Smalle moraalBij een smalle moraal gaat moraal alleen over:
goed en kwaad;
rechten en plichten;
wat je wel en niet mag doen;
hoe je anderen behoort te behandelen.
Voorbeelden:
Je mag niet stelen.
Je mag niet liegen.
Je moet afspraken nakomen.
minimale overheidsbemoeienis
Brede moraalBij een brede moraal gaat het niet alleen over regels en plichten, maar ook over:
het goede leven;
geluk;
zingeving;
hoe je als mens tot bloei komt.
Voorbeelden:
Wat maakt een leven waardevol?
Hoe word ik een goed mens?
Welke eigenschappen moet ik ontwikkelen?
Overheid stimuleert goed leven alle burgers