Les 5 Communicatieproblemen

In deze les
2.4 Effectieve communicatie
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

In deze les
2.4 Effectieve communicatie

Slide 1 - Tekstslide

Effectieve communicatie
Wat is dat volgens jou?

Slide 2 - Woordweb

Effectieve communicatie
Effectief betekent: doeltreffend.

De communicatie waarbij de boodschap overkomt bij de ontvanger zoals de zender bedoelt.

Maar, effectief is óók zorg voor het relatieaspect.

Slide 3 - Tekstslide

Effectieve communicatie
"We spreken van effectieve communicatie als de ontvanger actief betrokken is bij de informatieoverdracht en als de boodschap overkomt zoals de zender bedoelt".

Slide 4 - Tekstslide

Valkuil:
Vaak ben je als zender vooral bezig met jezelf, met het onder woorden brengen van wat je denkt, vindt of wilt. Je let dan weinig op hoe je boodschap overkomt op de ander.


Wie van jullie vergeet de naam van de ander als je jezelf voorstelt? Waardoor komt dat denk je?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Effectief communiceren vraagt van jou als beroepskracht MZ dat je:
  1. je eigen manier van communiceren kent, je eigen communicatiestijl (her)kent
  2. uitgaat van de communicatievermogens van de mensen met wie je werkt
  3. je kunt en wilt inleven in de ander
  4. helder verbaal communiceert
  5. je verbale en non-verbale communicatie met elkaar in overeenstemming laat zijn

Slide 7 - Tekstslide

Wat valt je op in de communicatie van Johnny de Mol naar de mensen met een beperking in het volgende programma?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

1. Je eigen communicatiestijl herkennen

Slide 10 - Tekstslide

2. Uitgaan van communicatievermogens van de doelgroep
  • Mensen die verbaal minder sterk zijn, zijn vaak erg gevoelig voor non-verbale signalen
  • Sommige cliënten pakken emoties erg langzaam op en hebben juist moeite zich te verplaatsen in de ander
  • Voor sommige cliënten is aanraking en nabijheid bedreigend vanwege nare ervaringen in het verleden
  • Er zijn ook cliënten die erg van knuffelen en nabijheid houden, maar het is niet altijd goed om daar onbeperkt aandacht aan te geven

Slide 11 - Tekstslide

3. Kunnen en willen inleven in de ander

Empathisch communiceren wil zeggen dat je op een begripvolle manier communiceert, waarbij je jezelf en de ander in zijn waarde laat. Je geeft dus geen oordeel of kritiek.


Niet: "Wat doet die cliënt raar"
Wel: "Waarom begrijp ik het gedrag van deze cliënt niet?"

Slide 12 - Tekstslide

4. Verbaal helder communiceren
Helder versus 'troebel' communiceren.

Als je troebel communiceert ben je niet duidelijk in wat je écht wilt. Je bent niet concreet, maar vaag in wat je zegt.


Enkele voorbeelden:

Slide 13 - Tekstslide

Troebele communicatie

"Ik word doodmoe van dat gezeur van je"

"Meestal begin jij met ruzie maken"

"Zullen we het centraal houden?" (in groepsgesprek)
Heldere communicatie

"Ik zou hier graag in alle rust met je over willen praten"

"Ik voel me niet fijn, als je zo fel reageert"

"Ik zou graag willen dat je me uit laat praten"

Slide 14 - Tekstslide

5. Verbale en non-verbale communicatie op elkaar afstemmen
  • De non-verbale communicatie ondersteunt de verbale communicatie
  • De non-verbale communicatie geeft weer hoe je tegenover de ander staat
  • De non-verbale communicatie vervangt het spreken
  • De non-verbale communicatie spreekt de verbale communicatie tegen


Misstanden in de communicatie zijn bijna altijd het gevolg van tegenstrijdige communicatie (non-verbaal versus verbaal).

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Aan de slag
Verwerkingsopdrachten:
6 t/m 7

Slide 17 - Tekstslide