Repaso Gramática U9 C1

Pretérito perfecto
- Gebeurtenissen in het verleden die een verband hebben met het heden.
 "Elena ha venido ahora mismo" "Elena is net gekomen"
"Hoy he comido sopa de verduras." "Vandaag heb ik groentesoep gegeten"

- Voor dingen die iemand tijdens  zijn leven gedaan heeft.
"Mi tía Rosa ha viajado mucho" Mijn tante Rosa heeft veel gereisd"
"Mi padre ha estado muchas veces de vacaciones en Indonesia"


                              
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Pretérito perfecto
- Gebeurtenissen in het verleden die een verband hebben met het heden.
 "Elena ha venido ahora mismo" "Elena is net gekomen"
"Hoy he comido sopa de verduras." "Vandaag heb ik groentesoep gegeten"

- Voor dingen die iemand tijdens  zijn leven gedaan heeft.
"Mi tía Rosa ha viajado mucho" Mijn tante Rosa heeft veel gereisd"
"Mi padre ha estado muchas veces de vacaciones en Indonesia"


                              

Slide 1 - Tekstslide

Pretérito perfecto

Slide 2 - Tekstslide

Onregelmatige voltooid deelwoord
decir  -----          dicho           (zeggen)
hacer -----          hecho         (doen/maken)
abrir -----            abierto        (openen)
volver  -----         vuelto          (teruggaan)
escribir----        escrito        (schrijven)
ver     ----             visto             (zien)
poner    ---         puesto        (plaatsen/neerzetten)
romper ----         roto               (breken)

Slide 3 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
Yo                                           me     he
Tú                                           te       has                                               ducharse
Él/ella/ usted                    se       ha
Nosotros/-as                    nos   hemos        + duchado
Vosotros/-as                     os     habéis
Ellos/ellas/ustedes         se     han

Slide 4 - Tekstslide

Vervoeg de werkwoorden in Pretérito Perfecto

Slide 5 - Tekstslide

De pretérito perfecto:
Kies de juiste vorm van comer-yo
A
he comido
B
hemos comido
C
has comido
D
habéis comido

Slide 6 - Quizvraag

Pretérito perfecto/voltooid tegenwoordige tijd.
VIAJAR -> ELLA
A
viaja
B
ha viajado
C
viajan
D
han viajado

Slide 7 - Quizvraag

Pretérito perfecto:
ellos-ver

Slide 8 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Ella-vivir

Slide 9 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta mañana ..... ...............un vaso de leche con galletas. (desayunar-yo)

Slide 10 - Open vraag

Pretérito perfecto:
ellos - escribir

Slide 11 - Open vraag

Pretérito perfecto:
tú - ver

Slide 12 - Open vraag

Pretérito perfecto:
poner - nosotros

Slide 13 - Open vraag

Pretérito perfecto:
yo y mi hermano-hablar

Slide 14 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Tú y tu amiga (escribir)

Slide 15 - Open vraag

Pretérito perfecto:
nosotros-comer

Slide 16 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Vosotros-hacer

Slide 17 - Open vraag

PRETÉRITO PERFECTO:
LEVANTARSE (NOSOTROS)

Slide 18 - Open vraag

Pretérito perfecto:
tú (dormir)

Slide 19 - Open vraag

Pretérito perfecto:
estar - nosotros

Slide 20 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Hoy Juan...... ...............en casa de su tía. (comer)

Slide 21 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta semana ....... ..................a la fiesta de cumpleaños de Felipe. (ir-nosotros)

Slide 22 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Esta noche....... ..............la música muy alta.(vosotros-poner)

Slide 23 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Hoy..... ............. un correo electrónico a sus amigos holandeses. (ellos-escribir)

Slide 24 - Open vraag

Pretérito perfecto:
¿...... ......... a María en clase esta mañana? (ver-tú)

Slide 25 - Open vraag

Pretérito perfecto:
Juan y María.......... ................ este verano en Ibiza. (casarse)

Slide 26 - Open vraag


Ik kan werkwoorden in Pretérito Perfecto (voltooid tegenwoordige tijd) vervoegen.
1 (NO)
2
3
4
5
6
7
8
9
10 (SÍ, POR SUPUESTO)

Slide 27 - Poll