag

1ste stand
2de stand
3de stand
boeren
Geestelijke
Adel

Slide 10 - Sleepvraag

Wat is de beste omschrijving van het begrip ‘geestelijken’?
Kies het juiste antwoord.
A
mensen die in God geloven
B
mensen die iedere week naar de kerk gaan
C
mensen die in dienst zijn van de kerk
D
mensen die voor andere mensen bidden

Slide 11 - Quizvraag

Zet de woorden op de juiste plaats.

Rond het jaar 500 begint een nieuwe periode in de geschiedenis: de …A…        In het zuiden van Europa waren toen al veel mensen bekeerd tot het …B….          
In de tijd van monniken en ridders van 500 tot …C….       stichtten monniken als Willibrord …D…     om van daaruit de mensen in West-Europa te bekeren.
Middeleeuwen
christendom
1000
kloosters

Slide 12 - Sleepvraag

Waar werden de kastelen voor gebouwd?
A
Voor bescherming
B
Om lekker te wonen
C
Om te laten zien hoe rijk je bent.
D
Voor de koning

Slide 13 - Quizvraag

Wat zijn horigen?
A
Boeren die op het gebied van de graaf werken.
B
Boeren die hun eigen stuk land hebben.
C
Ridders die voor de graaf vechten
D
Boeren met een uitstekend gehoor.

Slide 14 - Quizvraag

Wat moesten de horigen niet doen voor de heer?
A
Een deel van hun oogst geven
B
Voor de graaf vechten.
C
Klusjes voor de graaf doen.
D
het land beschermen

Slide 15 - Quizvraag

Sleep de onderstaande stellingen over horigen naar het vak waar ze thuishoren.
Juist
Onjuist
Horigen waren boeren die hun land afstonden aan rijke heren in ruil voor bescherming.
Horigen beschermden de heren tegen plunderende bendes. In ruil daarvoor mochten ze op het landgoed van de heer wonen.
Horigen konden van de heer een stuk grond pachten. Als pacht (huur) moesten zij een deel van de oogst afstaan. 
Horigen waren vrij om te gaan wonen waar ze maar wilde en om te trouwen met wie ze wilde.
Horigen moesten klussen doen voor de heer, zij moesten bijvoorbeeld het land bewerken en reparaties aan wegen verrichten.

Slide 16 - Sleepvraag

Zet op de goede plek
Huis van de heer
Horigen

Slide 17 - Sleepvraag

Sleep naar de juiste plek
Horige
Heer
Priester
Eerste stand
Tweede Stand
Derde Stand

Slide 18 - Sleepvraag

Zet op de goede plek
water
gebied heer
Horigen

Slide 19 - Sleepvraag

Hoe noem je ontbetaald werk dat horigen voor de graaf moesten doen?
A
leenstelsel
B
Horigen
C
Herendiensten
D
leenman

Slide 20 - Quizvraag

Hoe noem je de drie groepen waaruit de middeleeuwse samenleving bestond?
A
Standen
B
Adel
C
Geestelijkheid
D
leenstelsel

Slide 21 - Quizvraag

Een vrouwelijke monnik is een non
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Het verzorgen van zieken was één van de dingen die monniken deden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Monniken zijn geen geestelijken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

In de vroege Middeleeuwen hadden mensen een zwaar leven. Er was weinig voedsel, hongersnoden en ziektes. Mensen vonden hierdoor het Christendom extra belangrijk. Waarom was dat zo?
2 antwoorden
A
De mensen hoopten dat God hen zou beschermen tegen honger, ziekte en dood
B
In de Bijbel staat hoe je medicijnen maakt en hoe je grote oogsten krijgt.
C
Als je christenen was, mocht je in een klooster wonen. Daar was genoeg voedsel
D
Als je goed leefde, kon je na je dood in de hemel komen. De mensen vonden dat een fijn idee.

Slide 25 - Quizvraag

Maak de juiste combinatie
Geestelijke
Monnik
Paus
Priester
Iemand met een functie in de kerk
Iemand in dienst van de kerk
Geestelijke die leeft in een klooster
Hoogste geestelijke leider van de kerk

Slide 26 - Sleepvraag

Maak de juiste combinatie
Mannelijke bewoners van kloosters<br>
Het hoofd van de katholieke kerk<br>
Iedereen met een functie binnen de kerk<br>
Vrouwelijke bewoners van een klooster<br>
De paus
Geestelijken
monniken
Nonnen

Slide 27 - Sleepvraag

Sleep de zinnen naar het goede tijdvak.
Tijd van Grieken en Romeinen
Tijd van Monniken en Ridders
Ontstaan van christendom
Het hofstelsel
Kloosters in Noordwest Europa
Handel drijven
Gladiatorenspelen
Romanisering
Ontstaan Islam

Slide 28 - Sleepvraag

Met welke gebeurtenis begint de islamitische jaartelling?
A
met de geboorte van de profeet Mohammed
B
met de vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina
C
met het overlijden van de profeet Mohammed
D
met het opschrijven van de woorden van de profeet Mohammed

Slide 29 - Quizvraag

Met welk jaar begint de islamitische jaartelling?
A
570
B
612
C
670
D
622

Slide 30 - Quizvraag

Hoe liet kalief Abd al Rahman merken dat hij wetenschap erg belangrijk vond?

Slide 31 - Open vraag

Welke bewering over de islam is juist?
A
De opmars van de Arabieren in Europa werd door Karel de Grote in 800 gestopt.
B
De moslims waren in veroverde gebieden tolerant naar andersgelovigen.
C
De wetenschap was in christelijk Europa veel verder dan in de islamitische wereld.
D
De islam is geen monotheïstische godsdienst terwijl het christendom en jodendom dat wel zijn.

Slide 32 - Quizvraag

Op welke drie gebieden hadden de Arabieren meer kennis dan de Europeanen?

Slide 33 - Open vraag

kalief
profeet
Islam
iemand die boodschappen van een god doorgeeft
Godsdienst die is gesticht door Mohammed met Allah als enige god
leider van het Arabische Rijk

Slide 34 - Sleepvraag